Zoek

DC in de stad

Eigenaar: Personeel Secretariaat

Korte omschrijving:
Deze werkwinkel is gemaakt met als doel de expertise van stadsondersteuning te delen. Het gaat over de extra aandachtspunten in de ondersteuning van groepen in een stedelijke context.

Doelpubliek:
  • dcs

Tijdsduur: <= 2 uur

Verloop:

Kennismaking:

Als opwarmer vragen we de deelnemers om 3x alfabetisch op een rij te gaan staan: eerst op voornaam, dan op aantal jaren ervaring als DC en tot slot alfabetisch op naam van hun stad.

Opbouw van de werkwinkel:  

1)  DC als netwerker

In de stad zijn er heel wat nieuwe bevolkingsgroepen die minder vertrouwd zijn met het fenomeen jeugdbeweging. Uit het jeugdbewegingsonderzoek (2010) weten we dat de vertrouwdheid van ouders met de jeugdbeweging een invloed heeft op het engagement van hun kinderen. Het is dan ook belangrijk om samen te werken met andere organisaties, zichtbaar te zijn in de stad en het vertrouwen te krijgen van ouders die zelf geen jeugdbewegingsverleden hebben.

 

Opdracht 1: we vragen aan de DC’s om een flap hun netwerk uit te tekenen in een soort mindmap. Wie zit er in jouw netwerk en/of omgeving van je groepen?

  • Begeleiders circuleren en doen aanvullingen.
  • Kort aanhalen zoals in werkwinkel werving en behoud dat het belangrijk is om je bewust te zijn van je identiteit en met een duidelijk aanbod/mening naar buiten te treden. (elevatorspeech)

 

Opdracht 2: teken je stad en duid in zones/wijken aan: (Geef hier de instructie dat men dezelfde kleur gebruikt voor een bepaald element zodat de tekeningen vergelijkbaar zijn.)

-      Plaats je groepen op de kaart. Grotere bol voor grotere groepen, kleinere bol voor kleinere groepen.

-      Waar zit rijkere bevolking [geel]? Waar armere [zwart]?

-      Waar zitten gezinnen met jongere kinderen [blauw]? Waar eerder bejaarde bevolking [grijs]?

-      Waar zijn groene zones [groen]?

-      Duid met een icoontje de mate van binding van de groep met de wijk aan.

  • deelnemen aan wijkvergaderingen in het kader van wijkcontracten
  • informeren bij scholen
  • praten met ‘Jan met de pet van achter den hoek’ en ook eens praten met Rachida van de kruidenierszaak op het rondpunt ;-)
  • De natuurlijke grenzen in een stad bepalen voor een belangrijk deel de bewegingsruimte en werfgebied van een groep. Speelweefsel kan hier voor een doorbraak zorgen.
  • Wanneer er verschillende groepen dichtbij elkaar zitten (bv. Sint-Niklaas) kunnen ze zich onderscheiden door een specifiek aanbod te hebben. Je biedt een bepaald karakter/profiel.
  • Uitleg over het profiel van een groep. Je hebt de zogenaamde ‘collegegroep’, opgericht door de school, en de ‘parochiescoutsgroep’, jarenlang ondersteund door de parochie. Over het algemeen richten collegegroepen zich hoofdzakelijk op hun eigen school en komen de leden van verder. Een parochiescouts heeft meestal sterkere banden met de buurt. Verder zijn er ook groepen die opgericht zijn door een groepje geëngageerde ouders. Hier worstelt de groep soms met het behouden van de groep na het vertrek van die ouders. Goede overdracht aan nieuwe generatie voorzien.
  • Soms valt het ook op dat groepen die oorspronkelijk samen waren en daarna afgesplitst zich gelijkaardig of net resoluut tegengesteld gedragen.
  • Tip voor kleine groepen: ga naar inschrijvingsdag grote groep.
  • Een slechte reputatie is te veranderen op +/- 2 jaar.
  • Volgens stedenbouwkundigen evolueert een stationsomgeving sneller dan enig ander stadsdeel. Duid op je tekening ook mobiliteitsassen en/of fysieke barrières aan.

 Vbn.: 1) er komt een nieuw park spoor noord: afstemmen ledenwervingsacties, nagaan wat blinde vlekken zijn in je omgeving obv ledenbestand, 2) Sint-Niklaas: wonen er überhaupt nog voldoende kinderen en jongeren voor het aantal groepen dat er is?

 

Opdracht 3: teken met een andere pen evoluties/ontwikkelingen die je verwacht in de toekomst [rood].

  • Dit is voor iedereen koffiedik kijken, maar daagt de deelnemers uit om eens na te denken over hoe bv. de komst van een brede school de positie van een groep kan versterken (zowel qua aantal leerlingen als bv. infrastructuur).
  • Laat hen er ook hun orakel bijnemen. Indien het niet mogelijk is om het digitaal te bekijken, bedenk dan (adhv voorbeeldorakel andere groep) welke zaken je zou checken voor je groepen.
  • Wat doe je met een groep waarvan in de buurt veel meer allochtonen wonen? Korte discussie, maar kernboodschap is ‘kiezen of delen’. Een groep die zich niet opent naar de wijk heeft meestal geen goede vooruitzichten. Maak contact met de nieuwe bevolking. Doe aanpassingen die je werking toegankelijker maken. Dit hoeft niet ten koste van je eigen identiteit te gaan.
  • Hoe ziet de politieke meerderheid eruit? Welke plannen staan nog in hun bestuursakkoord?
  • Soms een kleine en een grote groep op een boogscheut van elkaar. Kan enkele jaren later totaal anders zijn. Komt bv. door het investeren in bepaalde wijken waardoor er een aantrekking van jonge gezinnen komt. Aan een DC om dergelijke projecten in de gaten te houden en zo een zicht te houden op toekomstige ontwikkelingen voor een groep.
  • Bij toenemende diversiteit in een wijk zal het nodig zijn dat de groep zich heroriënteert en openstaat voor nieuwe bevolking. Dixit Darwin: als je je niet aanpast, ga je dood.
  • Economische crisis laat zich pas later voelen in het beleid omdat er een vertraging zit op het doorsijpelen van het belastingsgeld. Na de crisis in 2008 is het bv. pas in 2011 dat je de eerste besparingen merkt. Gevolgen van de huidige crisis van 2011 zullen we voelen in 2014.

 

Opdracht 4: de basics van jeugdbeleid

a)    In het midden liggen er verschillende kaartjes met begrippen. Om beurt neemt iemand er één en legt uit wat het betekent en wat het nut ervan is.

-       Gemeenteraad (schepenen en oppositie)

-       College

Je kan kiezen of je iets met een schepen fikst of met het college van burgemeester en schepenen. Wees je ervan bewust dat het college een collegiaal orgaan is. Ze moeten maw het eens worden. Voor een toegift aan jeugd zal de schepen iets in de plaats moeten geven aan zijn/haar collega’s.

Pleit er bij verkiezingen voor dat iemand bewust voor de bevoegdheid jeugd kiest. Best ook in combinatie met een andere bevoegdheid zodat het een “zware” schepen is die iets te zeggen heeft. (Jeugd wordt vaak aan de jongste schepen gegeven en dat is niet altijd ideaal vanuit oogpunt van ervaring.)

-       Voortgangsrapport (advies jeugdraad & antwoord!)

-       Jeugdbeleidsplan/masterplan

-       Spontaan advies

-       Actie (1° welke afweging bij het betrekken van pers?, 2° tip: eigenaar worden van een thema, bv. een bepaald park claimen)

-       Groenboek/witboek, brief, spreekuur schepen/gemeenteraadslid (tip: niet iedereen die verkozen is, weet wat ie doet ;-) Geef hen ideeën!)

Groenboek = kladversie: een stand van zaken en advies daarover. Een witboek is een definitief actieplan, een engagementsverklaring.

-       Verkiezingen (momentum, gemeente 1x 6jaar, programma > bestuursakkoord)

-       Jeugdconsulent/jeugdbeleidscoördinator (1° informeren, 2° beïnvloeden beleid cf. driehoek jeugddienst-middenveld-politiek)

Besef dat er naar het jeugdwerk nog heel wat andere middenveldorganisaties zijn, zoals bv. Bond voor Beter Leefmilieu, Gezinsbond, ouderverenigingen school, scholen, vakbond, … die een krachtige partner kunnen zijn in een dossier.

-       Politici – middenveld – burger (burger wint aan kracht)

-       Schepen van jeugd (wat zijn zijn/haar andere bevoegdheden? Wat is zijn/haar programma? > cf. website/nieuwsbrief, praten met jeugddienst, welke acties onderneemt hij/zij?)

-       Volksbevraging/burgerlijk overleg/…

-       Jeugdraad

-       Gemeentesecretaris = hoofd van alle ambtenaren/diensten; staat eigenlijk op hetzelfde niveau als burgemeester, maar vaak veel meer ervaring doordat hij/zijn niet afhankelijk is van verkiezingen. Heeft vooral veel impact in kleinere gemeentes omdat het daar meer haalbaar is het overzicht op de verschillende diensten te bewaren.

! Beleid van een schepen = zeer belangrijk. Een schepen blijft sowieso 6 jaar aan, maar een beslissing/beleid of de impact van een bepaalde actie duurt gemakkelijk 12 jaar door.

 

b)    Voor een case gaan we op zoek wie of wat we inschakelen.

Vb. scoutsgroep 61

Gerucht > jeugdconsulent > vergadering beleggen met schepen jeugd, eigenaar, dienst huisvesting > advies jeugdraad? > actie (brief, lobby bij oppositie, …)

 >>  Vragen over DC als netwerker?

 

2)  Helikopterzicht van de DC

Groepen komen met verschillende uitdagingen in contact. Maar voor sommige zien ze geen uitweg  meer. Of ze zien bepaalde uitdagingen niet aankomen. Als DC kan het een belangrijke taak zijn groepen hierin te begeleiden.

In dit onderdeel willen we werken aan de hand van stellingen waarin de DC’s in groepjes van max. 4 à 5 personen discussiëren. De bedoeling is niet van over de concrete problemen te praten (bv. welke wervingsacties kan je allemaal doen?), maar uit te wisselen over een vorm van begeleiden/ondersteunen.

Centrale aandachtspunten:

  • Werk je als DC enkel vraaggericht of ga je ook min of meer “binnenbreken” in een groep?
  • Hoe hard dring je aan op iets waarvan je denkt dat belangrijk is voor de groep?

De reflectie hierrond doen we niet door die vragen zo expliciet in de groep te gooien, maar aan de hand van concrete gevallen/stellingen/vragen. De DC’s leren vooruitkijken en groepen hierin meenemen.

 

Stellingen: (dit onderdeel werd door DC’s op DC-going 2011 als minst interessant bevonden. Bij beperkte tijd dit onderdeel dus bij voorkeur laten vallen.)

-      Je hoort al anderhalve maand niets van een groep. (Laat je hen een tijdje links liggen of ga je hen actief benaderen?)

-      Je krijgt een klacht van een ouder over een “foute” totemisatie. Wat doe je?

-      Je hebt 50 ledenwervingsaffiches meegegeven met een groep, die er zelf om vroeg. Twee maanden later kom je in hun lokaal en je ziet dat al die affiches er nog onaangeroerd liggen.

-      Een groep heeft jaarlijks minder leden. Ze passen nochtans al jaren dezelfde wervingsstrategie toe, nl. in september langsgaan bij alle scholen.

 

Boodschap: “Be prepared” (Baden Powell)

In het stad kunnen we minder vertrouwen op het opvangnet voor de groep; kan men minder aan het toeval overlaten.

In een grote groep is er altijd wel iemand die verantwoordelijkheid opneemt of in een dorpsgroep is er altijd wel een ouder of oud-scout die risico’s signaleert. De stad is anoniemer en de scoutsgroepen kleiner.

 

Tools voor DC’s om GRL te betrekken in een lange termijnvisie:

  • Visueel werken, bv. actiepunten op een tijdslijn zetten
  • Groep onder de loep als evaluatietool bij een groepsgesprek
  • Zie tips in brochure ‘Op vrijwillige voeten’
  • Telefoneer naar GRL na belangrijke vergaderingen, wervingsmomenten, deadlines, … Hou de vinger aan de pols!

 

3)  DC als expert (van en voor groepen)

Opdracht 1: VAN de groepen

Maak een familieportret van alle groepen.

Wie is de zagerige tante?, Wie is het zorgenkindje?, Wie is de grootvader met de wijze raad?, … Wie zijn ze zelf als DC in de familie?

>  Nut van deze oefening: belangrijk dat DC een idee hebben van wat positie van elke groep in het district is. Geeft meer kadering aan hun manier van reageren of aan hoe ze graag benaderd worden.

 

Laat hen het familieportret naast de kaart van de eerste oefening leggen. Trek conclusies over de te verwachten ontwikkeling van de groepen.

  • Soms hangt contact met district ook af van de persoonlijkheid van de GRL. Als dit moeilijkheden geeft, probeer dan via groepsfeesten andere sterke figuren in de leidingsploeg te leren kennen.
  • Breng groepen met elkaar in contact. Vanuit een lerende gemeenschap kunnen ze elkaar vooruit helpen.

 

Opdracht 2: VOOR de groepen

We geven elke DC een GR.

Nog snel kwisje waarin ze zo snel mogelijk de tools voor een bepaald thema moeten opzoeken.

Een groep heeft te weinig leden.
  • Werven leden (p.9-10), kwaliteit activiteiten (p.24), feedback van afhakers (p.25)
  • Jeugdlokalen en inbraakpreventie (p.41)
  • KOS (p.19)
In ons lokaal wordt regelmatig ingebroken. Wat kunnen we daaraan doen? Een ouder vraagt wat een jeugdbeweging nu precies is en wat het verschil is met bv. chiro?

 

Evaluatie

Zet een rugzak en een prullenbak op de grond. Vraag aan de deelnemers om om beurten bij de rugzak en de vuilnisbak te gaan staan en feedback te geven:

  • Rugzak: wat neem je mee naar huis om mee aan de slag te gaan?
  • Vuilnisbak: wat vond je niet nuttig aan de vorming/kan je niets mee doen?

Bijlages:

in