Zoek

Brainstormen

Eigenaar: Ploeg Groepsleiding

Korte omschrijving:
Methodiekjes om meer te brainstormen dan een flap en stiften

Doelpubliek:
  • leiding
  • groepsleiding
  • dcs

Tijdsduur: <= 2 uur

Verloop:

Doelstelling :

Laten zien ( en zelf uitproberen ) dat brainstormen meer en leuker kan zijn dan “een flap ophangen en noteren”. Duidelijk maken dat een brainstorm verschillende doelen kan hebben ( opwarmen, opsommen,…)

- ideeën meegeven over brainstormen

- brainstormtechnieken meegeven

 

Let op : je moet zelf de werkwinkel wat voorbereiden door materiaal te verzamelen of een inkleding te verzinnen.

De werkwinkel biedt ook ideetjes die je als GRL of DC direct kan uittesten op je vergadering.

 

Hoe?

 

* in 2 groepen: zaklopen-estafette (max. 10 minuten):

doel: zoveel mogelijk ballonnen verzamelen

in deze ballonnen zitten kaartjes met ideeën/theorieën over brainstormen               (vb.: brainstormen vereist creatief denken, je moet eerst wat opwarmen om te kunnen brainstormen, brainstormen geeft eerst altijd de klassieke dingen dan pas komt de wilde fantasie naar boven, je moet tijd maken om te kunnen brainstormen, brainstormen betekent niet het leukste wildste idee vinden, iedereen kan brainstormen,…)

We overlopen vervolgens kort de kaartjes.

 

*creatief denken stimuleren: opwarmertjes spelen

vb.: verzin een adjectief met dezelfde beginletter als je naam ‘brave Barbara’;

vb. geef een kurkentrekker door en verzin steeds een andere functie 

(max 5 minuten)

 

*brainstormtechnieken voorstellen en doen: (45 minuten)

Het uitgangspunt dat je kan gebruiken als inkleding :

wij zijn een reclamebureau en moeten het imago van een bepaald circus verbeteren

 

opm.: je kan bewust niet kiezen voor een ‘scouts-of gidsenthema’ omdat we de aandacht willen vestigen op de technieken zelf en niet op de inhoud van de brainstorm

 

 

1. Woordslangbrainstorm

onderwerp: verzin een nieuwe dierenact

Iedereen zit in een kring. Om beurt verzin je een nieuwe dierenact. Deze act moet wel beginnen met de laatste letter van het vorige woord (vlooientrampoline - everzwijndans -...)

Deze brainstorm kan gebruikt worden om bijvoorbeeld een nieuwe naam voor het groepsblaadje te verzinnen of met een nieuw kampthema op de proppen te kunnen komen.

2. Quiz

onderwerp: verzin een stunt

De groep wordt in twee verdeeld. Er worden quizvragen gesteld. Diegene die het juiste antwoord kent, mag op een grote flap allerlei voorstellen neerschrijven tot het volgende goede antwoord wordt gegeven. Tussen het quizzen door, is het dus de bedoeling dat je allerlei nieuwe plannen bedenkt. Voorwaar geen gemakkelijke opdracht! Op het einde wordt nagekeken welke groep de meeste activiteiten uitgevonden heeft.

 

Deze brainstorm kan gebruikt worden om bijvoorbeeld een nieuwe geldactiviteit te verzinnen.

 

 

3. Verf en papier

onderwerp: verzin een nieuw naambord

Iedereen krijgt verf en papier en begint te schilderen. De spelleid(st)er geeft het schilderende publiek telkens een woord of begrip waardoor ze zich kunnen laten inspireren (bv. circus, discotheek, hemel en hel, snelheid, enz.) 

 

Deze brainstorm kan gebruikt worden om het lokaal in te kleden.

 

 

4. Vogelpik

onderwerp: verzin een nieuwe naam voor het circus

Er wordt om beurten met pijltjes naar een bord met ballonnen gegooid. In de ballonnen zitten lege kaartjes. Op die kaartjes worden ideeën geschreven, die aan een prikbord omhoog worden gehangen.

 

Deze brainstorm kan gebruikt worden om bijvoorbeeld ideeën voor een groepsactiviteit te verzinnen.

 

 

5. Verhaal vertellen

onderwerp: welke gast wordt er uitgenodigd?

Iedereen ligt met zijn ogen dicht en luistert naar een verhaal. Bij stilte vullen ze zelf het verhaal aan.

 

Deze brainstorm kan gebruikt worden om bijv. een bepaald probleem te schetsen  bij bv. ledenwerving.

 

 

6. Tijdschriften en kranten

onderwerp: verzin een nieuwe slogan

Iedereen zoekt in tijdschriften en kranten naar geschikte slogans.

 

Deze brainstorm kan gebruikt worden om bijvoorbeeld een thema voor de groepsmis te vinden.

 

7. Muziek

onderwerp : operettemuziek

Iedereen sluit de ogen en de muziek wordt aangezet. Wat heb je je voorgesteld, welke beelden kwamen in je op als je de muziek aanhoorde ?

 

Tussendoor kan je elke methodiek met de groep kort even bespreken : wat vond je leuk, vind je de methodiek bruikbaar en waarom ? Wat zou je veranderen ?

 

 

 

8. Associatiespel

Doel : het gesprek gemakkelijker op gang brengen rond gesprekonderwerpen waarbij de groepsleden gewoonlijk moeilijker loskomen. De verschillende deelaspecten van een ruim thema ontdekken, die dan nadien afzonderlijk kunnen aangepakt worden.

Deelnemers : 5-12personen

Materiaal : bord en krijt of papier en stiften

 

Verloop : de gesprekleider schrijft een kernwoord in het midden van het bord of het papier ( in een cirkel of een vierkant ). De groepsleden schrijven rond dit woord een idee op dat spontaan opkomt bij het lezen van het kernwoord. Het eerste idee dat ze opschrijven wordt onderstreept. Daarna kunnen nog meer ideeën worden opgeschreven. Men mag ook één keer reageren op de reacties van de andere groepsleden.

 

Wanneer iedereen iets geschreven heeft, kan elk meer uitleg geven of vragen. Ook eventuele aanmerkingen op reacties worden besproken. Uit het gesprek krijgt de groep een duidelijk beeld van de verschillende facetten van het thema en daaruit kan bv. één punt gekozen worden om mee verder te gaan.

 

De associatieruimte kan beperkt of afgebakend worden door bv. bij het kernwoord een vraag te stellen of in plaats van een woord een zin of gedachte op te schrijven.

In plaats van een woord kan ook een foto, dia, tekening, affiche,…als uitgangspunt genomen worden.

 

Variante :

Een andere vorm van associëren, nog sterker geleid, hier uitgewerkt voor een gesprek over visie op mens, kerk en maatschappij. Je tekent twee vierkanten in elkaar. In het binnenste vierkant schrijf je een hele reeks situaties of ruimten waarmee iedereen dagelijks geconfronteerd wordt.

De bedoeling is dat de deelnemers begrippen kiezen uit het middelste vierkant en deze verbinden met situaties uit het tweede vierkant. Over deze verbinding kunnen ze daarna hun genoegens of ongenoegens kwijt tijdens een groepsgesprek.

 

 

 


Bijlages:

in