Zoek

Jonge leiding (of de oude garde valt weg)

Eigenaar: Ploeg Groepsleiding

Korte omschrijving:
Jonge en ervaren leiding zoveel mogelijk informatie en een mogelijke manier meegeven om aan de slag te gaan met deze situatie in hun eigen groep.

Doelpubliek:
  • leiding
  • groepsleiding

Tijdsduur: <= 2 uur

Verloop:

Doelstelling
Jonge en ervaren leiding zoveel mogelijk informatie en een mogelijke manier meegeven om
aan de slag te gaan met deze situatie in hun eigen groep.


Materiaal
- Spelbord soort ganzenbord, met vakjes in 5 kleuren en vakjes met: ga 2 plaatsen; gooi
nog een keer; ga terug naar start; ga 2 vakjes vooruit, sla een beurt over;…
- 5 tal pionnen (afhankelijk van grote van groep),
- dobbelsteen
- flappen en stiften de tips en oplossingen uit het spel komen te noteren
- A4 blad en een pen per deelnemer


Werkvorm
1. kennismaking (7’)
De deelnemers vertellen hun eigen naam en die van hun thuisgroep, ook het aantal jaar
dat ze in leiding staan.
Doe een rondje waarin iedereen vertelt hoe de leeftijdsverhouding in hun groep ligt
(thema van de werkwinkel).
Vraag naar de verwachtingen voor deze werkwinkel.

2. opwarming (3’)
Deelnemers stellen zich op een rij met de jongste groepsleider vooraan (minst aantal jaren
in leiding) en de oudste achteraan.
De begeleiding nummert de deelnemers 1-2-3-1-2-3-1-2- … De nummers 1 vormen een
groep en ook de nummers 2 en de nummers 3.


3. Spel rond een ganzenbord in 3 groepen (30’)
Er wordt gespeeld rond een ganzenbord waar elk vakje één van de vijf kleuren heeft.
Elke kleur staat voor een thema (zie hieronder). Doel van het spel is om zoveel mogelijk
nuttige tips en info te verzamelen ivm met de samenwerking tussen jonge en oudere
leiding. Alle tips en info worden gedurende het spel op de flap van het groepje genoteerd.
1. Rood = situatie: Op zo’n papiertje staat een situatie waarbij oude en jonge
leidingbetrokken zijn. Het groepje dat aan de beurt is discussieert over de situatie en
zoekt een aanpak. Na de voorstelling van het antwoord noteren ze dit ook op een
flap.
2. Geel = tips / een cadeautje. Op zo’n papiertje staat een tip omtrent omgaan met
jonge en oude leiding. De tip noteren ze op de flap.
3. Groen = praktisch: Op zo’n papiertje staat een praktische vraag waar ze na overleg
een oplossing voor formuleren. Het antwoord noteren op de flap en nog eens gooien.
4. Blauw = stelling: Op het kaartje staat een stelling. Hierover moeten ze even
discussiëren en besluiten of ze al dan niet akkoord zijn. Als er een tip uit de
bespreking komt dan wordt deze op de flap genoteerd.
5. Oranje = slechtste manier om … : Op het papiertje staat een situatie waarop de de
slechts denkbare reactie moet bedacht worden. Als er een tip uit de bespreking komt
dan wordt deze op de flap genoteerd. Het mag ook gewoon grappig zijn.
Het spel wordt gespeeld zoals een ganzenspel. De groepen om beurt en de begeleiding
geeft de vraag of opdracht na het gooien met de dobbelsteen. De groep beslist of de
opdracht goed is volbracht. Andere spelregels kunnen ter plaatse bedacht worden.


4. Besluiten
Elke groepje stelt zijn tips voor aan de grote groep. Nadien kan er (indien er nog tijd voor
is) nog kort worden gediscussieerd over de gegeven tips.


Opdrachten
ROOD - SITUATIE
1. Nieuwe leiding wil een fuifzaal huren, oude leiding wil zoals elk jaar de fuif houden in een
tent.
2. Enkele jonge leiders zetten zich vooral in voor zijn/haar tak en is meestal afwezig op
groepsactiviteiten.
3. Oude/ervaren leiding hecht belang aan huisbezoeken omwille van persoonlijk contact en
ruimte om eerder privé zaken te bespreken (bv. bedplassen, pesten). De nieuwe leiding
kiest voor één inschrijvingsavond.
4. Jonge leiding vormt een kliek, oude leiding valt erbuiten of andersom.
5. Jonge/nieuwe leiding is niet zo streng qua uniform.
6. Jonge leiding verkiest avond op café boven de groepsraad.


GEEL - TIPS
1. Verdeel jonge en oude leiding over de verschillende takken zodat de kennis wordt
doorgegeven.
2. Bij nieuwe groepsleiding leid je de laatste (van het vorige werkjaar) en eerste groepsraad
(van het nieuwe werkjaar) best met de oude (aftredende) EN de nieuwe (aantredende)
groepsleiding.
3. Tradities loslaten maakt plaats voor nieuwe ideeën.
4. Bij volledig onervaren takploeg is het een goed idee te werken met peterschap zodat
iedere nieuwe leider een aanspreekpunt heeft voor zijn vragen.
5. Vast puntje op de groepsraad om per tak te beantwoorden: “Wat heeft de jonge leiding
van de oude geleerd de voorbije maand en wat de oude van de jonge geleerd de voorbije
maand”.
6. Jins vanaf januari op de groepsraad uitnodigen om het reilen en zeilen te leren kennen.
7. Bereidt de discussie over gevoelige punten (bvb wijziging van een traditie) op de
groepsraad goed voor. Zo vermijd je ellenlange discussies of ruzies.


GROEN - PRAKTISCH
1. Het is 3 jaar geleden dat een buitenlands kamp doorging. Niemand weet hoe aan de
voorbereidingen van zulk kamp te beginnen. Hoe kan je deze situatie in de toekomst
vermijden?
2. Jonge leiding weet niet wat te doen bij ongeval tijdens een activiteit.
3. De jongere generatie kent de takhandboeken en andere educatieve materiaal voor zijn
leeftijdsgroep niet.
4. Jonge leiding sukkelt met sjorwerken.
5. Ouders stappen met hun vragen en opmerkingen vooral naar ervaren leiding.
6. Hoe vermijden dat de jonge leiding weken sukkelt met het pakket voor de
ledenadministratie.

BLAUW – STELLING
1. Jonge leiding moet kunnen leren uit eigen fouten.
2. De takleider is bij voorkeur de oudste leider binnen de takploeg.
3. Nieuwe leiding houdt zich de eerste maanden op de groepsraad best op de achtergrond
om de gang van zaken te leren kennen.
4. Bij de leidingverdeling weegt de voorkeur van oudere leiding meer door.
5. Op de eerste groepsraad moet er aandacht zijn voor kennismaking voor ALLE leiding.
6. Jonge leiding is verplicht 3d te volgen.


ORANJE - SLECHTSTE MANIER OM …
1. te reageren wanneer jonge leiding uitleg vraagt over het beheren van een kampkas
2. te reageren op een jonge leider die ruzie heeft met een medeleidster en je om raad
vraagt.
3. te reageren op een hevige ruzie op de groepsraad. De ruzie bestaat sinds vroeger toen de
ene lid was en de andere leider.
4. te reageren op een jonge leider die een relatie heeft met een giver.
5. om afscheid te nemen van de oude groepsploeg.
6. de jonge leiding te verwelkomen in de leidingsploeg.


Bijlages:

in