Zoek

Maak je eigen diversiteitsproject

Eigenaar: Ploeg Diversiteit

Korte omschrijving:
Sessies over het herkennen van en omgaan met drempels binnen je groep.

Doelpubliek:
  • leiding
  • groepsleiding
  • dcs

Tijdsduur: <= 2 uur

Verloop:

Doel van de werkwinkel:

1) Ontdekken van diversiteit binnen de eigen groep

2) Praktisch kijken hoe ze met die drempels aan de slag kunnen gaan.

 

Doelgroep: Voor alle leiding of geïnterresseerde

Duur: 120 minuten

Aangewezen tijdstip: Maakt niet uit

Specifieke locatie: /

Aantal deelnemers: Minimum 10 en maximum 20

Nodig aantal begeleiding: 2 begeleiders

Andere info of aandachtspunten:

  • Zorg dat je op voorhand het materiaal bij elkaar gezocht hebt
  • Lees op voorhand de werkwinkel aandachtig en stel vragen indien nodig
  • Maak een planning van wat je wilt doen met de groep en hoelang je dat gaat doen
  • Zorg voor voldoende water tussendoor, zeker bij warm weer

 

Korte inhoud en duur per fase:

1. Onthaal + verdeling werkwinkels – 15 minuten

2. Kennismaking – 5 minuten

3. Peilen naar verwachting – 5 minuten

4. Inhoudelijk gedeelte

  • Kennismaking: wie zijn we zelf? – 10 minuten
  • Wat zijn onze grenzen en drempels? – 30 minuten
  • Project uitwerken – 60 minuten

5. Evaluatie van de werkwinkel – 5 minuten

 

Opbouw van de werkwinkel:

1. Kennismaking – 5 minuten

Er wordt een korte kennismakingronde gedaan, waarbij iedereen zijn naam en functie vertelt.

2. Peilen naar de verwachtingen – 5 minuten

Er wordt aan de deelnemers gevraagd of ze hun verwachtingen over de werkwinkel in het kort op een papier neerschrijven. Deze wordt dan afgegeven aan de begeleiders om tijdens de evaluatie hier mee te werk te gaan.

3. Kennismaking: wie zijn we zelf – 10 minuten

De deelnemers gaan op één lijn zitten op een stoel. Voor hen is een leeg vlak, onderverdeeld in twee vlakken. De begeleiding somt een aantal criteria op i.v.m. diversiteit. Wie er aan voldoet of zijn groep mag telkens één stap vooruit. Soort race dus, waarbij na een tiental criteria de overblijvende deelnemers uit vak één de criteria mogen overnemen, zodat zij nadenken over welke unieke diversiteit er bestaat in hun groep, en zo sneller vooruit kunnen dan deelnemers die al zijn doorgeschove naar vak twee. Wie eerst aan de eindstreep komt, is de ‘meest diverse mens”

Criteria:

  • Al wie vegetariër is
  • Al wie kinderen heeft die verminderd inschrijvingsgeld krijgen
  • Al wie 5% kansarmen in zijn groep heeft
  • Al wie al eens een moskee heeft bezich
  • Al wie holebi’s in leidingsgroep heeft
  • Al wie chiro maar kut vindt: één stap achteruit
  • Al wie kinderen uit BLO heeft
  • Al wie kinderen heeft zonder het Nederlands als moedertaal
  • Al wie zweert bij perfect uniform: één stap achteruit
  • Al wie contact heeft met het OCMW in de buurt • Al wie slaapzakken moet voorzien voor kinderen die er zelf geen hebben

 

4. Wat zijn onze grenzen en dremepls? – 30 minuten

4.1. Grenzen en drempels in de eigen groep

Met het spel ‘schipper mag ik over varen’ gaan we de deelnemers al laten kennis maken met de drempels binnen de groep. De ‘schipper’ zingt het klassieke lieke, maar met telkens een drempel of grens zeggen.

Er staat ook een pot met verschillende drempels naast de schipper waar hij/zij ééntje kan nemen.

4.2. Dieper nadenken: 2-4-8 methodiek

Nu gaan de deelnemers dieper moeten nadenken over hun specifieke drempels. Om ze verder te bespreken, worden er groepjes van twee gevormd. Samen gaan ze deze bespreken, en zien welke drempels en grenzen ze belangrijk vinden om te behouden en welke niet.

Na een enige tijd, worden de groepen bij elkaar gevoegd tot groepen van eerst vier, daarna acht,... enz.

4.3. Wapenschild

Nadat ze hebben nadegdacht wat het eerste en het laatste zou zijn wat ze zouden weggegeven las het aankomt op diversiteit, tekenen ze dit op een wapenschild bijvoorbeeld een unform, spelen op eigen terein, weekendwerking, enz.

 

5. Project uitwerken – 60 minuten

Nu is het tijd om aan project te werken. Ze hebben net de tijd gehad om over de verschillende drempels te verkennen binnen en buiten hun groep. Nu is het tijd om keuzes te maken. Zorg er voor dat elke stap duidelijk is weergeven als houvast tijden het uitwerken.

5.1. Keuze maken: persoonlijk

Het idee: welke doelgroep willen we bereiken? Wat zijn de kenmerken van deze doelgroep?

De reden: waatom doen we het?

Het doel: welke resultaat hebben we voor ogen? Hoe concreter, hoe beter.

Bijvoorbeeld: “We willen drie moslimmeisjes bij de kabouters krijgen en er één jaar behouden

5.2. Plan maken: vier stappen

Vertrekkend van de huidige situatie. Een aantal stappen plannen om te komen tot het resultaat.

1. Stap één: analyse van de huidige situatie Informeer jezelf. Welke gegeven heb je nodig? Hoe ga je aan deze gegeens geraken?

2. Stap twee: mogelijkheden Wat zijn de mogelijkheden binnen je groep, je leidingsploeg… Hoe zit het met inzetbaarheid, kennis, vaardigheden,…

3. Stap drie: partners en hun mogelijkheden Participatiegraad, kennis,… (jeugdraad, wijk/straakhoekwerkers,…)

4. Stap vier: activiteiten waarmee we de doelgroep willen bereiken Hoe vind je leden uit maatschappelijk kwetsbare milieus? Hoe onthaal je nieuwe leden? Hoe zorg je ervoor dat ze blijven komen?

5.3. Voorbereiding

Wat hebben we nodig?

Mensen, tijd, hulpmiddelen, financiën

Draaiboek met 3 kolommen: Wat Wie Wanneer

5.4. Voorstellen project

Nadat ze voorgaande stappen hebben doorgaan en eigen project gemaakt, is het tijd om ze voor te stellen voor de groep. Ze zijn hierin volledig vrij en mogen hun creativiteit de vrije gang laten.

 

6. Evaluatie: zijn de verwachtingen ingelost? – 10 minuten

Hier ga je na of alle verwachtingen zijn ingelost. Je hebt de papieren versie van het begin van de werkwinkel om je hierbij te helpen.


Bijlages:
in