Zoek
Alle tips voor een evenwichtige leidingsverdeling

Een goeie leidingsploeg is evenwichtig verdeeld. Maar hoe zorg je daarvoor?

Zoek met je leidingsploeg criteria die jullie belangrijk vinden en zet ze in volgorde van belangrijkst naar minst belangrijk. Achteraf helpt dat om voor een bepaalde leidingsverdeling te kiezen.

Mogelijke criteria:

  • Evenwicht ervaren-nieuwe leiding
  • Evenwicht interesses
  • Evenwicht karakters
  • Eerstejaars leiding niet bij de oudste takken
  • Hoeveel leiding per takploeg?
  • Geen koppeltjes samen in leiding
  • Evenwicht jongens/meisjes
  • Continuïteit: iemand met ervaring in die tak blijft daar nog een jaar om ervaring door te geven.
  • Vrienden
  • Geen leiding als er familie in dezelfde tak zit
  • Geen broers of zussen samen in leiding
  • Geen kliekjes
  • Groepsleiding staat niet samen in dezelfde tak
  • Leiding die meegroeit met leden
  • De leiding heeft talenten die aansluiten bij de leefwereld van de leden. Bijvoorbeeld creativiteit bij de kapoenen of avontuurlijke ingesteldheid bij givers.

Hou bij een leidingsverdeling ook rekening met de ideale verhouding leden/leiding. Wanneer jullie een gemengde groep zijn, vragen we ook om in elke gemengde tak minstens 1 leider en minstens 1 leidster te hebben.

 

Stap 1: Weet wat je leiding wil

Ga na wat de motivatie is van elke leiding. Je kan dit informeel vragen tijdens het kamp, op café of tijdens een gesprek. Of je vraagt het formeel door iedereen een vragenlijstje te laten invullen waarbij ze opgeven in welke tak ze willen staan en in welke absoluut niet.

Stap 2: Weet wat je leiding kan

Elke leiding heeft zijn eigen talenten. Probeer deze te achterhalen en bepaal bij welke tak ze welke competentie het best kunnen inzetten. Elke takploeg moet veel verschillende competenties hebben, daarom is het belangrijk dat elke tak over verschillende types van leiding beschikt. In de InLeiding kan je tien types van leiding (en hun bijhorende competenties) terugvinden, deze kan je gebruiken als uitgangspunt:

  • De teamspeler (wiens sleutelcompetentie samenwerken is) 
  • De leid(st)er in wording (wiens sleutelcompetentie zelfontplooiing is) 
  • De doorzetter (wiens sleutelcompetentie resultaatgerichtheid is) 
  • De democraat (wiens sleutelcompetentie betrokkenheid bij de groep is) 
  • De gever (wiens sleutelcompetentie dienstbaarheid is) 
  • De manager (wiens sleutelcompetentie plannen en organiseren is) 
  • De kunstenaar (wiens sleutelcompetentie creativiteit is) 
  • De huisvader/huismoeder (wiens sleutelcompetentie betrouwbaarheid is) 
  • De kameleon (wiens sleutelcompetentie inlevingsvermogen is) 
  • De leermeester (wiens sleutelcompetentie scouting overdragen is).

Stap 3: Weet wat je groep nodig heeft

Als groepsleiding vertrek je vanuit de talenten van de leiding en van de ledenverdeling, het zogenaamde omkaderingscijfer per tak. Het omkaderingscijfer staat voor de verhouding tussen het aantal leiding en het aantal leden. Ideaal gezien is de verhouding: 1 leid(st)er per 5 kapoenen of kabouters en welpen, 1 leid(st)er per 6 jong-givers, givers of jins, 1 leid(st)er per drie akabe- of Open Kampleden. Elke tak heeft minimum 2 leid(st)ers.

Omkaderingscijfer: [het aantal leden] / [het aantal leiding]

Score:

  • Van 0 - 6: Je kan nog groeien in leden. Ledenwerving is een optie!
  • 6 - 7: Jullie zitten goed, doe zo verder!
  • 7 - 12: Zoek meer leiding! Denk aan een ledenstop!

Ook tijdens de leidingsverdeling streef je naar evenwicht. Zorg er bijvoorbeeld voor dat niet alle nieuwe leiding in dezelfde tak zitten en alle ervaren leiding in een andere. Probeer ook te streven naar een goede balans tussen werkende en studerende leiding, zo kan je de scoutswerking tijdens examenperiodes waarborgen. Hou ook best rekening met de leeftijd van de leiding zelf: een eersteof tweedejaars leiding bij de givers is niet altijd een goed idee.

Stap 4: Zoek een goede aanpak

Vertrek je vanuit een voorstel van de groepsleiding en bouw je daarop verder? Ga je aan de slag met voorstellen van de leiding zelf? Zorg ervoor dat iedereen inspraak krijgt. Het is belangrijk voor de motivatie van de leiding dat ze weten waarom bepaalde keuzes gemaakt worden. Als er specifieke regels gelden binnen jouw groep, bekijk die samen met de leiding of ze nog relevant zijn. Bijvoorbeeld, broers of zussen mogen geen leiding zijn van elkaar, geen koppeltjes binnen de takploeg…