Zoek

belonen en straffen

Eigenaar: Ploeg Vorming In Scouting

Type: inhoud

Korte omschrijving:

Belonen en straffen kan op heel verschillende manieren. Ook hier is het belangrijk om je aanpak aan te passen naar de situatie en de leden die betrokken zijn bij de situatie.
Het is logisch om te straffen als er iets mis loopt, maar we vergeten makkelijker regelmatig te belonen in positieve situaties. Geef ook aan leuke situaties voldoende aandacht en durf je leden in de bloemetjes te zetten!



Lange omschrijving:

Belonen

Soorten

• Materiele beloningen zijn tastbare dingen (bv. snoep).
• Activiteitsbeloningen zijn dingen die de leden graag doen (bv allemaal zwemmen in de beek omdat de afwas zo snel gedaan is, vrije tijd om wat te voetballen of aan hun kamp verder te bouwen).
• Sociale beloningen hebben te maken met lof, aandacht, vriendelijk zijn, aanmoediging. Zij vormen de belangrijkste beloning. Waardering van de leiding zorgt voor een gevoel van eigenwaarde. Zo moedig je hen aan in wat ze doen en schep je bovendien duidelijkheid over de onderlinge relatie, de regels en afspraken. (bv een jonggiver prijzen voor zijn stevige sjorring).

Goede beloning

Zeven aandachtspunten waar je best rekening mee houdt als je beloont.

1. Afspraken over belonen moet je ook nakomen: als een bepaald gewenst gedrag een beloning werd beloofd, dan moet die er ook komen.
2. Een beloning (bv. Aandacht) werkt het best als ze zowel in tijd als plaats nauw aansluit bij het gedrag.
3. Een verrassende beloning heeft grotere waarde. Zorg voor voldoende afwisseling.
4. Beloon ook niet na élk gewenst gedrag (sociale beloningen kunnen vaker gegeven worden).
5. Een beloning moet voor de leden de betekenis van een beloning hebben.
6. Het is beter vaak te belonen dan groots te belonen.
7. Ook het wegvallen of verminderen van een straf is een beloning. Als dit echter vaak gebeurt, kan de straf invloed verliezen.

Straffen
Soorten

• Fysieke straffen: (een tik, slaan bv.) zijn uiteraard uitgesloten. Geen enkele opvoeder mag ooit een kind pijn doen. Ook het op de knieën zitten of rondjes lopen zijn hier vormen van.

• Activiteitsstraffen: gericht om kinderen buiten het spel te plaatsen, dingen te onthouden of hen bepaalde onaangename taken te laten doen.

• Onthoudingsstraf: kind iets plezierigs ontnemen.
• Buiten spel plaatsen: kind uit de omgeving verwijderen waar het ongewenste gedrag zich afspeelt.
• Correctie: schade herstellen.
• Over correctie: schade herstellen en wel zodanig dat de toestand nog beter wordt dan voor zijn ongewenste gedrag.
• Taken opleggen: taak staat niet direct in verband met ongewenst gedrag maar is wel zinvol.
• Verzadigingsopdrachten: laat het kind het ongewenste gedrag meerdere keren na elkaar stellen. De kans bestaat dat hij / zij het gedrag uit zichzelf niet meer leuk vindt.

• Sociale en psychologische straffen: als iemand bespotten, verwijten maken, uitsluiten, schelden, bekritiseren, ostentatief zuchten, … Ze doen een kind vaak véél meer pijn dan fysieke straffen.
Wie respect heeft voor kinderen, doet dat niet.
o De enige uitzondering die je hierop mag maken is de uitbrander of het standje. Het is nooit de bedoeling om een persoon af te keuren, hou je focus bij een verbale afkeuring op het gedrag dat iemand stelt en maak duidelijk wat er dan wel van hem verwacht wordt. Oogcontact en (de mogelijkheid tot) fysiek contact zijn hierbij heel belangrijk. Deze vorm van terechtwijzing gaat vaak samen met specifieke gezichtsuitdrukkingen of gebaren.

• ongewenst gedrag negeren kan gezien worden als een straf. Dit is enkel bij bepaalde soorten gedrag bruikbaar, bv bij aanhoudend gezeur of vervelend aandacht zoekend gedrag.

Goede straf: 12 aandachtspunten

Veel opvoeders straffen kinderen om te tonen dat ze boos of ontgoocheld zijn. Daar dient straf niet voor. Goede straf wil ongewenst gedrag afleren en fouten herstellen. Ze helpt kinderen zich mee verantwoordelijk te voelen voor hun gedrag. De volgende aandachtspunten helpen je om je goed, consequent en opbouwend te straffen.

1. Geef geen straf op het moment dat je erg boos bent. Zeg dat je erg boos bent en dat de straf nog volgt. Bedenk een straf als je wat rustiger bent. Dit voorkomt dat je in een opwelling straffen geeft die niet in verhouding zijn met het foute gedrag.
2. Vertel waarom het gedrag niet gepast is en wat het in de toekomst daaraan kan verbeteren.
3. Om het gedrag van een kind te veranderen, kan straf niet de eerste strategie zijn. Met aanmoedigingen en stapsgewijs aanleren kan je ook je resultaat bereiken.
4. Een straf moet ook écht een straf zijn voor het kind. Het mag het niet weglachen.
5. Ongewenst gedrag neem toe als je nu eens en dan weer niet straft. Weest consequent. Het is daarom belangrijk om je in je leidingsploeg duidelijke afspraken te maken.
6. Duidelijke afspraken met de ganse leidingsploeg zijn belangrijk. Zorg dat de leden weten waar de grenzen liggen en wanneer ze zich aan een straf kunnen verwachten.
7. Bestraf enkel het foute gedrag van het kind, niet het kind als persoon. Een straf moet zinvol zijn, liefst gelinkt aan het foute gedrag.
8. Een aangekondigde of afgesproken straf moet ook worden uitgevoerd. Anders heeft de straf geen effect.
9. Dreig niet met straffen die onuitvoerbaar zijn.
10. Wees mild. Een straf moet niet erger zijn dan nodig.
11. De straf moet snel volgen op het ongewenst gedrag. Hoe sneller, hoe groter het effect.
12. Elke straf heeft ook een einde. Na het straffen is het belangrijk om met een schone lei te beginnen en het positieve gedrag duidelijk te belonen.
Bronnen:
Oudercursus Straffen en niet-straffen, Ludo Driesen, klinisch psycholoog en gedragstherapeut.
Schoolvoordracht Als beloning krijgen je geen straf, Lieve Coppens. www.klasse.be



in