Zoek

Tochttechnieken voor oudere takken

Eigenaar: Ploeg Technieken

Korte omschrijving:
De leiding kent aan het eind van de sessie enkele nieuwe tochttechnieken en heeft die ook al uitgeprobeerd.

Doelpubliek:
  • jins
  • leiding
  • groepsleiding

Tijdsduur: <= 1/2 dag

Verloop:

Doelgroep: Leiding van oudere takken

Duur: 2,5 uur

Aangewezen tijdstip: Overdag

Specifieke locatie: Een bos of terrein waarin ‘op tocht’ kan worden gegaan

Aantal deelnemers: Minimum 5, maximum 20

Nodig aantal begeleiding: 2

Andere info of aandachtspunten:

  • Genoeg materiaal voorzien zodat zoveel mogelijk deelnemers tegelijk kunnen inoefenen (kaarten, kompassen enz.)
  • Wat materiaal mee om op tocht te gaan (water, EHBO, fluovestje enz.).

 

Korte inhoud en duur per fase:

  •  Rondje kennismaking - 10 minuten
  • Peilen naar de verwachtingen – 5 minuten
  • Inhoudelijk gedeelte: tochttechnieken – 95 minuten
  • Discussiemoment – 20 minuten
  • Feedback – 20 minuten

 

Opbouw van de werkwinkel:

1. Kennismaking

 

  • rondje: naam, groep / district, wat maakt je groep bijzonder
  • peilen naar kennis van tochttechnieken: iedereen staat in kring waarbij om beurten iemand een stap naar voor zet en een tochttechniek zegt die in zijn groep wordt toegepast. Al wie deze techniek ook gebruikt, zet vervolgens ook een stap vooruit.
  • Verwachtingen (rondje) aan de hand van ‘ik ga op reis en neem mee…’: "ik volg deze werkwinkel en wil iets weten over … "

 

2. Technieken

Inleiding:

  • "een scout is liever onderweg, dan aangekomen op zijn bestemming". Toch mag een tocht geen doel op zich zijn, het is een middel: om zaken te beleven, om plezier te hebben, om ergens te geraken, om iets bij te leren. Daarom kan je experimenteren met leuke tochttechnieken.
  • Doe geen tocht met steeds dezelfde techniek, maar varieer.

 

Concept: op tocht gaan met de groep en bij elk kruispunt een vraagje stellen uit de Speel op Veilig (de FAQ over op tocht) waarbij de mogelijke antwoorden bepalen in welke richting de tocht verder gaat (voorbeeld van een quizroute). Dus bij elke vraag evenveel mogelijke antwoorden voorzien als zijwegen. Tussendoor stoppen we om een tochttechniek in te oefenen.

 

Visgraat: uitleg geven over visgraat (bv. via tekening hiernaast). Dan groep opdelen in twee ploegjes. Elke ploeg bereidt op kaart een tocht voor volgens de visgraattechniek. Vervolgens moet de andere ploeg op de kaart aanduiden waar zij denken uit te komen.

De eenvoudigste manier om een visgraat te maken is door op een kaart de route die je wil volgen in te kleuren (bv. in het zwart). Je gaat vervolgens die weg op de kaart af en telkens je bij een zijweg of een kruispunt komt, zet je op de zijweg of de andere straten van het kruispunt een streepje in een andere kleur (bv. rood). Daarna moet je bij wijze van spreken aan het onderste en bovenste uiteinde van de uitgestippelde (zwarte) route trekken en je bekomt je visgraat (zie voorbeeld hiernaast). In de praktijk teken je je zwarte gekleurde lijn over, maar dan als een rechte lijn, en kijk je op de kaart waar er rechts en links van de zwarte lijn op de kaart een rood streepje staat en je tekent die rode streepjes in volgorde over.

 

Nadien uitwisseling: is deze techniek te gebruiken? Wat zijn aandachtspunten: afspreken in welke richting je bij de start begint, afspreken of niet-verharde wegen meetellen enz.?

 

Coördinaten: de groep splitst zich in twee groepjes en krijgt elk een stafkaart. Elk groepje schrijft de coördinaten op van 3 opmerkelijke punten op de kaart aan de hand van een roomer (kaarthoekmeter). Nadien wisselen de kaart en de coördinaten en moet de andere groep raden wat er te vinden is op elk van deze 3 coördinaten.

 

Kompas/helikoptertocht

Dit is een route met het kompas in de hand. De naam van de route is afgeleid van de lijnen die je kunt vergelijken met een bovenaanzicht van een helikopter met zijn rotorbladen.

 

  • De lijnen zijn genummerd en de nummers geven aan in welke volgorde je de lijnen moet gebruiken. De hoek die de lijnen maken ten opzichte van het noorden geeft het aantal graden aan die je moet nemen bij een kruising om de juiste afslag te kunnen nemen. Je begrijpt dat alle pijlen zijn genummerd aangezien de verschillende kruispunten kriskras door elkaar heen staan. Het kan natuurlijk ook zijn dat bij één lijn twee cijfers staan, namelijk als je op de tocht twee maal aan een kruising komt waar je met een zelfde aantal graden moet afslaan.
  • De lengte van de pijlen is niet belangrijk tenzij er een schaalverdeling onderstaat. Dan geeft de lengte van de pijl de afstand van de af te leggen weg weer (voorbeeld hieronder).
  • Als je deze tocht in een bos doet, hoef je niet per se de paadjes te volgen (als je tenminste een vergunning hebt om in dat stuk bos te spelen!). De tocht loop je dan puur op kompas. Je kan wel als tip in het bos bv. ballonnen ophangen op de punten waar de groep van richting moet veranderen (en nadien de ballonnen terug verwijderen). Een  groepje dat enkele meters verkeerd is gelopen, kan dan terug van het juiste punt vertrekken.

 

Oefening: elk groepje een helikopter geven (met evenveel rotorbladen als groepsleden) en een kompas. Groepje loopt dan de helikopter af en elke deelnemer hanteer 1x het kompas.

 

Legende oefenen: de groep splitst zich in twee groepjes en krijgt elk een stafkaart. Elk groep pakt een kruispunt op de kaart en schrijft een beschrijving op (bv. ‘je ziet in het oosten een hoogspanningskabel, ten noorden van je zie je een heuvel die bebost is met naaldbomen, ten westen zie je op 300 meter een kerk’). De beschrijving en de kaart wordt doorgegeven aan de andere groep.

Op het einde kan er, afhankelijk van de tijd, nog een extra techniek gebruikt worden om terug naar het startpunt te gaan. Bv:

Spoortekens: eerst moeten er duidelijke afspraken gemaakt worden welke tekens gebruikt zullen worden en hun betekenis.

Elk groepje legt spoortekens in een andere richting. Op een fluitsignaal van de begeleiding keren ze terug, leggen ze hun tekens uit aan de andere groep die dan hun tocht loopt.

3. Discussiemoment

Media: moment om van gedachten te wisselen over het gebruik van multimedia tijdens tochten binnen scouting. Enkele vragen die gesteld kunnen worden:

  • Is smartphone handig tijdens tocht?
  • Is tracker verantwoord of net niet? Of ruimer: hoe kan je bij givergroep controle uitvoeren?
  • Hou zou je smartphone gebruiken als tochttechniek? (QR Code scannen).

Eventueel deze tijdens de tocht tussen twee technieken inplannen. Zo vermijd je een te lange babbelronde op het einde.

  • De deelnemers laten vertellen over Tochttechnieken die niet aan bod zijn gekomen.
Anekdotes: welke leuke/speciale verhalen hebben ze zelf ooit meegemaakt (als er nog tijd over is).

Als er weinig input is, kunnen nog enkele technieken door begeleiding worden aangebracht.

  • Bolleke pijl
  • Reflectorroute: vooral handig bij nachtdropping. Fluovestjes ophangen, die ze dan met behulp van zaklamp moeten zoeken en volgen
  • Uitgeschreven route: door nauwkeurige beschrijvingen van het te volgen pad
  • Spoortekens
  • Cassette / MP3-speler: Stuk van de tocht op voorhand inspreken. Deze moeten ze dan afspelen tijdens het afstappen van de tocht
  • Oleaat: route tekenen op transparant over kaart. Dan enkel transparant meegeven, zonder kaart.
  • Knopentocht: Touw meegeven met knopen in met afspraken wat aantal knopen betekend. Bv. : 1 = links, 2: rechts, 3 = rechtdoor.

 

4. Feedback

 

  • In een lokaal of andere plaats verschillende papieren ophangen met elk een tochttechniek. Dit zijn zowel tochtechnieken die besproken of gespeeld werden als andere uit het buitenboek of een website.
  • De deelnemers kunnen dan bij elk van de technieken door een + of – aangeven of ze het een bruikbare techniek vinden. 
  • Afsluiten met de vraag “Ga je veel of weinig van deze werkwinkel gebruikten”. Antwoord kan bv. Gegeven worden door ‘vingerwerpen’ (1 vinger: weinig, 5: veel).  Hierdoor krijg je zicht welke technieken in de toekomst in deze werkwinkel aan bod moeten blijven.

 

 

Achtergrond informatie (zoals websites, boeken, documentatie):

  • Buitenboek (Scouts en Gidsen Vlaanderen): p.442 tot 519.
  • Tochtenboek (Chirojeugd Vlaanderen)

 Tips bij het geven van deze werkwinkel

  • Feedback van deelnemers was dat men het iets actiever had verwacht, zoals een échte tocht met daarin allerlei techniekjes. Of een groot tochttechniekenspel. Het is dan wel een uitdaging om elke deelnemer de verschillende techniekjes te laten inoefenen en om genoeg techniekjes aan bod te laten komen.
  • Bij het inoefenen moet iedereen aan de beurt kunnen komen. Dus best zo klein mogelijke groepjes voorzien (en genoeg kaarten, kompassen, …). Vaak zijn er deelnemers die een techniekje al kennen, dus die kunnen de anderen mee helpen uitleg geven.
  • Eventueel hand-out voorzien met daarin opsomming en korte uitleg van alle tochttechnieken zodat het geheugen van de deelnemers de tijd tot het zomerkamp kan overbruggen.
  • Je zou verwachten dat deelnemers zoveel mogelijk technieken willen leren, maar automatisch beginnen ze ook uit te wisselen over voorbereiding van een tocht, wat voor materiaal meenemen (EHBO of niet) enz. Eventueel als begeleiding hiervoor op voorhand ook tijd en methodieken rond inbouwen.$
  • Deelnemers spraken de verwachting uit om ook tochtbezigheden te leren kennen: zoals tochtliedjes, spelletjes zoals de wijsknijper (wie als laatste de wasknijper op zijn hemd hangen heeft is de pineut), het fluitsignaal (1x fluiten is op de grond liggen, 2x fluiten is als fotomodel verder wandelen, 3x fluiten is gaan verstoppen) enz.

Bijlages:
in