Wie of wat is Akabe?

Wie we zijn en wat we doen:

Commissariaat Akabe is een groep vrijwilligers binnen Scouts en Gidsen Vlaanderen die zorgt voor de bekendmaking van Akabe binnen en buiten Scouting. De ploeg bestaat uit personen die actief (geweest) zijn binnen Akabe en scouting in het algemeen. We vertegenwoordigen Akabe op de nationale vergaderingen van Scouts en Gidsen Vlaanderen, waar we streven naar een volwaardige plaats voor Akabe binnen scouting. Maar we zijn er vooral ter ondersteuning van de lokale groepen, gouwen en districten. Daarnaast staan we natuurlijk steeds open voor alle vragen en kritieken vanuit de groepen en trachten waar mogelijk antwoorden en/of oplossingen aan te bieden. Commissariaat Akabe is er voor iedereen die te maken heeft met scouts en gidsen met een handicap. Of het nu gaat om een inclusief lid, een Akabe-tak of groep, of je hebt gewoon vragen over dit onderwerp dan kan je terecht bij commissariaat Akabe.

Deze visietekst is het resultaat van inhoudelijk denkwerk dat begonnen is op Convent '96. Vele discussies en een eerste akabehandboek later kan je hieronder onze visietekst lezen, een visie waar we in geloven en die we dan ook op alle mogelijke manieren willen uitdragen!

Akabe en inclusie

Akabe staat voor de werking met kinderen en jongeren met een handicap binnen scouting. Dit kan zowel in aparte groepen of takken zijn, als in een gemengde werking. Het doel dat Akabe binnen scouting nastreeft, kunnen we omschrijven met het woord 'inclusie'. In het algemeen (ook buiten scouting) wil inclusie zeggen dat een samenleving aan elk individu, ongeacht zijn beperkingen, alle kansen en mogelijkheden wil bieden om aan die samenleving deel te nemen. De inspanningen die dit vraagt, moeten van zowel meerderheids- als minderheidsgroepen komen en evenwichtig verdeeld zijn. Inclusie impliceert dat meerderheids- en minderheidsgroepen open staan voor elkaar, elkaar willen leren kennen en elkaar respecteren. Wat betekent dit nu voor mensen met een handicap die het spel van scouting willen meespelen? 'Inclusie' wil voor ons niet zeggen dat alle akabegroepen en -takken moeten worden opgedoekt en kinderen en jongeren met een handicap allemaal naar 'gewone' scoutsgroepen moeten worden gestuurd. Echte inclusie betekent een goed evenwicht zoeken tussen het ideaal van een werking die zo gemengd mogelijk werkt en de realiteit van het concrete individu en de concrete groep waarin het terechtkomt. Daarom stellen we het volgende schema voor:

Je kan op verschillende manieren aan inclusie doen:
Open: je "wil" kinderen met een handicap toelaten in je groep.
Gesloten: je wil kinderen met een handicap niet toelaten in je groep. Er is ook geen discutie- of denkproces aan voorafgegaan.
Actief: je neemt effectief één of meerdere kinderen met een handicap in je groep.
Passief: je denkt na over inclusie en neemt er een standpunt over in, maar je laat om welke redenen dan ook geen kinderen met een handicap toe in je groep.
Direct: je denkt na over inclusie om een antwoord te vinden op een concrete vraag van een kind met een handicap.
Indirect: je neemt elk kind met een handicap op in je groep zonder er over na te denken.

Inclusie is er op vele manieren, maar vraagt in eerste instantie openheid. Wie deze openheid voor mensen met een handicap niet kan opbrengen, doet eerder aan exclusie. Als je open staat voor inclusie dan kan je dit op een indirecte manier doen (door bijvoorbeeld een kind met een handicap zonder nadenken op te nemen in je groep en je er verder geen zorgen meer over maken). Of je kan op een directe manier aan inclusie doen, waarbij je eerst zeer grondig nadenkt en bespreekt wat dit voor alle betrokken partijen inhoudt voor je een beslissing neemt (het maakt niet uit wat de beslissing ook wordt). Tot slot kan je ook actief of passief aan inclusie doen. Het uiteindelijke beslissingsproces speelt hier een grote rol. Wie er alleen over nadenkt en besluit toch niet aan inclusie te doen, heeft een passieve houding. Wie actief en dus werkelijk kinderen met een handicap opneemt in de groep en er ook goed heeft over nagedacht, is dus open, actief en direct aan het bouwen aan inclusie. 'Inclusie' houdt dus geen beslissing in over de werkvorm die binnen scouting gehanteerd moet worden. De verschillende werkvormen (akabetak of -groep met of zonder valide leden, 'gewone' groep met één of meerdere personen met een handicap) mogen gerust naast elkaar blijven bestaan. Dit is zelfs een rijkdom, want zo ontstaat er een keuze uit verschillende mogelijkheden, aangepast aan de verschillende situaties van de verschillende kinderen en jongeren. Groepen die reeds op voorhand de mogelijkheid uitsluiten dat iemand met een handicap wordt opgenomen, staan zeer ver van wat wij als ideaal voor ogen hebben. Alle groepen - en zéker de groepen die nog nauwelijks met mensen met een handicap in contact zijn gekomen, maar ook Akabegroepen - zouden op zijn minst moeten nadenken over de vraag of zij gemengd kunnen werken. Die vraag hoeft dan niet koste wat kost positief beantwoord te worden. Belangrijk is dat de vraag gesteld wordt en dat het ideaal van een meer gemengde werking een aandachtspunt wordt/blijft in elke scouts- en gidsengroep. We hebben dan ook allemaal de belangrijke taak het ideaal van inclusie levendig te houden binnen Scouts en Gidsen Vlaanderen. En natuurlijk kan een 'gewone' groep die overweegt een kind met een handicap op te nemen, uiteindelijk beslissen om dit toch niet te doen (omdat de draagkracht van de groep te beperkt is, omdat bepaalde soorten handicaps de gewone werking van de groep te sterk zouden afremmen,…). Het is volgens ons belangrijk dat de beslissing principieel wordt genomen, en dat er niet over concrete vragen van individuen wordt gepraat. Met principieel bedoelen we dat er een algemene visie van de groep wordt ontwikkeld over welke kinderen (met welke handicaps) terecht kunnen in de groep en welke niet. Groepen die dan - om allerlei goede redenen - niet gemengd werken, kunnen toch het ideaal van inclusie 'indirect' trachten te realiseren, bijvoorbeeld door als 'gewone' groep eens een gemengde activiteit te doen met een akabetak, door als akabegroep deel te nemen aan districts- en gouwactiviteiten,... Laten we bij dit alles vooral niet vergeten om de jongere zelf inspraak te geven in de beslissing over het soort groep waarin hij/zij scouts/gids wil zijn. Hij- of zijzelf en/of de ouders kunnen kiezen voor een doelgroepgerichte of inclusieve werking. Het kan heel goed zijn dat een doelgroepgerichte werking toch beter aansluit bij de mogelijkheden en leefwereld van de jongere met een handicap. Keuzes en inspraak: het blijft voor onze leden een aandachtspunt. Er wordt al te dikwijls in hun plaats beslist. Er moet vermeden worden dat bijvoorbeeld iemand met een handicap tegen wil en dank naar een 'gewone' scouts- of gidsengroep wordt gestuurd in naam van de goedbedoelde integratie-idealen van leiding of ouders. Dit zou een subtiele vorm zijn van exclusie, omdat de jongere wordt uitgesloten uit het beslissingsproces dat zich volledig boven zijn/haar hoofd afspeelt.

De takindeling

De kalenderleeftijd als indelingscriterium van de verschillende takken (zoals gebruikelijk is in scouts- en gidsengroepen) is ook voor jongeren met een handicap binnen scouting het meest ideale indelingscriterium. Hierbij kan wel een flexibiliteit van 1 à 2 jaar gehanteerd worden, al naargelang dit beter is voor het desbetreffende kind. Met dit criterium is er een optimale doorstroming doorheen de takken. Het is de bedoeling dat er voor jongeren met een handicap ruimte is om te groeien tijdens hun scouts- en gidsenjaren. Er moet bij elke overgang naar een nieuwe tak gekeken worden naar de haalbaarheid aan de hand van de mogelijkheden van de jongere. De overgang mag niet geforceerd zijn. Maar anderzijds moeten we er ons ook voor hoeden iemand te laten vastroesten in een bepaalde tak en zo ieder groeiperspectief uit te sluiten. Elke tak kan er best naar streven om op het ritme en de mogelijkheden van zijn leden de takprofielen, uitgetekend door de takcommissariaten, te concretiseren en te realiseren.

De basispijlers

Wij kiezen heel bewust voor een interactie tussen de vijf basispijlers van Scouts en Gidsen Vlaanderen (engagement, zelfwerkzaamheid, medebeheer, ploegwerk en dienst) en de concrete akabewerking. Deze basispijlers blijven de horizon waarbinnen elke tak zijn werking concretiseert. Ze zijn een uitdaging voor zowel leden als leiding om hun grenzen in positieve zin te verleggen. Vertrekkend vanuit de impulsen van de leden trachten we de basispijlers te realiseren binnen de structuur en de inhoud van de takwerking. Dit zal niet altijd expliciet gebeuren maar vaak impliciet, non-verbaal en op maat van de leden. In de mate van het mogelijke willen we bestaande methodieken (totemisatie, belofte, overgang,…) geïntegreerd aanwenden en nieuwe uitdenken.

Leden in leiding

De doorstroming van leden met een handicap naar de leidingsploeg is een verregaande realisering van het ideaal van een zo gemengd mogelijke werking. Daarom zijn initiatieven op dit gebied zeker toe te juichen. Een weloverwogen principiële beslissing hierover, die door de hele groep gedragen wordt, is zeer belangrijk. Dit betekent dat je de discussie en de daaraan verbonden beslissing neemt, los van een bepaald lid dat leiding wil worden. Verschillende zaken zullen in beschouwing genomen moeten worden: de sterkte en openheid van de leidingsploeg, de verlangens en mogelijkheden van de kinderen met een handicap, de houding van andere leden hiertegenover. Wat als het uiteindelijk toch niet blijkt te lukken, de verwachtingen naar leiding toe (welke tolerantie staan we toe naar iemands beperkingen),... Er zijn ook verschillende tussenvormen mogelijk: hulpleiding, meehelpen met het materiaalbeheer, een jintak met stagemogelijkheden, ... Bedoeling is telkens de jongere te laten groeien in verantwoordelijkheid. Het allerbelangrijkste is dat het voor alle betrokkenen een positieve ervaring wordt.

Volwassenwerking binnen Akabe

De Akabewerkingen zijn een deel van scouting. Scouts en Gidsen Vlaanderen is duidelijk en uitsluitend een jeugdbeweging, en daar staan wij ook achter. Kinderen en jongeren komen dus op de eerste plaats. Een volwassenwerking heeft geen plaats binnen deze structuur zoals andere takken een deel zijn van het groeiproces binnen scouting.