Zoek

Motiveren

Eigenaar: Ploeg Groepsleiding

Korte omschrijving:
Wat mensen motiveert en hoe erop in te spelen

Doelpubliek:
  • leiding
  • groepsleiding
  • dcs

Tijdsduur: <= 2 uur

Verloop:

Werkwinkel Motiveren

Tussen pizza en tweehalvebollenijsjes bedacht door Annemie, Tine, Hans en Jos

 

 

* Schoenbowling (5 min)

De cursisten sjotten –vanachter een met dassen gefabriceerde lijn- hun loszittende schoen zover mogelijk uit. De eigenaars van de schoenen die het dichtst bij elkaar gesjot zijn vormen de werkwinkel.

 

* Opwarmspelletje (15 min)                                                                                 

Deelnemers gaan per 2 (ingedeeld via schoenbowlingmethodiek) staan en krijgen 3 minuten om elkaar te ondervragen. De vragen zijn: naam, groep, aantal jaar grl, totem en een grappig feit over zichzelf (een roze kamer hebben…).

 

Nadien stellen zij de ander in 30 seconden aan de groep voor op een vooraf bepaalde manier

 

De begeleiding laat hen vooraf een ‘motivatiestijl’ uit een potje trekken (zie bijlage 2): zakelijk, wild enthousiast, met veel show, verlegen, al zingend, gebarentaal, verstrooid, vreselijk traag, in het dialect, ongeïnteresseerd, onbeleefd, kinderlijk, bewonderend, mysterieus, in rijm, in code of geheimtaal, veel te snel, als een nieuwsbericht…

 

* De behoeftetheorie van Maslow (zie bijlage 1) (20 min)

De begeleiding legt de behoeftetheorie uit… wordt gevisualiseerd op een flap.

Vervolgens wordt aan de deelnemers gevraagd even te brainstormen over activiteiten waarvoor begeleiding gemotiveerd moet worden (mogelijke antwoorden zijn: een groepsraad, een eetkermis, een groepsfeest,…).

Vervolgens dienen de deelnemers per drie de behoeftetheorie van Maslow toe te passen op een door hun gekozen activiteit. De begeleiding komt rond, antwoordt op vragen en geeft eventueel verduidelijking.

 

* Doe-opdracht (35 min)

 

Per 5 (in totaal 3 groepjes) geven we de deelnemers de opdracht om de rest van de groep te motiveren om iets geks/spectaculairs/speciaals/moeilijks (zelf te bedenken) te doen – de opdracht zelf mag max. 5 minuten duren - daarbij doen we hen een opgelegde motivatiestijl aan de hand…

 

overtuigen met rationele argumenten door zelf het voorbeeld te geven door met belonen te werken

 

* voorbereiding per groepje                                                              (10 min.)

 

* groepsopdrachten uitvoeren                                                                      (20 min.)

 

* nabespreking oefening                                                                   (15 min.)

De deelnemers raden welke motivatiestijl een bepaald groepje aangewend heeft.

De begeleiding onderstreept gedrag van de groepsleiding dat motiverend was (e.g. toen jij stond te springen en zelf heel enthousiast was over je opdracht motiveerde mij dat enorm).

 

* Verschillende leiderschapsstijlen overlopen                  (10 min.)

OPM: Begeleiding zorgt ervoor dat op de grond een afgebakend vierkant aanwezig is, waarin zich nog vier vierkanten bevinden (jammer genoeg is mijn tekentalent in word zeer beperkt en kan ik het niet schetsen). Elk vierkantje staat voor een leiderschapsstijl (overleggen, overtuigen, delegeren en instrueren).

*begeleiding legt het vierkant uit

(adhv de werkwoorden steunen en sturen – overleggen = veel steunen en weinig sturen, overtuigen is veel steunen en veel sturen, delegeren is weinig sturen en weinig steunen, instrueren is veel sturen en weinig steunen).

*Zorgen voor inzicht in de verschillende leiderschapsstijlen

De begeleiding vertelt over verschilllende casussen, de deelnemers gaan in het vierkan staan, dat volgens hen overeenkomt met welke leiderschapsstijl de groepsleider in de casus heeft gebruikt. Per casus volgt een korte bespreking.

 

De casussen zijn:

  • GRL Koen zegt op de groepsraad: ‘Britt, aangezien jij goed bent met de pc en dicht bij de post woont, moet jij vanaf dit jaar voor het boekje/de maandschors zorgen’.’
  • GRL Anneleen zegt tegen Asha:’ Jij mag de eindverantwoordelijkheid van de fuif op jou nemen. Daarvoor moet je erst de sponsers contacteren – dit zijn hun adressen – de brouwer bellen en vragen of we gratis ekers krijgen, de onze lieve vrouw zaal vastlegge bij zuster maria en de buitenwippers van vorig jaar terugvragen.’
  • Op een groepsraad vraagt GRL Fien:’wat doen we voor geldactiviteit?

Felix:’ misschien een truffelverkoop?’

Fien:’Ja, wauw, wat een goed idee! Hoe zouden we dat kunnen doen?

  • GRL Juul:’Als jullie die fuif willen doen, doe het dan zelf!’
  • Maurice wil stoppen met in leiding staan. GRL zegt:’komaan blijf nog een jaar! Je doet dat kweetnie hoe goed, in leiding staan, daarbij, al je vrienden blijven nog een jaar en je bent toch gebuisd dus je moet toch nog niet gaan werken, dit jaar.

 

*Afsluiting

Vragen aan de leiding wat ze vonden van de werkwinkel en of ze er iets van hebben opgestoken… De begeleiding mag hun antwoord visualiseren aan de hand van grenadine (hoe donkerder hun brouwsel, hoe beter ze de ww vonden) of aan de hand van kleurenkaarten van de brico.

 

 

TO DO, MEE TO BRENG

 

*Uitknippen van bijlage 2 en in een mooi zakje steken

*Grenadine kopen (jos)

*Bricokleurenkaartjes meenemen (annemie)

*Dit document afprinten

 

 

Mee te nemen materiaal:

 

Schrijfgerei (bikken, papier) voor de deelnemers

Water, grenadine

Bricokleurenkaartjes

Materiaal dat een leuke opdracht uitlokt (slaapzak, …)

Werkwinkelvoorbereiding

 

Bijlage 1

  Het niveau van de primaire biologische behoeften. Mensen hebben allereerst behoefte aan eten, drinken, zuurstof, kleding, onderdak, enz. Dit fysiologische niveau is primair, dat wil zeggen het zijn de overlevingsbehoeften. Als hieraan niet in voldoende mate wordt voldaan wordt de ontwikkeling van de hogere niveaus belemmerd. Een kind in een ontwikkelingsland dat honger heeft zal zijn aandacht niet lang gericht kunnen houden op leren op school, de behoefte aan voedsel is dominant, vraagt voortdurend aandacht. Iemand die zuurstoftekort heeft zal eerst aan de behoefte aan zuurstof willen en moeten voldoen om te overleven.

b. Het niveau van de veiligheidsbehoeften (de behoefte aan bestaanszekerheid).  Als aan de fysiologische behoeften is voldaan is fundamenteel dat aan de behoefte aan veiligheid wordt voldaan. Een baby heeft niet alleen melk nodig, maar ook koestering, warmte, liefde, een vast ritme, regelmaat, orde, stabiliteit, rust. Door onverwachte, onvoorspelbare gebeurtenissen, of door inconsequent gedrag raken kinderen in de war, worden ze angstig. Als aan de fysiologische en veiligheidsbehoeften is voldaan ontstaat vertrouwen. Het basisvertrouwen ontstaat in het contact met de verzorger/ster die als voedende en verzorgende persoon de eerste is die veiligheid representeert. Meestal is dat de moeder. Vervolgens breidt dat vertrouwen zich uit, en ontstaat er bij een gezonde ontwikkeling ook vertrouwen in zichzelf.

c. De sociale behoeften: behoefte aan liefde, en de behoefte ergens bij te horen. Onder liefde kan daarbij worden verstaan: 'erg goed begrepen en geheel aanvaard worden'. 'Liefde impliceert een gezonde, tedere betrekking tussen mensen die wederkerig vertrouwen inhoudt. In de juiste relatie is er geen vrees, verdedigingsmiddelen zijn weggevallen.' Liefde wordt vaak aangetast als je bang bent dat je zwakheden en gebreken ontdekt zullen worden, en er misbruik van zal worden gemaakt. Het kind en de mens in het algemeen heeft behoefte aan een band met de mensen om hem heen. Met name ontstaat de behoefte aan een plaats in de groep leeftijdgenoten. Clubs bieden bijvoorbeeld een min of meer veilige 'oefenplaats' voor het ontwikkelen van sociaal gedrag in een gemeenschap. Met de behoefte aan liefde wordt zowel de behoefte aan het ontvangen van liefde als de behoefte aan het geven van liefde bedoeld. Het is ook belangrijk om te 'leren' een bijdrage te leveren aan een gemeenschap; bijvoorbeeld in eerste instantie aan het gezin, en vervolgens aan groepen leeftijdgenoten. Dat geeft ook weer een goed gevoel terug.

d. De behoefte aan erkenning en waardering. We hebben twee soorten behoeften op dit niveau:

- de behoefte aan zelfwaardering; d.w.z.: verlangen naar zelfvertrouwen vanwege waardering voor jezelf, je succes, zelfwaardering voor wie je bent; dit houdt ook in: verlangen naar vrijheid, onafhankelijkheid, verlangen een eigen individu te zijn, en zelfwaardering voor wat je in dit opzicht al hebt bereikt;

- de behoefte aan waardering door anderen; d.w.z.: respect, aanvaarding, erkenning als persoon, erkenning op grond van kwaliteiten, verwerven van een bepaalde status, een 'eigen plaats' in de groep op grond van je 'jou-zijn', op grond van wie je bent.

Waardering voor jezelf (zelfrespect, zelfvertrouwen) is de basis voor het kunnen geven van waardering aan anderen.

e. De behoefte aan zelfverwezenlijking. Dat is: het verlangen om meer en meer te worden wie je in aanleg al bent. Onze potentiële mogelijkheden zijn groot. Als aan de vorige niveaus is voldaan zullen we pas echt toekomen aan de volledige ontplooiing van ons zelf. Er zijn dan geen angsten meer die ons belemmeren. We voelen ons niet meer beknot door onze strijd om een plaats in de groep. We voelen ons vrij van angst, en vrij van de waardering of beoordeling van anderen. Op basis van het bereikte zelfvertrouwen komen we, als vrij mens, toe om te realiseren wat in ons is, zonder belemmeringen van binnen (in onszelf) of van buitenaf. Het is het niveau van de vrije zelfontplooiing.

 

 

Bijlage 2

 

zakelijk                                           in rijm

 wild enthousiast                        veel te snel

 met veel show                              verlegen

 als een nieuwsbericht

 al zingend

 gebarentaal

 verstrooid

 vreselijk traag

 in het dialect

 ongeïnteresseerd

 onbeleefd

 kinderlijk

 bewonderend

 


Bijlages:
in