Zoek

Groepen nieuw leven inblazen

Eigenaar: Personeel Secretariaat

Korte omschrijving:
Deze werkwinkel is gemaakt met als doel de expertise van stadsondersteuning te delen. Het gaat over wat je kan doen als het steeds slechter gaat met een groep, als je vreest voor het voortbestaan van de groep.

Doelpubliek:
  • dcs

Tijdsduur: <= 1 uur

Kennismaking:


Verwachtingen:


Verloop:

1.   Kennismaking

Als opwarmer vragen we de deelnemers om 3x alfabetisch op een rij te gaan staan: eerst op voornaam, dan op aantal jaren ervaring als DC en tot slot alfabetisch op naam van hun stad/regio.

 

OPBOUW WERKWINKEL

1.           Rondje verwachtingen

We vragen de deelnemers wat hun motivatie is om deel te nemen aan deze werkwinkel. Dit geeft ons meer inzicht in de context waar ze uitkomen en met welke vragen ze zitten.

Als ze daadwerkelijk ‘stervende’ groepen hebben, gaan we daar in de vorming uitgebreid op in. Als ze deze vorming volgen vanuit preventief oogpunt gaan we ook meer aandacht besteden aan de preventieve aanpak (cf. werkwinkel ‘DC in de stad’).

> Intro vanuit stadsondersteuning:

Bij een probleemsituatie met een groep gaan we steeds de context doorgronden om daarin te vinden wat de bedreigingen zijn en wat hefbomen kunnen vormen voor verandering.

Daarom vragen we als eerste opdracht om het netwerk uit te tekenen. Dit zal een tool zijn in het verdere verloop van de werkwinkel.

 

2.           Netwerkkaart van dé- of een groep tekenen

We vragen aan de DC’s om een flap hun netwerk uit te tekenen in een soort mindmap. Wie zit er in jouw netwerk en/of omgeving van je groepen?

-      Begeleiders circuleren en doen aanvullingen.

-      Kort aanhalen zoals in werkwinkel werving en behoud dat het belangrijk is om je bewust te zijn van je identiteit en met een duidelijk aanbod/mening naar buiten te treden. (elevatorspeech)

 

3.           Brainstorm: acties om nieuwe energie te brengen

We doen een brainstorm met de DC’s om elementen te vinden die nieuwe kracht kunnen geven aan groepen. We stellen vragen om onderstaande elementen uit hen te halen.

Opwarmers om discussie op gang te brengen [optioneel]:

a)   Kwisje GR

We geven elke DC een GR. De opdracht is om zo snel mogelijk de tools voor een bepaald thema op te zoeken.

1.      Een groep heeft te weinig leden.

Werven leden (p.9-10), kwaliteit activiteiten (p.24), feedback van afhakers (p.25)

2.      In ons lokaal wordt regelmatig ingebroken. Wat kunnen we daaraan doen?

Jeugdlokalen en inbraakpreventie (p.41)

3.      Een ouder vraagt wat een jeugdbeweging nu precies is en wat het verschil is met bv. chiro?

KOS (p.19)

b)   Stellingen

-      Je hoort al anderhalve maand niets van een groep. Laat je hen een tijdje links liggen of ga je hen actief benaderen?

-      Je krijgt een klacht van een ouder over een “foute” totemisatie. Wat doe je?

-      Je hebt 50 ledenwervingsaffiches meegegeven met een groep, die er zelf om vroeg. Twee maanden later kom je in hun lokaal en je ziet dat al die affiches er nog onaangeroerd liggen.

-      Een groep heeft jaarlijks minder leden. Ze passen nochtans al jaren dezelfde wervingsstrategie toe, nl. in september langsgaan bij alle scholen.

 

Elementen voor heropbouw van een groep:

  • Onderzoek als DC welke tradities/gewoontes de groep kenmerken. Begeleid de groep om deze tradities te durven in vraag stellen. Waarom doen we het zo? Waarom vinden we dat belangrijk?
    • open/gesloten
    • type activiteiten
    • Relatie ouders – buurt
    • Naast de “software” van de groep (hun werking) is ook de hardware belangrijk. Heeft deze groep degelijke, gezellige lokalen (“een nest”), voldoende speelruimte op redelijke afstand, …?

Het imago van een groep kan veranderen in minder dan twee jaar.

METHODIEK: Laat de DC één groep kiezen en vraag hem/haar om (in duo’s) al de kenmerkende aspecten onder elkaar op te schrijven. Vervolgens duiden ze met groen de sterktes aan en met rood de zwaktes. In een tweede kolom daarnaast vragen we de DC vervolgens te schrijven hoe de sterktes versterkt kunnen worden en de zwaktes afgebouwd. Versterken wat men al goed kan, is gemakkelijker dan zaken afleren (~ appreciative inquiry).

è De tool ‘Groep onder de loep’ kan ideeën geven naar welke aspecten je allemaal kan kijken en is een goede gespreksopener. Zie: http://www.scoutsengidsenvlaanderen.be/publicatie/groep-onder-de-loep-kwaliteit-in-scouting-methodiek

  • Profiel opstellen van je groep: wat kunnen wij leveren dat anderen niet hebben? Waarin zit onze meerwaarde in vergelijking met ander aanbod in de buurt? Wat is ons karakter, profiel, identiteit?

Toon je identiteit ook! Marketing is ook voor scouting belangrijk.

  • Delen of verzuipen: in een wijk met één doelgroep, moet je als groep kiezen. Aanpassen aan de doelgroep? Of verdergaan met eigen tradities en verzuipen?

Bij toenemende diversiteit in een wijk zal het nodig zijn dat de groep zich heroriënteert en openstaat voor nieuwe bevolking. Dixit Darwin: als je je niet aanpast, ga je dood.

  • Hou rekening met de cyclus van een jaarwerking: februari/ maart is een depri maand. Kampperiode is meestal een bron van nieuwe energie.
  • Maak je groep zichtbaar. Je kan dit doen via de lokale pers en via eigen website en facebook (foto’s, filmpjes, …).
    • Leg als DC een perslijst aan. Op internet vind je tips over hoe een goed persbericht eruit ziet.
    • JAVI-TV (binnenkort: Mediaraven) maakt reportages over het jeugdwerk. Op ‘Alles-over-jeugd’ kan je ook nieuws laten zetten.

o   Zelf positief nieuws creëren: nieuws wordt gemaakt.

o   Niet de slechte verhalen naar buiten brengen. Dit is ook belangrijk voor werving van leiding; meeste mensen willen deel zijn van een ‘winning team’!

·         Belangrijke tip: zoek een bezieler! Iemand uit de groep/ iemand buiten de groep. Volg deze persoon nauw op. Zoek draagkracht buiten de groep (district, andere groepen, gouw, jeugddienst). Hoop doet leven!

·         Zoek naar een project, liefst haalbaar: bouwdossier, grote activiteit (groepsfeest), samenwerking met lokale partner, enz. wat de groep het gevoel geeft dat ze een toekomstproject hebben. Dit kan een tegengewicht bieden voor jaarlijkse verzuchtingen ‘gaan we stoppen of niet?’.

Hoed je anderzijds ook voor initiatieven die voor extra last kunnen zorgen (bv. stress bij een bouwdossier, een samenwerking waarbij de scouts vooral als “decor” wordt gebruikt, …). Eigenaarschap is een belangrijke factor opdat een project de groep energie zou geven.

Let ook op dat de groep na afloop van het project niet in een zwart gat valt. Zorg dat ze uitdagingen blijven zien!

  • Kom (indien groep ermee akkoord is) eens langs tijdens een activiteit. Dit kan je een zicht geven op de kwaliteit van de activiteiten.
  • Maak de groep ervan bewust dat leden behouden belangrijker is dan werven. Moedig hen aan om afhakers te vragen waarom ze vertrekken. Zijn er dingen die verbeterd kunnen worden?

 

Begeleiding DC

-      Trajectplan uittekenen: hoe? Waarmee rekening houden? Enz.

Bepaal adhv ‘Groep onder de loep’ op welke domeinen je actie wil ondernemen en wanneer. Schrijf dit uit in een jaarplan en maak goede afspraken. (~ communicatieplan uit groepsraadmap)

-          Confronteer de vooronderstellingen van de groep over zichzelf met “harde feiten” (orakelgegevens, demografische gegevens, …). Soms stroken hun ideeën niet met de realiteit.

-      Een groep die stopt, komt nooit meer terug. Als je dus een groep ‘at risk’ hebt, geef dan even absolute prioriteit aan hen om hen weer op de been te brengen.

o   Is het teveel? Vraag hulp.

o   Vraag je je af of het wel de moeite is? Als DC mag je keuzes maken. Een groep in een seniorenwijk (waar dus geen kinderen zijn) of een groep die vlak naar een andere sterke scoutsgroep ligt, hebben misschien weinig kans op overleven. Inzicht in de situatie in zo’n geval helpt ook het verlies te verwerrken.

Een groep die in een jonge wijk ligt en waar er weinig tot geen groepen in de buurt liggen, heeft meer potentieel en verdient dan ook alle kansen op slagen.

-      Wanhoop als DC niet wanneer de situatie na een jaar nog niet is opgelost. Verandering kost tijd. Je levert een belangrijke bijdrage tijdens jouw periode als DC. Scouting is ploegwerk; de volgende DC zet jouw werk voort.

-      Wanneer ondanks alle inspanningen een groep stopt met bestaan, is dit niemands schuld. We doen wat we kunnen, maar soms is dat nu eenmaal onvoldoende door bepaalde contextfactoren.

-      Zet als DC vooral preventief in op je groepen. Hou hun ledenstatistieken in het oog, hun draagkracht-draaglast-balans, leg je oor te luister, bestudeer de omgeving van de groep, … (cf. werkwinkel ‘DC in de stad’).

-      Fusioneren is een optie, maar zeker niet de beste oplossing voor elke groep die op de sukkel is! Alternatieven voor fusie:

  •  
    • er is geen GRL meer > alternatief: satelliettak van andere groep (zie verder)
    • er zijn te weinig kinderen om nog leuke activiteiten mee te doen > alternatief: activiteiten samen met andere groepen organiseren of andere jeugdbeweging in de buurt. Uitwisseling is verrijking.
    • de groep ligt vrij alleen in een buurt > geen fusie doen; als groepslocatie verdwijnt, ontstaat blinde vlek! (zie eerder)

Het is belangrijk van een goede spreiding te hebben van verschillende groepen (ook al zijn het soms kleine). Het jeugdbewegingsonderzoek (2010) stelt immers vast dat de meeste kinderen op 5 km van hun woonplaats naar de scouts gaan. Van zo gauw de groep verder af ligt, wordt lidmaatschap moeilijker. Meer groepen – die gespredi liggen – is dus meer leden voor ’t geheel. Het fenomeen ‘scouting’ is ook beter bekend mits een goede spreiding.

 

Wat als een groep toch stopt?

Een laatste redding is de groep (tijdelijk) ondersteunen als satelliettak. Hiermee bedoelen we dat een nabij gelegen groep de verzwakte groep ondersteund als een “pleegkind”, als een eigen tak. Concreet betekent dit dat je in de noodlijdende groep enkel nog een leidingsploeg nodig hebt die zin heeft om de activiteiten te organiseren. Alle administratie en coaching komt dan bij de groepsleiding van de onthaalgroep.

Kies als onthaalgroep enkel een groep die sterk genoeg is, waarbij de gehele leidingsploeg achter het idee staat en waarbij er ruim ondersteuning is vanuit het district en de gouw.

è Zie ook nota ‘2011.03 Wat de doen bij stopzetting groep?’

 

METHODISCH

Om te bevorderen dat de deelnemers alle tips onthouden, kunnen we op zoek gaan naar een foto/beeld/mindmap waarin al die elementen vervat zit. Is handige geheugensteun.

Huidig idee: een trap waarbij we elk idee onder een trede schrijven. “Steeds een stap dichter bij een sterke groep”

 

4.           Evaluatie

Zet een rugzak en een prullenbak op de grond. Vraag aan de deelnemers om om beurten bij de rugzak en de vuilnisbak te gaan staan en feedback te geven:

  • Rugzak: wat neem je mee naar huis om mee aan de slag te gaan?
  • Vuilnisbak: wat vond je niet nuttig aan de vorming/kan je niets mee doen?

Mogelijke energizers:


Afronden:


Evaluatie:


Bijlages:

Nuttige links:


in