IS HET BELANGRIJK DAT JE JE LEDEN EN MEDELEIDING GOED KENT? WEL JA! SCOUTING GAAT IMMERS OVER MENSEN, HUN ACHTERGROND, HUN DROMEN EN HUN VERLANGENS. INSPELEN OP WAT JE LEDEN BEZIGHOUDT, MAAKT DAT JE HUN AANDACHT SNELLER EN LANGER KAN VASTHOUDEN. ZE VOELEN ZICH AUX SÉRIEUX GENOMEN, GESTEUND EN AANGEMOEDIGD. HUN VERTROUWEN IN ZICHZELF EN JOU GROEIT.
MEER DAN 70.000 SCOUTS EN GIDSEN VAT JE NIET ZOMAAR SAMEN OP EEN PAGINA OF VIJF, MAAR ALS JE REKENING HOUDT MET DE LEEFTIJD VAN JE LEDEN KOM JE AL EEN HEEL EIND.
DE MEESTE SCOUTS EN GIDSEN SPELEN OP HET LAND, MAAR OOK OP HET WATER KOM JE ZE AF EN TOE TEGEN. DOOR SAMEN TE ROEIEN, TE ZEILEN EN TE ZWEMMEN KRIJGT SCOUTING DAAR ZIJN SPECIFIEKE INVULLING EN WORDT HET OOK BOEIEND VOOR KINDEREN EN JONGEREN MET EEN BIJZONDERE NEUS VOOR ‘WATER'.
JE ONTDEKT WAT JE LEDEN INTERESSEERT DOOR NAAR HEN TE LUISTEREN, BIJ HEN OP BEZOEK TE GAAN, EEN ‘VERKLEED JE IN JE HOBBY'-VERGADERING TE ORGANISEREN OF NAAR HUN FAVORIETE FILMS TE GAAN KIJKEN. HET VRAAGT EEN BEETJE CREATIVITEIT EN EEN SPECIFIEKE KIJK OP DE WERELD, MAAR DAT MAAKT HET EENS ZO BOEIEND.
Kapoenen en zeehondjes springen, spelen, fantaseren, kennen intens verdriet en kunnen over de grond rollen van het lachen. Ze springen van de hak op de tak en rennen door het leven. Ze zien een verkeersagent en spelen hem na, tot even later een konijnenhol hun aandacht trekt en dat het startsein is voor weer een nieuw verhaal in hun hoofd.
Kapoenen reageren impulsief op alles wat ze zien. Ze houden hun aandacht nog niet heel lang bij een zelfde onderwerp. Goede kapoenenactiviteiten kenmerken zich dan ook door spel, fantasie, afwisseling en tijd om in te gaan op dat wat kapoenen onderweg tegenkomen.
Kapoenen en zeehondjes hebben immers heel wat te ontdekken. Ze kijken met grote, verwonderde ogen om zich heen. Hun gezin is het centrum van de wereld. Voor hen is dat de onvoorwaardelijke thuishaven en de plaats waar ze heel veel leren. School vinden heel wat kinderen iets wat er bij hoort, ze zijn trots dat ze leren lezen en schrijven. Ze vertellen net zo honderduit over hun juf als over hun papa. Zijzelf en hun belevenissen staan daarbij centraal. In een groep samenwerken moeten ze nog leren, dat doen ze in scouting stilaan en onbewust. Ze wisselen vaak van vriendjes: kinderen die ze kennen en waarmee ze samen kunnen spelen, kunnen allemaal hun hart veroveren.
In de loop van die twee jaar dat ze zich kapoenen of zeehondjes mogen noemen, verandert er veel. Ze leren lezen, soms .etsen, doen hun eerste communie. Op weekend slapen ze voor het eerst niet in hun eigen bed, leren ze afdrogen en zien ze dat niet iedereen thee lust. Scouting geeft kapoenen de mogelijkheid om ‘andere' dingen te beleven, zonder het ‘verplichte' van school of het ‘normale' van huis. De kapoenentak wordt een eigen plek met ruimte voor pret, experiment en je plan leren trekken.
Tussen acht en elf jaar zijn scouts en gidsen kabouters en welpen.
Met een neus voor kattenkwaad klimmen kabouters en welpen in de bomen, graven ze putten, springen over slootjes en dansen in het rond. Stilletjes aan kijken ze verder dan hun eigen ikje en vinden ze andere kinderen, gewone en beste vrienden en vriendinnen. Tijdens deze ontdekkingstocht tasten ze grenzen af. Wat mag en wat mag niet? Sommige dingen vinden ze kinderachtig of keistom, andere super en cool.
Spel, spanning, avontuur, actie en afwisseling zijn belangrijk. Kabouters en welpen fantaseren er graag op los. Ruimtemannetjes ontmoeten in hun verhalen moeiteloos prinsessen, terwijl ze hardop dromen dat ze later dokter, boswachter of directeur van de speelgoedfabriek willen worden.
Verdriet, verliefd, boos, bang en blij komen naar voren in hun spel. Via toneeltjes, rolletjes, praten, dans en muziek leren ze die gevoelens gaandeweg beter benoemen en uiten.
Nu eens imiteren kabouters en welpen wat ze zien, dan weer gaan ze over tot pesterijen en nog een andere keer vormen ze een geheim genootschap met speciale regels en wachtwoorden. Zo groeien ze in zelfstandigheid en in ‘imago'. Meer en meer komt hun eigen karaktertje naar boven.
Jonggids of jongverkenner zijn betekent grote veranderingen meemaken. Ze gaan van meesters en juffrouwen naar leraars en leraressen, van de oudsten naar de jongsten van de nieuwe school. Ze groeien als nooit tevoren, hoewel dit bij de een al wat sneller gaat dan bij de ander.
Jonggidsen en jongverkenners worden van al die veranderingen best onzeker. Daarom spelen ze vaak op veilig. Idolen imiteren en erbij horen is het grote thema in de groep. Je ziet en hoort regelmatig nieuwe trends en rages opduiken: allemaal dezelfde kousen, ‘Romeo en Julia' als lievelingsactiviteit... En volgende week is het net andersom.
Jonggidsen en jongverkenners zeggen waar het op staat.
Ongenuanceerd, zwart op wit. Het ene vinden ze supercool, het andere belachelijk. De komende activiteit met de naburige Akabegroep wordt druk besproken. Zou onze patrouille wel meegaan? Mensen met een handicap zijn immers onbekend en misschien wel vies. Eentje durft de uitdaging aan: ‘We moeten het maar proberen, onze leiding deed er zo gewoon over en uiteindelijk hebben we elkaar als dat met die anderen niet gaat'. De activiteit wordt een succes en de jonggivers besluiten dat het best leuk kan zijn met jongeren met een handicap die vooral jonggivers blijken. Dat maakt naar scouting komen zo leuk: de groep is veilig en vertrouwd, de activiteiten uitdagend en nieuw.
Ze zijn op zoek naar zelfstandigheid en zetten zich graag af tegen ouders en leerkrachten. Grote monden horen vaak bij kleine hartjes. Evi zet de afgelopen dagen telkens een grote bek op over seks en condooms. Als haar leiding tijdens de platte rust vraagt waarom ze daar zo graag over praat, blijkt ze heel wat vragen te hebben over seksualiteit. Vragen die ze tijdens de les seksuele opvoeding niet durfde stellen. Door de ongedwongen houding van leiders of leidsters durven jonggidsen en jongverkenners moeilijke vragen toch af te vuren. Door alleen met hun patrouille op pad te gaan op tweedaagse en de weg te verliezen, ontdekken jonggidsen en jongverkenners zichzelf, anderen en de wereld.
Als je toont dat je naar hen luistert, hen apprecieert in wat ze doen, tonen ze op de meest onverwachte momenten wie ze werkelijk zijn. Anderszijn wordt leuk en interessant en het harde zoekwerk naar hun eigen ik wordt beloond met een totem: de kers op de taart.
Met Shakira, Eminem of Che Guevara als groot voorbeeld houden gidsen en verkenners zichzelf en anderen een spiegel voor. Ze steken uren tijd in hun kapsel, of net niet. Ze gaan voor uniek, speciaal, excentriek...
De ene week roken ze een joint, de volgende zijn ze geheelonthouder. Zo uiten gidsen en verkenners hun verlangen naar onafhankelijkheid. Experiment, dat is het woord dat bij givers hoort. Ga samen met hen op zoek naar nieuwe uitdagingen, ga met zijn allen kijken naar het toneelstuk van Karen, laat Evert de rest gidsen door Brussel en verruim zo je eigen horizon en die van de anderen.
Niet enkel uiterlijk, maar ook innerlijk veranderen gidsen en verkenners al wel eens van gedacht. Druk debatterend en experimenterend verzinnen ze hoe het anders kan. Hun ouders, leraars, de klas, godsdienst, de maatschappij...Hun verlangen naar anderszijn betekent niet dat ze niet op zoek zijn naar een plek waar ze zich thuisvoelen.
Vrienden en jongeren van dezelfde leeftijdsgroep nemen in hun leven een zeer belangrijke plaats in, terwijl het vele ouders zwaar valt om hun verkenner nog warm te maken voor een gezinsactiviteit. Hun vriendenkring is de plaats waar ze hun vele zorgen, emoties, twijfels en dromen kwijt kunnen. Intens, zo kan je het leven van een gids of verkenner het best omschrijven.
Jins zijn zoekers. Met open ogen en een grote gulzigheid staan ze in het leven. Keuzes zijn er bij de vleet: pedagogie of informatica, Leuven of Gent, scouting of basket.
Jins proberen hun eigen doelen en verwachtingen te realiseren en genieten dan ook van de vrijheid en de zelfstandigheid die ze in hun jintak krijgen. Het is een veilige plek waar ruimte is voor fouten en waar de mafste ideeën worden gerealiseerd.
Zo was de eerste fuif die de jins zelf organiseerden een jammerlijke .op: de datum stond fout op de af.che. Maar het idee van Bert en Tine om met een zelfgebouwde gocart naar de zee te rijden was meer dan geslaagd. En van de verwenactiviteit van de leiding de week daarna genoten ze ook stuk voor stuk.
Door samen aan een project te werken of een kamp ineen te boksen, leren jins niet enkel zichzelf, maar ook elkaar kennen. Ze genieten van uitdagingen waar ze hun zotheid en creativiteit kunnen botvieren, maar staan ook open voor meer intense momenten, zoals het geven van kleurentotems, waar ze hun serieuze en volwassen kant kunnen tonen.
Akabe staat voor de werking met, voor en door kinderen en jongeren met een handicap.
Akabe bestaat in verschillende vormen. Elk bijzonder op zijn eigen manier. Je hebt akabetakken in ‘gewone' groepen, akabegroepen die zich helemaal richten op kinderen en jongeren met een handicap. En ‘open' akabegroepen. Deze groepen richten zich naast kinderen met een handicap ook op kinderen zonder handicap. Daarnaast heb je ook nog ‘gewone' groepen die ook open staan voor kinderen en jongeren met een handicap, naast voornamelijk kinderen en jongeren zonder handicap.
Scouts en gidsen met een handicap verschillen eigenlijk niet zoveel van scouts en gidsen zonder handicap. Probeer net zoals bij andere leden te ontdekken waar je leden mee bezig zijn. Als dat verbaal niet lukt, ga dan op zoek naar andere manieren. Hou een kamertocht, vraag hen om zich te verkleden in een held. Wedden dat je heel wat te weten komt over waar je leden buiten scouting mee bezig zijn?
Els zit op kot, volgt muziekles en geeft basketbaltraining. In leiding staan betekent voor haar op zondag met de kapoenen komen spelen. Michiel woont vlakbij, heeft vroeg gedaan met werken en heeft geen andere grote hobby dan scouting. Hij is overal en altijd aanwezig als de groep iets organiseert. Michiel vindt scouting vooral iets om zich te amuseren, terwijl Els zich graag inzet voor anderen.
Leiding heb je, net zoals je leden, in alle maten en gewichten. Toch merk je dat ze langzaam geduldiger worden, makkelijker dingen gaan relativeren. Stijl en imago worden steeds minder belangrijk, gelukkig worden en de juiste keuzes maken worden onderwerp van gesprek. Hoewel hun leven zich kenmerkt door veranderingen, worden ze standvastiger en zekerder in wie ze zijn en wat ze willen.
Alle scouts en gidsen krijgen de kans om in leiding te komen. Bert die een licht mentale handicap heeft, blijkt een ongelofelijke .air te hebben om met de kapoenen om te gaan. Zijn medeleider Ivo houdt het na een half jaar bekeken om zich volledig te wijden aan het materiaalkot.