Zoek

Conflicthantering

Eigenaar: Ploeg Vorming In Scouting

Korte omschrijving:
De leidraad voor het geven van de werkwinkel Conflicthantering volgens een modulair systeem. Approved by het Hoofdanimatorteam.

Doelpubliek:
  • leiding
  • groepsleiding
  • dcs

Tijdsduur: <= 1/2 dag

Verloop:

Dit document is een leidraad voor het geven van de werkwinkel conflicthantering gebaseerd op een modulair systeem. Zoals je zult zien, is de geschatte tijd van de hele leidraad 3 uur.  Je moet hem dus niet strikt volgen van de eerste tot de laatste stap, tenzij uit je groep komt dat ze moeten beginnen bij het begin en je 3 uur de tijd hebt.

Het individualiseringsprincipe, ofte 'op maat werken' en rekening houden met verschillen is erg belangrijk bij het geven van werkwinkels. Stap 2 in deze leidraad beantwoordt aan deze behoefte. Check goed welke groep je voor je hebt, met welke vragen ze worstelen, wat zij willen bereiken op het einde van de werkwinkel en stem je werkwinkel daar op af.

Deze leidraad gaat dan ook uit van een modulair leersysteem. Als je merkt dat je met een groep gevorderden zit, dan is het aan te raden om de basis van de theorie gewoon even kort te overlopen via enkele kaders op flappen. Het is hierbij niet meer nodig om alle methodieken te gebruiken om deze theorie in te oefenen. Je kan dan na het kort overlopen van de theorie direct overgaan naar bijvoorbeeld 'management van een conflict' of zelfs 'bemiddelen'.

Je kan gerust andere methodieken of cases gebruiken als deze beter afgestemd op je publiek lijken. Het is natuurlijk wel zo dat de volgorde van deze stappen aan te raden is. Merk je echter dat je groep nood heeft aan een actief tussendoortje, smijt er dan ook zeker een 'energizer' tussen.

Voor een groep beginners - bijvoorbeeld op basisweekend Hoofdanimator - is het zeker aan te raden om gewoon de stappen te volgen vanaf stap 1. Het is gebleken dat zij de werkwinkel dan ook goed evalueren.

Een tip is ook nog om de theoretische delen/kaders kort op flappen of op een bord te tekenen.

1. Kennismaking - 10' (stickers - etiketten)


Te kiezen of te combineren uit :

  • Elevatorpitch (letterlijk "lift-verkooppraatje"): Korte voorstelling van jezelf, waarbij je jezelf probeert te verkopen op een tijdspanne tussen 30 seconden tot 2 minuten.

Hulpvragen: Wie? Functie binnen scouts? Wat doe je nog in het leven? Waar ben je goed in? Wat wil je nog doen/leren?

 

  • Wat voor ... (dier, snoepje, muziekstijl, ...) ben jij?
    Stel je voor a.d.h.v. een ... (superheld, cocktail, gebouw, ...).

 

  • Uniek: Stel je voor door een eigenschap die niemand anders heeft. Uitbreiding : In kring zitten. Iedereen zegt om de beurt een stelling in de vorm van 'Ik heb al/nog nooit ... Al wie hierop 'ja' kan antwoorden moet een stoel opschuiven. Tenzij er al iemand op je schoot zit, dan moet je blijven zitten.
     
  • Waar/Niet waar: Kies 3 stellingen, waarvan 2 niet waar zijn en 1 wel waar. De groep moet raden welke waar is.

  • Etikettenspel: Ieder zoekt een partner die hij niet kent, waarmee hij dan een gesprek heeft a.d.h.v. een onderwerp of een vraag van de begeleiding. Na 2 minuten geeft de begeleiding een signaal, waarop het gesprek moet samengevat worden met 1 woord dat op een sticker wordt geschreven en op de kledij van de ander wordt geplakt. Hierna worden andere partners gekozen.

               Mogelijke onderwerpen/vragen zijn :

                               Wat zijn je dromen?

                               Is er leven na de dood?

                               Voor welke humor val jij?

                               Wat is kunst?

                               Wat is de grootste levenswijsheid die jij iemand zou willen meegeven?

                               Wil je later kinderen?

                               Van welke muziek hou je?

                               Wat betekent 'geloven'?

                              

  • Beperkte keuze: In de ruimte worden twee afzonderlijke gebieden afgebakend. Voor elke vraag verzamelen de deelnemers in het midden van de ruimte. De begeleiding leest een zin voor  (bijvoorbeeld : "Ik ben een stromende bron of een rustig meer"). De deelnemers maken hun eigen keuze en gaan aan de kant van de kamer staan van hun keuze: aan de rechterkant de stromende bronnen en aan de linkerkant de vredige meren. In beide gebieden splitsen de deelnemers zich op in 2 of 3-tallen en vertellen in twee minuten elkaar de reden van hun keuze. Iedereen komt dan terug naar het midden van de ruimte en de begeleiding leest een nieuwe zin voor. 5 tot 6 zinnen zijn voldoende. De deelnemers kiezen bij voorkeur iedere keer andere partners.

               Voorbeelden van zinnen :

                               Ik bespaar geld of ik geef geld uit

                               Ik leef graag in een stad of op het platteland

                               Ik geef de voorkeur aan het ontbijt of het avondeten
                               Ik hou van de zomer of de winter
                               Ik let altijd op of ik ben een dromerig persoon
                               Ik ben gelovig of ongelovig
                               Ik ben een sportief persoon of een intellectueel
                               Ik verdedig mijn standpunt of ik volg makkelijk de mening van een ander
                               Ik ben intuïtief of rationeel
                               Ik ben een haas of een schildpad
                               Ik ben een toetsenbord of een ganzeveer
                               Ik ben een vallende ster of een vuurtoren op de top van een duin
                               Ik ben een waslijn of de staart van een vlieger
                               Ik ben een bord met het opschrift "verboden toegang" of "openbaar gebied"
                               Ik rijd een motor of een fiets
                               Ik ben een berg of een vallei

  • Speciale vragen: Laat heel de groep rondlopen in de ruimte tot je 'stop' zegt. Wanneer je 'stop' zegt, moeten ze stil blijven staan en praten met de persoon waarbij ze het dichtste staan. Ze moeten elkaar elk één vraag stellen die ongewoon is, bijvoorbeeld 'Hoe wil je herinnerd worden?'. Vragen die uit den boze zijn bij dit kennismakingsspel zijn 'Vanwaar ben je? Wat doe je binnen scouts? Hoe oud ben je?

Na 2 minuten zeg je 'start' en moeten ze terug rondlopen tot je terug 'stop' zegt en dan herhaalt zich het proces.

 

Uitbreiding: Als je veel tijd hebt voor de kennismaking, kan je na enkele keren iedereen terug laten zitten en personen laten voorgesteld worden door de groep. De persoon die voorgesteld wordt, mag niets zeggen. Hij mag enkel op het einde zeggen of er geen onjuiste dingen zijn gezegd.

2. Verwachtingen/beginsituatie peilen - 10' (flappen, stiften)

  • Een flap in het midden leggen met 'Conflicthantering' op. Ieder moet minstens één verwachting of doel opschrijven die ze hebben voor deze sessie.

                Wanneer ieder dit gedaan heeft, overloop je even kort wat de verwachtingen zijn en of deze realistisch zijn. Wanneer er bijvoorbeeld 'pesten' staat, is het goed om te verwijzen naar 'Animatorcursus'. Wanneer er staat 'Expert worden in bemiddelingsprocessen', kan je zeggen dat er gaat getracht worden dit aan te halen, maar dat er niet genoeg tijd is om dit binnen één sessie 'Conflicthantering' te doen.

  • Dan vraag je aan de cursisten om voor zichzelf een conflict op te schrijven dat ze zelf hebben meegemaakt  en waarbij ze zelf één van de twee partijen waren (liefst uit de scoutscontext) waarbij zeker een kleine beschrijving wordt gegeven van het echte probleem, de aanleiding, de partijen en hoe ze hierop reageerden en hoe ze zich daarbij voelden. Ze schrijven dit in hun schriftje zodat ze hier tijdens het verdere verloop van de sessie nog naar kunnen teruggrijpen. Dit mag dus in kernwoorden. Het dient als geheugensteun voor later tijdens de sessie.
  • Ieder individueel een kaartje geven met een opdracht op. Elke opdracht werkt op een manier wel een andere tegen. Iedereen even laten buitengaan en dan terug laten binnenkomen en hun opdracht laten verwezenlijken. (Belangrijk hierbij is dat de opdrachten altijd als paar worden uitgedeeld.)

3. Energizer - 5' (flappen, kaartjes)

               Voorbeelden van opdrachten :

                               Loop heel de tijd achter iemand aan

                               Zorg ervoor dat niemand achter iemand anders loopt

                               Zwem de ruimte over

                               Zorg ervoor dat niemand de ruimte overzwemt

                               Zing een bekend liedje

                               Zorg ervoor dat het stil is in het lokaal

                               Probeer zo hoog mogelijk te geraken in het lokaal

                               Zorg dat iedereen met zijn voeten op de grond blijft

                               Leg je op de grond

                               Zorg ervoor dat niemand op de grond gaat liggen

                               Doe je schoenen uit en draag ze als 'handschoenen'

                               Zorg ervoor dat iedereen zijn schoenen aanhoudt aan zijn voeten

                               Probeer iemands broek af te trekken

                               Zorg dat iedereen zijn broek aanhoudt

                               Maak het lokaal zo wanordelijk mogelijk

                               Maak het lokaal zo ordelijk mogelijk

                               Probeer iedereen in een cirkel te laten staan

                               Probeer iedereen in een vierkant te laten staan

                               Roep iedereen op tot een groepsknuffel

                               Zorg dat er geen lichaamscontact is tussen de groepsgenoten

  • Deze is vooral bedoeld als energizer. Hierna de cursisten laten zitten voor een deeltje theorie.
  • Aan de hand van onderstaand (maar dan nog niet ingevuld) schema op een flap de deelnemers laten invullen wat een conflict is voor hen, wat er positief aan is en wat er negatief aan is. Daarna clusteren en tot 3 punten per kolom komen.

4. Inleiding theorie - 15' (schema, flappen, post-its)

+

CONFLICT

-

Eigen aan elk sociaal systeem

Verschil van mening

Crisis

Biedt kansen

Meerdere partijen

Onaangenaam

Vormt leersituatie

Bewustwording van tegenstelling (door min. 1 partij)

Pijnlijk

 

  • Cursisten de 3 elementen van een conflict uitleggen.

 

  • Soorten conflicten uitleggen    

 Persoonlijke conflicten

 

Zakelijke conflicten:

Instrumentele -

Belangen-

Machts-

Haalbaarheid, uitvoerbaarheid en te verwachten succes van een oplossing

Verdeling van middelen zoals geld, mensen, ruimte en materialen

Machtsverhoudingen

 

·         Escalatie :
               Richtvragen hierbij :
                               Hoe kan je conflict vermijden? = strikvraag. Conflict hoef je niet te vermijden. Escalatie wél.
                               Hoe escaleert een conflict en hoe kan je dat voorkomen? Nadenken in kleine groepjes en lijstje maken. (emoties, achterban, uitbreiding, ergernissen, oude koeien, ...)

                               Lijstje escalaties overlopen in grote groep)

5. Case 1 - 30' (stoepkrijt of lint)

  • Teken als begeleiding onderstaande grafiek op de grond. Leg het even kort uit. De cursisten halen er terug hun persoonlijk conflict bij van in het begin van de sessie. Ze denken na over hoe ze gereageerd hebben in die situatie en positioneren zich hiernaar.

  • Hierna gaat iedereen terug zitten. Ieder legt één voor één zijn situatie uit en hoe hij hier toen op heeft gereageerd. Hierna wordt er gediscussieerd door de groep over wat de beste reactie hierop zou zijn.

6. Case 2 - 15' (schema oplossingsstrategieën via dieren)

  • Aansluitend op case 2 en voorbereidend op case 3 worden kort de mogelijke reacties/oplossingsstrategieën overlopen a.d.h.v. de representatieve dieren. Dit kan kort als de vorige stap lang heeft geduurd en het schema ondertussen al duidelijk is voor de cursisten.

 

Vermijden

Uit angst om confrontatie aan te gaan, weinig belang aan kwestie en relatie, uit machteloosheid, conflict te heet hangijzer

Aanpassen

Eigen belangen opzij zetten; uit angst voor tegenpartij, schade vermijden,
belang kwestie < belang relatie

Wedijveren

Belang van zaak op voorgrond; nood aan snelle en doortastende actie, uit zelfverdediging, emotionele kwestie, belang kwestie > belang relatie

Samenwerken

Zorg voor zaak + zorg voor relatie = win-win; uit conflict iets leren, inzet en medewerking van beide partijen is nodig, geloof in zichzelf en in wederzijds begrip

Compromis zoeken

Beide partijen iets inleveren ten behoeve van een ander; voor zakelijke kwesties, bij tijdsdruk, tijdelijke regeling

 

De oplossingsstrategie is afhankelijk van de aard van het conflict en van de omstandigheden.

  • Er wordt een nieuwe case voorgelezen. De cursisten moeten zich wederom positioneren naar de volgens hen best mogelijke reactie/oplossingsstrategie. Hierna wordt uitleg gevraagd. Je kan in de cases bijvoorbeeld jonggivers eens vervangen door jinners en hen opnieuw laten positioneren. Hierna praten over waarom ze zich verplaatst hebben.

                Mogelijke cases :

                               Je bent groepsleiding. Je mede-groepsleiding wilt de vergadering/activiteit op zondagmiddag na het leidingsweekend afschafen. Jij wilt deze echter behouden.

                               Een leidster van een tak stuurt een sms naar de groepsleiding met daarin 'Ik ga stoppen.'Jij bent groepsleiding.

                               Op kamp hebben een groep jonggivers flessen drank mee. Ze worden op heterdaad betrapt door enkele medeleiding. Jij bent leiding. Go.

                               Op kamp hebben twee jonggivers seks gehad met elkaar. Jij moet als leiding een gesprek gaan hebben met hen. De jongen ziet zijn fout in. Het meisje vraagt zich af wat het probleem is. Go.

                               De kapoenenleiding is een kind vergeten in het bos na een bosspel. De moeder is in alle staten en komt beklag doen bij jou als groepsleiding. Go.

                Andere thema's waarrond je een case kan opzetten, zijn grensoverschrijdend gedrag, ouders, alcohol/drugs, problemen binnen een tak (te weinig actieve aanwezigheid), luiheid bij opbouw/afbraak groot evenement, de haalbaarheid van een voorstel (overvolle agenda leiding, vergaderingen in examens), machtsverhoudingen (leiding - materiaalmeester - los lid - oud-leiding - groepsleiding - dc -gc - vc - jeugdraad/jeugddienst, gemeente, andere verenigingen, ...)

7. Tussendoortje - 5'

Frisse lucht/Energizer/Iets drinken

8. Tweede deel theorie (de 3de partij) - 10'

  • Korte uitleg 3e partij + analyse van een conflict

De 3e partij is de persoon die als buitenstaander de betrokken partijen tracht te helpen bij het oplossen van een conflict.

 

Analyse van een conflict :

De betrokken partijen : Wie? Wat willen ze? Hoe zijn de onderlinge relaties?

Het conflict : Voorgeschiedenis? Incident/Probleem/Beleving? Soort? Stadium? Beïnvloedende factoren?

Reacties : Soort gedrag?

9. Case 3 - 20'

  • Bij case 4 gebruiken we de werkvorm 'rollenspel'. We verdelen de groep in groepjes van 3 à 4. Alle groepen krijgen de cases op voorhand op papier. Eerst speelt subgroep 1 het rollenspel. Subgroep 2 observeert en analyseert het conflict en twee afgevaardigden grijpen in naar het oordeel van subgroep 2. Dit gebeurt ook voor groepen 3 en 4, afhankelijk van hoeveel deelnemers er aan de werkwinkel zijn.

Na het eerste rollenspel wordt het ingrijpen geëvalueerd. Hoe voelden de spelers uit subgroep 1 zich bij de interventie van de twee afgevaardigden? Wat vond de rest van subgroep 2 ervan? Wat was goed? Wat kon beter?

Na deze evaluatie worden de rollen omgedraaid. Subgroep 2 speelt nu een bepaalde case en subgroep 1 observeert en analyseert het conflict. Twee afgevaardigden grijpen in wanneer het nuttig lijkt. Wederom hetzelfde voor groepen 3 en 4.

Hierna volgt opnieuw een evaluatie.

Cases :

Er is geld gestolen van de kas op jinweekend. De leiding en fouriers zijn er bijna zeker van dat het iemand van de groep moet zijn, aangezien het in de auto verstopt lag en de auto altijd vast was als er niemand van hen in de buurt was. De leiding spreekt de groep erop aan en vraagt dat het geld wordt teruggelegd, maar dit wordt niet gedaan. Door enkele zaken is één jinner zeer verdacht. Spelers zijn leiding, fouriers, jinners, verdachte jinner. De afgevaardigden spelen de groepsleiding die mee is.

Een lid uit het BuSo is eens blijven zitten op school. Hij is toen ook in de scouts een jaar langer bij een tak gebleven. Momenteel is het eind augustus. Op kamp in juli vond de leiding van de jonggivers dat hij een hele last vormde omwille van allerlei redenen (te weinig zelfstandigheid, geen vriendjes maken, niet sociaal vaardig, achter op leden van  3 jaar jonger, ...). Volgend jaar gaat hij naar de givers. Het toeval moet dat die dat jaar net op buitenlands kamp gaan. De jonggiverleiding geeft de raad aan de giverleiding om hem niet mee te nemen. Dit gaat op een avontuurlijk kamp in het buitenland namelijk voor veel problemen zorgen. De giverleiding organiseert een gesprek met de ouders van het lid. Spelers zijn het lid, de jonggiverleiding, de giverleiding en de ouders. De afgevaardigden spelen de groepsleiding.

10. Laatste deel theorie (managen van een conflict door 3de partij) - 15'

  • Management van een conflict :

Onderstaand schema uitleggen.

Management van een conflict :

 

 

Inhoudsgerichte methoden         

Conflictstof verminderen/voorkomen door derde partij

Procesgerichte methoden       

Beleving en manier van omgaan beïnvloeden

Directe methoden             

Beslissingsmethoden èinvloed derde partij is groot

Indirecte methoden           

Bemiddelen, proces begeleiden als derde partij

 

Machtsingreep

Arbitrage

Bemiddeling

Procesbegeleiding

Wat?

Als 3e partij knoop doorhakken en beslissing eenzijdig opleggen aan betrokkenen.

Middenweg zoeken met bindende uitspraak tot gevolg.

Bevorderen onderhandelingsproces tussen de partijen, hen zelf tot oplossingen laten komen.

Zelf tot creatieve oplossingen laten komen, gericht op manier waarop mensen met elkaar omgaan.

Wanneer?

Bij een impasse, een conflict waar geen uitwijkmogelijkheden meer zijn.

Bij grote belangen en tijdsdruk.

Als beide partijen bereid zijn iets in te leveren en de bemiddelaar het vertrouwen krijgt van beide partijen.

Als conflict belangrijk genoeg is, partijen evenwaardig, emoties geluwd en er bereidheid is om er iets aan te doen

+

Derde partij ontleent haar macht aan haar positie in de organisatie, die formeel is vastgelegd.

Standpunten kunnen uitgebreid voorgesteld worden.

Partijen sterk betrokken op het hele proces è kans is groter dat ze zich zullen houden aan de gemaakte afspraken.

Kans dat overeenkomsten gerespecteerd worden is groot, ook op lange termijn.

-

Enkel effect op korte termijn, vermogen om zelf om te gaan met een conflict wordt niet gestimuleerd.

Uitspraken enkel effect op inhoud conflict, niet op spanningen tussen partijen.

Niet werken aan onderliggend conflict, bemiddelaars mogen enkel invloed uitoefenen, maar geen beslissing nemen.

Kost veel tijd en energie

 

  • Wat/ Wanneer/ + / - van de vier managementsmanieren overlopen (zoveel mogelijk uit groep laten komen!)
  • Bemiddelings- en begeleidingsproces toelichten

Bemiddelen en begeleiden :                                  

 

Stap 1 : Procedures bij het begin

Relatie leggen : actief luisteren Psychologisch contract maken met de betrokkenen : positieve motivatie Tot een globale diagnose van het conflict komen Selecteren van de aanpak

Stap 2 : Rechtstreekse confrontatie

Partijen voorbereiden op de onderlinge confrontatie : werkwijze toelichten en creëren van open en goede sfeer Probleem identificeren : verhelderen en onderling confronteren van standpunten, belangen en visies Bevorderen van het interactie- en communicatieproces : standpunten duidelijk formuleren, beter bewust worden van eigen gedrag en misverstanden, beter inzicht in elkaars standpunten en onderliggende belangen, sterke negatieve emoties onder controle brengen of de invloed ervan neutraliseren

Stap 3 : Exploratie van mogelijke oplossingen

Rolonderhandeling : Rolverwachtingen, overzicht, onderhandelen, afspraken op papier

OF

Brainstorming : Kritiek is verboden, freewheelen, hoe meer ideeën, hoe beter, combinatie en verbetering van de ingebrachte ideeën

Stap 4 : Integratie : Beslissen over de meest wenselijke oplossing

Systematisch toegevingen doen : lat hoog leggen, vasthouden aan doelen, flexibel zijn t.o.v. manieren om deze te realiseren, zoeken naar manier om doelstellingen van partijen te verzoenen

OF

Toetsing van ideeën aan vooropgestelde criteria : kiezen van relevante criteria en aangebrachte ideeën hierop beoordelen

Stap 5 : Beslissing uitvoeren en evalueren

Opstellen van een uitvoeringsplan met daarin wat ieder op elk tijdstip dient te doen. De uitvoering van het plan zal regelmatig moeten geëvalueerd worden.

 

11. Case 4 - 30'

Case waar bemiddeling geoefend wordt. Ze mogen hier ook hun eigen cases gebruiken, als hen dit nuttiger lijkt.

Cases :

In de welpenleiding zit één leider die nogal handtastelijk is naar zijn vrouwelijke medeleiding. De vrouwelijke medeleiding is dit beu en stapt naar de groepsleiding. De handtastelijke leider is echter iemand die zeer veel doet voor de scouts.

Er is geld gestolen van de kas op jinweekend. De leiding en fouriers zijn er bijna zeker van dat het iemand van de groep moet zijn, aangezien het in de auto verstopt lag en de auto altijd vast was als er niemand van hen in de buurt was. De leiding spreekt de groep erop aan en vraagt dat het geld wordt teruggelegd, maar dit wordt niet gedaan. Door enkele zaken is één jinner zeer verdacht. Jij bent groepsleiding.

Een lid uit het BuSo is eens blijven zitten op school. Hij is toen ook in de scouts een jaar langer bij een tak gebleven. Momenteel is het eind augustus. Op kamp in juli vond de leiding van de jonggivers dat hij een hele last vormde omwille van allerlei redenen (te weinig zelfstandigheid, geen vriendjes maken, niet sociaal vaardig, achter op leden van  3 jaar jonger, ...). Volgend jaar gaat hij naar de givers. Het toeval moet dat die dat jaar net op buitenlands kamp gaan. De jonggiverleiding geeft de raad aan de giverleiding om hem niet mee te nemen. Dit gaat op een avontuurlijk kamp in het buitenland namelijk voor veel problemen zorgen. De giverleiding organiseert een gesprek met de ouders van het lid. Jij bent groepsleiding.

Verdeel de groep terug in deelgroepjes en laat hen op flappen een bemiddelings/begeleidingsproces opschrijven. Laat hen dit hierna ook spelen via een rollenspel.

12. Tips en tricks voor bemiddeling - 10'

Overloop deze tips en tricks voor bemiddeling even voor je afsluit. Je kan hen deze ook altijd meegeven op papier.

  • Indien er een dienst bemiddeling in je gemeente is : ga bij hen te rade of vraag hen eventueel om bij het gesprek aanwezig te zijn. Of vraag eventueel de jeugdconsulent, ... 
  • Om af te spreken, dat kan uiteraard via mail, maar zorg wel voor een neutrale mail.
  • Indien mogelijk: spreek enkele dagen voor het gesprek met beide partijen apart af om naar hun verhaal te luisteren: iedereen heeft dan het gevoel dat er zeker naar hen geluisterd wordt en jij bent op de hoogte van het verhaal van beide partijen en je kan je dan beter voorbereiden op het gesprek. Zorg er wel voor dat je enkel luistert en nog geen oplossingen voorstelt, partijen gelijk geeft, suggesties geeft, ...
  • Bereid je voor door voor je zelf op te schrijven wat er tijdens het gesprek zeker aan bod moet komen (bvb bij een eerste gesprek moet iedereen om beurten kunnen zeggen wat er op haar/zijn lever ligt en wat haar/zijn verwachtingen zijn van het gesprek, welke oplossing hij/zij voor ogen heeft, ...) .
  • Informeer bij het begin van het gesprek iedereen hoe het gesprek gaat verlopen, wat aan bod zal/kan komen (daarvoor kan je je voorbereiding gebruiken) .
  • Het is best om af te spreken op een neutrale plek, maar dat is minder evident. Een scoutslokaal zelf kan zeker geen kwaad, zorg er enkel voor dat iedereen er op zijn gemak kan zitten.
  • Voorzie iets om te drinken (hapjes niet echt: een gezellige boel zal het toch niet worden en het kan behoorlijk storend werken).
  • Zorg dat een half uurtje op voorhand op de locatie bent: om zelf wat tot rust te komen, om dingen klaar te zetten, om iedereen te verwelkomen, ...
  • Indien mogelijk, zorg er voor dat je met 2 bent: 1 iemand die het gesprek leidt en 1 iemand die verslag maakt, de groep observeert, eventueel enkele zaken die gezegd worden op flappen opschrijft zodat iedereen daar ook kan mee volgen, ... Achteraf kan je elkaar dan briefen.
  • Als je met 2 bent, spreek goed af op voorhand (wie doet wat, wanneer kan de 2de persoon tussenbeide komen, ...).
  • Laat nooit 1 van de partijen het verslag nemen: het is altijd een zeer gekleurd verslag dan!
  • Probeer er voor te zorgen dat de verschillende partijen door elkaar zitten en geen 2 blokken vormen die tegenover elkaar zitten met jou als derde partij tussen beide in (anders kan het een tenniswedstrijd worden voor jou). Als je er zelf vroeg genoeg bent, lukt dat meestal wel
  • Bij conflicten die al een tijdje aanslepen, zit je best aan een tafel (geeft mensen een veiliger gevoel en blokt mensen ook een beetje af), bij conflicten die minder ernstig zijn, is dit niet direct noodzakelijk.
  • Om ervoor te zorgen dat de mensen niet door elkaar praten, kan je bijvoorbeeld afspreken dat enkel degene die 'de stok' vast heeft, mag spreken (je kan in het begin 'de stok' een rondje laten doen, zodat iedereen zeker eens aan het woord is geweest). Vooral nodig bij conflicten die diep zitten en waar de verschillende partijen niet meer met elkaar praten/naar elkaar luisteren.
  • Probeer aandacht te hebben voor iedereen, ook de stille mensen.
  • Eindig met duidelijke afspraken (wanneer zien we elkaar weer, wat moet/kan er nog aan bod komen, zijn er mensen die iets moeten doen tegen de volgende keer, ...).
  • Als mensen vertrekken, luister nog even (niet per se iedereen apart, maar bvb iedereen van partij 1, zoals bvb de ouders, samen, maar zorg er wel voor dat afgescheiden van partij 2 gebeurt) om te horen hoe het voor hen was, of ze er iets aan hadden, ... Niet iedereen durft in het gesprek vrijuit te spreken. Als je met partij 1 afscheid genomen hebt, zeg hen dat je nog even bij de anderen (partij 2) gaat om ook aan hen te vragen hoe het was, ... (soms denken bvb. buren dat, als je terug in het lokaal gaat bij de leiding, je achter hun rug nog dingen gaat zeggen, zeker omdat je zelf ook scout bent).
  • Durf een gesprek af te breken: als iedereen maar door elkaar blijft praten, verwijten naar elkaar gooit, ... heeft het weinig zin om verder te doen. Durf dus het gesprek te beëindigen (ook al ben je nog maar een half uur bezig). Eindig zeker wel met nieuwe duidelijke afspraken en vraag eventueel of je eerst weer met elkeen apart kan afspreken.
  • Als een conflict meerdere gesprekken nodig heeft, kan je bij de Xste samenkomst bvb wel eens maar 5 min. op voorhand komen om te zien of de verschillende partijen al wat meer vertrouwen hebben in elkaar (staan met elkaar te praten als je toekomt, of zijn het nog steeds 2 afgescheiden blokken?)

 

Verschillende tips komen op hetzelfde neer: wees klaar en duidelijk. Mensen in conflict zijn vaak zo bezig met het conflict dat ze de helft niet horen van wat een ander zegt. De tips zijn ook allemaal praktisch van aard. Daarnaast zijn er uiteraard nog gesprektechnieken (herhalen, samenvatten, ...) die je kan gebruiken om het gesprek goed te laten verlopen.

13. Evaluatie/Toetsing - 5' (Evaluatieformulier)

  • Toetsing : Iedereen terug op hun stoel laten zitten. Ze moeten één ding bedenken dat ze van de sessie onthouden hebben. Als ze dit weten, zetten ze zich op de grond. Wanneer iedereen op de grond zit, overloop je wat ieder onthouden heeft.
  • Evaluatie : Evaluatieformulier laten invullen.

ADDENDUM : Extra informatie voor begeleiding

In dit laatste deeltje is nog informatie te vinden voor werkwinkelbegeleiding die zich wilt verdiepen in dit onderwerp.

  • Conflictmanagement (E. Giebels en M. Euwema)
  • Bang voor conflict (C. de Dreu)
  • Geweldloze conflicthantering (werkwinkel van Pat Patfoort)
  • Conflictvaardig handelen (Lodewijk de Raet)
  • No Blame (theorie over pesten bij jongeren)
  • Vormingen van de interactie-academie over bemiddelen

Bijlages:
in