Zoek

Pesten

Eigenaar: Ploeg Vorming In Scouting

Type: inhoud

Korte omschrijving:

De grens tussen plagen en pesten is soms erg dun. Een grapje af en toe moet zeker kunnen, maar toch is het belangrijk dat je als leid(st)er bewaakt dat het daarbij blijft. Wanneer wordt plagen pesten?



Lange omschrijving:

Het verschil tussen pesten en plagen.

Plagen

• Spontaan en zonder over na te denken.
• Van korte duur en gebeurt onregelmatig.
• Geen vaste structuur in.
• Geen kwade bijbedoelingen en wordt meestal als prettig ervaren.
• Tussen gelijken. De relaties worden na het plagen meteen hervat.
• De geplaagde tiener blijft een volwaardig lid van de groep
• Meestal één tegen één
• Rollen liggen niet vast. Nu eens plaagt de ene dan de andere

Pesten
• Opzettelijk. De pestkop weet op voorhand wie hij zal pesten, hoe en wanneer.
• Systematisch. lange duur en houdt niet vanzelf op na een tijdje.
• Bewust gebruikt om iemand te kwetsen of te kleineren.
• Ongelijk, de pestkop heeft altijd de bovenband.
• Gepeste tiener is geïsoleerd. voelt zich eenzaam en voelt dat bij niet meer bij de groep hoort.
• Meestal een groep tegen één geïsoleerd slachtoffer
• Vaste structuur en vaste rollen. De pestkoppen zijn meestal dezelfde, diegene die gepest worden ook.
• Als er niet op tijd wordt ingegrepen, kunnen de gevolgen ingrijpend zijn en lang nawerken
• Allerhande uitingen: lichamelijk, verbale, materiële agressie en / of isolatie en uitsluiting.
• Als er niet tijdig wordt ingegrepen kunnen de gevolgen ingrijpend lang nawerken.

Profielen
In een pestsituatie zijn verschillende rollen te onderscheiden.
de gepeste:
o Fysiek zwakker
o Wijkt af van de groepsnorm
o Is angstig en onzeker
o Heeft een laag zelfbeeld
o Is onzeker in sociale contacten
o Reageert niet op de gepaste wijze onder druk de meeloper:
o Is bang om zelf gepest te worden
o Wil voordeel halen uit het pesten
de pester:
o Fysiek sterker
o Vertoont agressief gedrag, ondanks eigen zwakheid en onzekerheid
o Heeft het moeilijk om met druk om te gaan.
o Dwingt populariteit af
o Lijkt zelfverzekerd
o Heeft een zwak inlevingsvermogen de zwijgende middengroep:
o Is niet direct betrokken bij het pesten
o Weet niet hoe met de voortdurende onveiligheid om te gaan
o Zijn medebepalend voor het voortduren van het pesten

Signalen van pesten.

Waaraan kan je merken dat een kind gepest wordt:
• Het kind wil niet meer naar de jeugdbeweging.
• Het kind vertelt niet meer over de jeugdbeweging.
• Staat nooit in een vriendengroepje.
• Slechtere schoolresultaten dan vroeger.
• Vaak dingen kwijt of gaat met kapotte dingen naar huis.
• Het kind heeft vaak hoofdpijn of buikpijn.
• Heeft blauwe plekken op ongewone plaatsen.
• Het kind slaapt slecht of heeft nachtmerries.
• Wilt zijn verjaardag niet meer vieren.
• Het kind durft niet meer alleen buiten komen.
• Bepaalde kleren absoluut niet meer willen aan doen.
• Prikkelbaar, boos of verdrietig.

Basisregels
Er zijn een aantal basisregels voor de aanpak van pestgedrag:
• Neem het probleem serieus en accepteer de situatie niet.
• Benoem wat je ziet in de groep en grijp in.
• Zet geen stappen voor je toestemming hebt van het gepeste kind. Besluit samen met het kind wat er gedaan moet worden.
• Laat het kind weten dat je om hem geeft en dat je hem steunt.
• Probeer het kind gevoelig te maken voor wat zijn gedrag betekend voor anderen. Hou het eens de spiegel voor
• Kom in actie!

Tips
Korte termijn.
• Als je denkt dat een kind gepest wordt, zoek uit wat er gebeurd is, hoe ernstig de feiten zijn.
• Vraag het kind hoe het zicht voelt in de groep, of het vrienden heft; of er nog kinderen bij zijn die gepest worden.
• Laat het kind zijn verhaal doen. Luister. Als het moeite heft om erover te praten, zoek dan samen naar een alternatief zoals brief, dagboek, een boek lezen over pesten, een andere volwassene in vertrouwen nemen.
• Overstelp het niet met goede raad die het niet kan uitvoeren. Verwacht niet dat het kind de pesterijen stopt door opeens zijn gedrag en zijn houding te veranderen.
• Bedenk samen met het kind manieren om de pesters uit de weg te gaan. Creëer afstand tussen de verschillende partijen.
• Raad het kind aan om geen waardevolle spullen mee te nemen.
• Stimuleer het kind om in de omgeving bondgenoten te zoeken. Andere kinderen vinden pesten ook niet leuk.
• Zoek steun bij andere minitoren en beroepskrachten.

Lange termijn.
• Praat erover met de ouders. Zodat zij het probleem kunnen aanpakken. Een aantal sociale vaardigheden kan thuis ingeoefend worden. Wie thuis uit zijn rol valt of het er minder goed van af brengt, riskeert niets.
• Onderneem niets wat het kind niet wil, maar maak het duidelijk dat zwijgen en niets doen niet helpt.
• Pesten is een gewoonte geworden die maar moeilijk af te leren is.
• Waarschuw het kind dat pesten niet meteen ophoudt, ook al wordt er aan gewerkt.
• Informeer regelmatig hoe het nu gaat, Hou het onderwerp bespreekbaar.
• Gepeste jongeren blijven vaak met nare gevolgen worstelen. Het is belangrijk dat ze actief aan hun herstel werken, ook nadat het pesten is gestopt. Ze moeten leren goed voor zichzelf te zorgen, hun gekwetste zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen proberen te herstellen. Iedereen kan voor zichzelf uitzoeken op welke manier dat bet beste kan. Professionele hulp zoeken in de vorm van weerbaarheidstraining.
• assertiviteitstraining of therapie kan hierbij een mogelijkheid zijn.

Wat kan je doen om te voorkomen dat een kind gepest wordt?

• Leer het kind voor zichzelf en anderen op te komen.
• Geef de gelegenheid om dit te oefenen.
• Leer het kind om hulp vragen. Laat merken dat je luistert en dat je hem steunt in het zoeken naar eigen oplossingen.
• Toon interesse in wat het kind doet.
• Geef het regelmatig een complimentje.
• Probeer conflicten op te lossen door erover te praten.
• Kinderen leren het meest van de voorbeelden die ze krijgen.
• Als je zelf respect en waardering toont voor anderen, leren kinderen dat anderen niet eng of vreemd zijn.
• Grijp in als je merkt dat kinderen erg agressief zijn of als je merkt dat kinderen systematisch worden buiten gesloten.

Pestactieplan in je groep, een belangrijk signaal.
• Regels en afspraken opstellen en bekend maken.
• Controleren van regels en afspraken.
• Vertrouwenspersoon aanduiden en profileren.
• Informeren en zoeken naar oplossingen.

Bronnen.
www.klasse.be
Janssens C., Lardeur C., Peeters S., e.a. (1996), pesten in het jeugdwerk, Brussel, BDJ – Jeugd & Vrede.
Www.Kieskleurtegenpesten.be



in