Zoek

Lopend Vuur!

Lopend Vuur

 

Lopend Vuur is niet alleen een boek, maar ook een spel! Speel dit spel om jonggivers kennis te laten maken met het boek of om in de loop van het jaar op een speelse manier te testen wat ze al opgestoken hebben uit het boek. Hier vind je een basisversie voor maximum acht spelers of spelgroepjes.

Speldoel

Elke speler of spelgroepje is een jonggiverpatrouille (de wolven, de vossen...). Het spelbord teken je op een groot laken of bord en bestaat uit verschillende wegen die naar het kampterrein leiden (zie tekening). De patrouilles proberen als eerste het kampterrein te bereiken.

Onderweg paseren ze op een aantal locaties (bos, moeras...). Op elke locatie staan gekleurde totempalen. Een patrouille moet minstens drie verschillende totempalen verzameld hebben voor ze op het kampterrein aankomen. Bedenk eventueel bijkomende doe-opdrachten of praktische proeven (ontcijfer een morsebericht, sjor een driepikkel...) die de spelers moeten uitvoeren vooraleer ze de totempaal krijgen.

Spelverloop

Bij de start mag elke patrouille twee voorwerpkaartjes nemen. Deze voorwerpen kunnen erg handig of een last zijn voor de tocht. Je legt de voorwerpkaartjes zichtbaar voor je. Voorwerpen die je via een gebeurtenis of ruilen krijgt, tellen onmiddellijk mee om het aantal plaatsen vooruit te bepalen.

Je speelt het spel in ronden. De speler die aan de beurt is, werpt de dobbelstenen. Er zijn twee dobbelstenen: de stapdobbelsteen (met ogen) geeft het aantal plaatsen dat een patrouille vooruit mag gaan op het spelbord; de actiedobbelsteen (met kleuren of symbolen) geeft aan wat er moet gebeuren. Je voert altijd eerste de actie uit, pas dan mag je vooruit gaan. De actie kan er namelijk voor zorgen dat je meer of minder plaatsen vooruit mag. Dit zijn de mogelijke acties:

  • Gebeurtenis. Neem een gebeurteniskaartje. Pech of geluk onderweg zorgen ervoor dat je sneller of trager vooruit gaat. De voorwerpen kunnen een voor- of nadeel zijn bij de gebeurtenis. Een gebruikt voorwerp moet je inleveren.
  • Vraag. Neem een vraagkaartje. Wie juist antwoord, mag dubbel zoveel ogen vooruit. Je mag het antwoord ook opzoeken in het handboek: dan mag je het gegooid aantal ogen vooruit. Wie fout antwoordt blijft staan. De ‘vraag’ komt twee keer voor op de actiedobbelsteen.
  • Spel. Bedenk een kort, maar krachtig spelletje dat je even met de ganse groep speelt. Als je binnen de 10” geen spel kan bedenken, moet je een kaart trekken van de stapel spelkaartjes en speel je het spel dat op het kaartje staat. In dat geval ga je het aantal ogen dat je gooide achteruit in plaats van vooruit.
  • Voorwerp. Je mag een extra voorwerpkaartje nemen.
  • Ruilen. Ruil een voorwerp met een andere patrouille. Je mag zelf kiezen welk voorwerp je wil, van wie en welk voorwerp je in de plaats geeft.

Voorwerpen

Er zijn 32 voorwerpen in het spel.

  • Gewone voorwerpen: sjortouw (4x), EHBO-kit (4x), lucifers (4x), lunchpakket (4x), drinkbus (2x), fluitje (2x), regenjas (2x), stafkaart (2x).
  • Speciale voorwerpen: stapschoenen (4x) (tel altijd één bij bij het aantal gegooide ogen); sjorbalk (4x) (trek altijd één af van het aantal gegooide ogen). Als je twee paar stapschoenen hebt, mag je twee bijtellen. Stapschoenen én sjorbalk heffen elkaar op.

Gebeurtenissen


De gebeurtenissen staan op rode kaartjes. Dit zijn mogelijke gebeurtenissen:

  • Je bent de weg kwijt. Ga het aantal gegooide ogen achteruit in plaats van vooruit. Als je de stafkaart hebt mag je gewoon vooruit.
  • Je hebt blaren aan je voeten en blijft een beurt zitten. Als je een EHBO-kit of stapschoenen hebt, mag je wel vooruit.
  • Er stopt een auto die je een lift aanbiedt. Als je een sjorbalk bij hebt, ga je gewoon het aantal ogen vooruit dat je gooide. Anders gooi je opnieuw met de dobbelsteen. Bij 6 stap je in en ga je 10 plaatsen vooruit. Bij 1-5 heb je pech, de bestuurder rijdt in de gracht en je gaat 10 plaatsen achteruit.
  • Je wordt overvallen door een hongerige beer. Je verliest alle lunchpakketten, behalve als je een fluitje hebt om de beer weg te jagen.
  • Je komt aan een beek. Als je sjortouw én sjorbalken hebt, kan je een brug bouwen om er over te raken en ga je het aantal gegooide ogen vooruit. Anders blijf je staan.
  • Je krijgt aardappelen en vlees op een bevoorradingspost. Als je lucifers hebt kan je een voedzame maaltijd koken op een woudlopersvuur en mag je dubbel zoveel ogen vooruit als je gooide.
  • Het begint te onweren. Je moet gaan schuilen en blijft deze beurt staan. Bovendien worden je lucifers nat en onbruikbaar, behalve als je een regenjas hebt.
  • Je hebt een tekenbeet. Blijf waar je bent en wacht daar tot de leiding je komt helpen. Als je een EHBO-kit hebt mag je verder gaan.
  • Je hebt reuzehonger. Als je een lunchpakket hebt mag je vooruit gaan. Zonder lunchpakket word je slechtgehumeurd en ga je maar half zoveel ogen als je gooide vooruit (naar beneden afronden).
  • De foeriers passeren met hun bestelwagen. Je mag je sjorbalk meegeven en bent er vanaf.
  • Je loopt door een modderpoel en verliest je stapschoenen.
  • De boswachter houdt je tegen en je moet al je lucifers afgeven.
  • Je komt een andere patrouille tegen die zonder water zit. Als je een drinkbus hebt, kan je je drinkwater delen. Uit dankbaarheid mag je met die patrouille van plek wisselen: kies zelf een patrouille (die geen drinkbus heeft) en verwissel je pion van plek met die patrouille.
  • Je komt de leiding tegen op een controlepost. Je mag een voorwerp ruilen in de materiaalkist (kies één voorwerp uit de stapel voorwerpkaarten en steek een van je kaarten terug in de stapel).
  • Je wordt betrapt met een fles Tequila in je rugzak en wordt terug aan de start afgezet.
  • De leiding heeft tweede zit en wordt vervangen door andere leiding. Schud de kaarten van de gebeurtenisstapel!

Materiaallijstje

spelbord