Groepskarakter en patrouillewerking
Groepskarakter en patrouillewerking
Ook al hebben jonggivers vaak schrik om te veel af te wijken van de rest, in werkelijkheid gaan juist bij deze leeftijd je leden het meest van elkaar gaan verschillen .
Vaak is men op jonggiverleeftijd geneigd om samen te klieken met kinderen die er even oud of volwassen uitzien en maken zich dan de houding, karaktereigenschappen van dit groepje eigen. Het is dan ook belangrijk als leiding om er mee rekening te houden dat de emotionele ontwikkeling en bijvoorbeeld de weerbaarheid tegenover groepsdruk, het inzicht in moeilijkere situaties,… los staan van de lichamelijke ontwikkeling en dit dus ook kan verschillen van de houding die iemand van deze leeftijd op het eerste gezicht uitdraagt.
In tegenstelling tot zulke kliekjes heeft een patrouillewerking juist het doel, door met kleine samengestelde groepjes te werken, het individuele karakter van de leden naar boven te brengen en zeker niet te onderdrukken. Daarnaast geeft deze werking de jongere leden de mogelijkheid om van de oudere te leren, en de oudere op hun beurt de kans om te leren uit de verantwoordelijkheid die ze hierdoor krijgen.
Het gebruik van indirecte manieren zoals ‘het aanreiken van uitdagingen’ en ‘het gebruik van de patrouillewerking, symboliek (totems, kreten, verhalen, thema's, beloftes), teamspelen en het pioniersleven’ om je leden de volle kansen te geven om hun persoonlijkheid zelf te gaan vormen, nemen wel helemaal niet weg, dat het als jonggiverleiding jouw eigen taak en verantwoordelijkheid is om je leden zo goed mogelijk in dit groeiproces als scout te gaan begeleiden en ondersteunen.
Om hun persoonlijkheid optimaal te kunnen ontwikkelen is het dan ook nodig dat je als leiding er actief probeert voor te zorgen dat de verhoudingen binnen je ledengroep en de activiteiten die je organiseert er zich maximaal toe lenen dat elke jonggiver zichzelf kan zijn en zo hiertoe de kans krijgt.

