Zoek

Plannen en evalueren

Eigenaar: Ploeg Groepsleiding

Korte omschrijving:
Korte methodiek over plannen en evalueren

Doelpubliek:
  • leiding
  • groepsleiding
  • dcs

Tijdsduur: <= 2 uur

Verloop:

Doelstellingen:

serveren van praktische plan- en evaluatie-ideetjes met variaties, waarom plannen en evalueren we en ideeën uitwisselen.

Materiaal:

papier,  schrijfgerief,  flappen,  stiften,  punaises,  verf, ballonnen, speelkaarten, wasspelden

 

1. Kennismaking

- Namenspelletje:

ev. een lijn gaan staan zonder te praten volgens:

            - beginletter van je naam

            - provincie

            - jaren in leiding

            - leeftijd

- opvragen van de verwachtingen ( waarom gekozen voor deze werkwinkel)

 

De kennismaking wordt al meteen geëvalueerd.

- vingers in de lucht, hoe meer vingers hoe beter, laat ze dit met de ogen toe doen (om beïnvloeding uit te sluiten)

-  maak jezelf groot klein (klein=slecht)

- positioneer je op een verschillende hoogte in het lokaal (op de grond gaan liggen = slecht)

 

Leg uit dat dit alledrie snelle non-verbalen manieren zijn van evalueren, zonder materiaal.

 

2. Plannen

1. Brainstormen

De deelnemers krijgen briefjes en schrijfgerief.  Ze mogen brainstormen rond “plannen”.

Er zijn 4 thema’s

            - Wat plan je?

            - Hoe? = de verschillende stappen van het plannen van een activiteit

            - Waarom?

            - Mogelijke problemen?

 

Die thema’s hangen elk aan een boom.  De deelnemers lopen vrij rond en hangen hun briefjes onder elkaar bij de thema’s.

 

Nadien mogen ze 5 briefjes van dingen die ze echt belangrijk vinden bij plannen bovenaan de lijst hangen.

Zo kan er een fictieve top 5 gemaakt worden.

 

Hierbij kan vermeld worden dat evaluaties van vorige activiteiten mee opgenomen kunnen worden in de planning.

 

2. Stellingen

Van een gemaakte planning kan en mag je niet afwijken

(ballonnen op blazen, laat ze zelf beslissen hoe ze dit doen, bijv. de groote van de ballon, hoeveel lawaai hij maakt, er een gezichtje op tekenen)

 

Op voorhand plannen is minder werk nadien

(positioneer je op een lijn)

 

Plannen kan, maar niet met alle leiding.

(geef punten met kaarten, hoge kaart=positief)

 

3. Evalueren

1. Brainstormen

- wie evalueert ?

- wat evalueer je ?

- hoe evalueer je ?

- waarom evalueer je ?

- wanneer ?

 

Elke vraag krijgt een flap en die worden doorgegeven aan de verschillende groepjes. Ze schrijven erop wat in hen opkomt.

 

Als iedereen klaar is hang je flappen aan de muur, geef je ieder groepje drie potjes verf. Ze duiden nu met verf en hun vingers aan welk onderwerpen op de flappen ze af of goedkeuren. Spreek af welk verf voor positief, negatief en neutraal staat. (-:

 

Hierna worden de flappen in de grote groep besproken, overloop kort de uitspraken met opvallende quoteringen.

 

2. Stellingen

Iedere vergadering wordt geëvalueerd om kwaliteit te garanderen.

(met verschillende kleuren van balletjes of ballonnen)

 

 

Regelmatig stilstaan bij de leidingsploeg is goed voor de sfeer.

(positioneer je ten opzichte van het middelpunt van een cirkel)

(merk op dat je door de cirkel iedereens gezicht kan zien)

 

Evalueren kost tijd en levert niets op.

(hang een waspeld op je lichaam, de hoogte geeft aan wat je er van vond.

 

4. Evaluatiemoment in kleine groep

Laat de deelnemers in een klein groepje een evaluatiemoment voorbereiden over een scoutsactiviteit (Verwijs terug naar de flappen)

 

Voorstellen van hun evaluatie en toelichten

 

Laat dit ontaarden in een losse babbel over hoe er in hun groep wordt geëvalueerd.

 

5. Evaluatie van de werkwinkel

Jawel, nog even evalueren. (-:

Geef pen en papier en laat ze een weerberichtje uittekenen of schrijven over hoe men de werkwinkel ervoer. Vraag achteraf ook wat ze zouden veranderen, toevoegen of weglaten.

 


Bijlages:

in