Zoek

Groepsgesprek

Eigenaar: Ploeg Groepsleiding

Korte omschrijving:
Verschillende methodieken voor een groepsgesprek

Doelpubliek:
  • leiding
  • groepsleiding
  • dcs

Tijdsduur: <= 1/2 dag

Kennismaking:


Verwachtingen:


Verloop:

Omschrijving/Doelstelling :

Er worden een aantal methodieken voorgesteld en uitgeprobeerd die gaan over hoe je best een gesprek houdt op een groepsraad.

Uitwisseling organiseren tussen groepsleiding over het thema ‘groepsraad’

 

Hoe ?

Afhankelijk van de tijd die de werkwinkel in beslag mag nemen, kan je kiezen uit onderstaande methodieken.

Let wel : elke methodiek moet je inkleden, je kiest zelf over welk thema je kan spreken. De keuze van het thema is ondergeschikt aan de methodiek, zorg er enkel voor dat je keuze voldoende bespreekbaar is. Voor sommige methodieken moet je op voorhand materiaal verzamelen.

Als begeleider moet je ook actief optreden, soms ook tijdens de methodiek.

Na elke methodiek kan je de techniek bespreken en nagaan wat groepsleiding ervan vond.

 

 

Gesprekmethodieken :

 

1. Rondschrijfmethode

Doel: dient om rond een bepaald probleem of onderwerp ideeën of gedachten te verzamelen en er vervolgens de betekenisvolle of bruikbare dingen uit te lichten en die uit te werken.

 

Zet het probleem/onderwerp om in een aantal concrete vragen. Schrijf elke vraag op een andere flap. Laat iedereen de tijd om rond te wandelen, de vragen te lezen en er antwoorden, opmerkingen, suggesties en ideeën bij te noteren. Overloop samen de flappen om verduidelijkingen en aanvullingen te doen. Probeer er daarna de betekenisvolle, bruikbare ideeën bij te noteren. Diep de geselecteerde ideeën uit, werk ze uit.

 

 

2. Boksmatch

Doel: vanuit het horen van verschillende meningen, een eigen standpunt leren innemen of zich verdiepen in een controversieel thema en dit in een groepsbesluit helpen opnemen.

 

De grote groep is verdeeld in kleine groepjes van 3 à 4 personen. Elk groepje heeft drie kaartjes. De spelleider leest een controversiële stelling voor (bv. ouders hebben het recht om afspraken op kamp mee te bepalen). Elk groepje heeft dan enkele minuten de tijd om haar standpunt te bepalen. Nadien wordt één groepje aangeduid om haar standpunt te laten vertolken door een woordvoerder. Na enkele minuten bedenktijd kunnen de andere groepjes hun reactie geven op dit standpunt door het omhoogsteken van één van de kaartjes ( rood = niet akkoord, groen = akkoord, wit = geen mening). Aan de groepjes met rood of wit kan de kans gegeven worden om enige verduidelijking te geven. Vervolgens kan een nieuwe stelling worden voorgelezen.

 

Let wel! De stellingen moeten ver genoeg uit elkaar liggen om nieuwe argumenten uit te lokken. De betogen van de groepjes moeten kort zijn en het is goed dat de groepjes telkens een andere woordvoerder aanduiden.

 

 

3. Schrijfronde

Doel: via het schrijven zichzelf, eigen ideeën, mening en vragen kenbaar maken aan de groep.

 

De gesprekleider geeft het thema of de probleemstelling aan (bv. vanaf volgend jaar kunnen koppels niet meer samen in leiding staan). Iedereen schrijft op een blad papier zijn mening, vragen en ervaringen neer in verband met het thema. Daarna geeft ieder zijn/haar blad door aan de linkerbuur. Die leest het blad en schrijft er vragen of bedenkingen bij. Daarna wordt opnieuw doorgegeven totdat het blad terug bij het beginpunt is. Na deze schrijfronde kan iedereen aan de anderen verduidelijking vragen of geven, waarna dieper op bepaalde punten kan worden ingegaan.

 

Resultaat is een uitgebreide inventaris rond het thema omdat ieder vanuit zijn eigen standpunt vertrekt. Je komt ook vrij vlug te weten wat je aan elkaar hebt in verband met de aangebrachte thematiek. En met deze methodiek komen niet enkel de roepers aan bod, maar ook de stille krachten…

 

 

4. Pro en contra

Doel: een standpunt leren verdedigen, leren zoeken naar de verschillende elementen die in de verdediging aan bod kunnen komen.

 

De groep wordt in twee verdeeld. Er wordt een thema naar voor gebracht (bv. een leider die te veel afwezig is tijdens het jaar mag niet mee op kamp). De ene groep krijgt de opdracht om volledig pro te argumenteren, de andere groep is contra. In de groepjes worden verschillende argumenten gezocht.

Uit elke groep komt iemand naar voor die deelneemt aan het debat. De ene geeft een pro argument, de andere kan een contra argument opwerpen. Wanneer één van beide geen argument meer kan inbrengen, kan diens plaats worden ingenomen door een andere persoon uit de groep.

Tijdens het debat worden pro’s en contra’s in 2 kolommen opgeschreven. Na het spel kan het gesprek vanuit deze neergeschreven elementen verder gezet worden.

 

Deze gespreksvorm stimuleert de fantasie, en laat soms nieuwe elementen naar voren komen. Variant: in plaats van te discussiëren krijgen de pro- en contragroepjes wat tijd om affiches, spandoeken, slogans voor een betoging te maken. Een aantal neutrale personen zijn reporter, zij verslaan de betoging in  de vorm van een televisiejournaal. Vanuit dit verslag verloopt dan het gesprek verder.

 

 

5. Plenum

Doel: de resultaten van groepsgesprekken of andere werkvormen bijeen brengen in de grote groep en van hieruit komen tot een sterkere meningsvorming en eventueel tot een aantal besluiten.

 

Verschillende kleine groepjes bespreken het onderwerp elk apart en brengen daarna hun verslag naar voren. Er is gelegenheid tot het stellen van informatieve vragen. Na de voorstelling van alle groepjes wordt de discussie in de grote groep aangevat, al dan niet met een fase van besluitvorming.

 

Het plenum geeft een overzicht van de stand van zaken in grote groep. De gespreksleiding laat iedereen die dat wil, aan bod komen en maakt de rode draad van het gesprek duidelijk (samenvatten, begrijp ik het juist dat…). Het is goed dat aan de verslaggevers van de kleine groepjes duidelijk gezegd wordt dat het verslag beknopt moet zijn. Het is beter enkele hoofdpunten aan te geven en de rest in een schriftelijk verslag te zetten, dan eindeloze verslagen uit de groepjes te moeten aanhoren waar men toch niet naar blijft luisteren. Je kan de aandacht trekken door een aantal kernwoorden op het bord te brengen.

 

 

6. Ambassadeur

Doel: zich een oordeel vormen over een bepaalde probleemsituatie. De standpunten van een groep leren weergeven.

 

De groep wordt verdeeld in verschillende groepjes. Elk groepje kiest aan ambassadeur. Er wordt voor de hele groep een probleem gesteld. Dit probleem wordt in afzonderlijke groepjes besproken. Daarna komen de ambassadeurs samen om te overleggen. De groepjes volgen het debat en kunnen hun ambassadeur terugroepen als ze vinden dat hij het standpunt van de groep niet genoeg verdedigt, dingen verdraait of vergeet. Na een gesprek met zijn ploegje, komt de ambassadeur terug naar het overleg of kan er een nieuwe ambassadeur aangesteld worden. De belangrijkste facetten van het overleg worden op vellen papier genoteerd. Als er geen nieuwe argumenten meer naar voren komen, wordt het overleg stopgezet. Daarna krijgt ieder de kans om wat te zeggen over het verloop van het gesprek.

 

Met deze methodiek is het mogelijk een goed debat te houden met een vrij grote groep. Een risico is wel dat men zich tijdens het gesprek vastpint op de gevormde mening in de kleine groep, zodat weinig geluisterd of ingegaan wordt op wat de anderen aanbrengen. Het lokaal moet groot genoeg zijn en iedereen moet het overleg goed kunnen volgen. Na het spel kan systematisch ingegaan worden op de verschillende argumenten die aangebracht werden. Vooraleer aan de volgende gespreksronde te beginnen, is het goed eerst wat stoom af te laten zodat de spelsituatie duidelijk wordt afgerond.

 

 

7. Interviewmethodiek

Doel: dit is een methodiek die iedereen aan bod laat komen, ervoor zorgt dat je goed naar elkaar luistert en die de betrokkenheid op mekaars ideeën en vragen verhoogt.

 

Stel een duidelijke, individuele vraag in verband met het onderwerp dat aan de orde is (bv. welke ervaringen, vragen, meningen heb ik omtrent patrouillewerking? Wat motiveert mij, wat doet mij hier komen? Wat vind ik van het idee van een groepskamp?). Vorm paartjes en zet bij voorkeur mensen bij elkaar die totnogtoe weinig contact met elkaar hadden. Laat hen elkaar gedurende 5 minuten interviewen over de vraag. Er mogen geen notities gemaakt worden, de opdracht is om gewoon goed te luisteren zodat later gerapporteerd kan worden.

 

Zet nu opnieuw de hele groep samen. Laat elk groepje verslag uitbrengen van het gesprek. De anderen beperken zich tot verduidelijkende vragen. Noteer de voornaamste ideeën, gedachten, vragen op een flap. Vat alles wat gezegd werd, samen: de grote vragen en gedachten. Duid erin aan wat je als groep de voornaamste gedachten of vragen vindt. Trek er besluiten uit.

 

Evalueer op het einde het verloop van de methodiek: de interviews, het rapporteren… Dat kan ook iets leren.

 

 

8.    Zoemen

Doel: een zoemsessie kan voorafgaan aan een goed gesprek. Het kan ook een pauzemoment zijn als er een hevige discussie is losgebarsten.

 

Je geeft de groepsraad even de tijd om met de naaste buren te keuvelen over het gespreksonderwerp (zoiets noemen we zoemen). Na enkele minuten zoemen zijn de opmerkelijkste zaken uitgesproken en kan iedereen zich opnieuw concentreren op het gesprek rond de tafel.

 

Met een zoemsessie probeer je de onderlinge gesprekjes en binnensmondse opmerkingen zoveel mogelijk een uitlaatklep te bezorgen.

 

 

9. Ideeëntocht

Ga met de groepsraad op tocht. Kies je doel, je terrein: een bos, water, een stad, een industrieterrein, een stort, de zoo, je eigen gemeente… naargelang het thema waarrond je ideeën wil verzamelen. Speelruimte in onze gemeente, stilte, fietsen, onbekende hoekjes, de brandweer… Kies het thema vooraf, zodat je onderweg gerichter kan kijken, snuiven, fantaseren. Doe ter plekke eventueel iets. Speel verstoppertje of ga eens samen in het midden van het marktplein. Nadien doe je een verzamelmoment: iedereen schrijft op wat er in haar of hem aan ideeën is opgekomen.

 

 

10. De lege stoel

Laat het gesprek over het onderwerp dat aan de orde is, voeren in beperkt forum: 3 tot 5 personen. Laat ook één stoel leeg. Als iemand iets in te brengen heeft, kan hij/zij de lege plek innemen. Er moet altijd opnieuw een stoel vrijkomen. Het voordeel van deze methodiek is dat je een overzichtelijk gesprek kan voeren, terwijl toch iedereen de kans krijgt om zijn/haar zegje te doen. Er wordt beter geluisterd en de tussenkomsten gebeuren zorgvuldiger en geconcentreerder.

 

 


Mogelijke energizers:


Afronden:


Evaluatie:


Bijlages:

Nuttige links:


in