Zoek
Pesten

Pesten is een complexe problematiek. Hier proberen we je wegwijs te maken in hoe je hier best mee omspringt.

Verschil plagen en pesten

Verschillende partijen

Basisregels

Pestactieplan in je groep

Pesten voorkomen

Verschil plagen en pesten

Verschillende partijen

De gepeste

  • Fysiek zwakker.
  • Wijkt af van de groepsnorm.
  • Is angstig en onzeker.
  • Heeft een lager zelfbeeld.
  • Is onzeker in sociale contacten.
  • Reageert niet op de gepaste wijze onder druk.

De pester

  • Fysiek sterker.
  • Vertoont agressief gedrag. Ondanks zijn eigen zwakheid en onzekerheid
  • Heeft het moeilijk om met druk om te gaan.
  • Dwingt populariteit af.
  • Lijkt zelfverzekerd.
  • Heeft een zwak inlevingsvermogen

De meeloper

  • Is bang om zelf gepest te worden.
  • Wil voordeel halen uit het pesten.

De zwijgende middengroep

  • Is niet direct betrokken bij het pesten.
  • Weet niet hoe met de voortdurende onveiligheid om te gaan.
  • Zijn medebepalend voor het voortduren van het pesten.

 

Basisregels                                                                                              

Er zijn een aantal basisregels voor de aanpak van pestgedrag:                                      

  • Neem het probleem serieus en accepteer de situatie niet.
  • Benoem wat je ziet in de groep en grijp in.
  • Besluit samen met het kind wat er gedaan moet worden.
  • Laat het kind weten dat je om hem geeft en dat je hem steunt.
  • Probeer het kind gevoelig te maken voor wat zijn gedrag betekend voor anderen. Hou het eens de spiegel voor
  • Kom in actie!
  • Zet nooit stappen voor je toestemming hebt gekregen van het kind.

 

Pestactieplan in je groep

 Wil je een goed pestactieplan opstellen neem dan zeker een kijkje hier  vanaf pagina 13.

  • Regels en afspraken opstellen en bekend maken.
  • Controleren van regels en afspraken.
  • Vertrouwenspersoon aanduiden en profileren.
  • Informeren en zoeken naar oplossingen.

 

Wat kan je doen om te voorkomen dat een kind gepest wordt?

 

  • Leer het kind voor zichzelf en anderen op te komen.
  • Geef de gelegenheid om dit te oefenen.
  • Leer het kind om hulp vragen. Laat merken dat je luistert en dat je hem steunt in het zoeken naar eigen oplossingen.
  • Toon interesse in wat het kind doet.
  • Geef het regelmatig een complimentje.
  • Probeer conflicten op te lossen door erover te praten.
  • Kinderen leren het meest van de voorbeelden die ze krijgen.
  • Als je zelf respect en waardering toont voor anderen, leren kinderen dat anderen niet eng of vreemd zijn.
  • Grijp in als je merkt dat kinderen erg agressief zijn of als je merkt dat kinderen systematisch worden buiten gesloten.

 

Bronnen

www.klasse.be

Janssens C., Lardeur C., Peeters S., e.a. (1996), pesten in het jeugdwerk, Brussel, BDJ – Jeugd & Vrede.