Anderstaligheid in je groep

Scoutsgroep op het strand

Als Scouts en Gidsen Vlaanderen streven we ernaar om een afspiegeling te zijn van onze samenleving. Maar hoe gaat dat praktisch in zijn werk? Als je eenmaal leden en ouders hebt die een andere taal spreken, hoe blijf je hen dan betrekken?

Anderstalige leden

De manier waarop je omgaat met de leden die geen of weinig Nederlands spreken is heel belangrijk. Het is jouw rol als leiding om ze te betrekken bij de groep en bij de activiteiten die je doet. 

Door te zorgen voor een veilige omgeving waarin ze zichzelf kunnen zijn en hen niet te straffen als ze hun moedertaal spreken, kan je ervoor zorgen dat je leden zich goed voelen en op een speelse manier ook Nederlands bijleren. Speel zelf enthousiast mee en stimuleer je leden om Nederlands te spreken.

Hier zijn alvast enkele concrete tips (bron: Speelplein.net).

Een duidelijke speluitleg

  • Zorg dat de leden ergens rustig kunnen zitten waar ze niet afgeleid worden. Als kinderen zitten, zijn ze ook aandachtiger. Ga dus niet naast een van de andere takken staan die net aan een spelletje dassenroof is begonnen. Ga zelf op ooghoogte zitten of staan. Zo trek je ook hun aandacht en zijn alle ogen op jou gericht.
  • Neem kinderen mee in je speluitleg door er een verhaal aan vast te hangen. Komen er aliens jullie kippen stelen en moeten de kapoenen die naar een veilige plaats in het bos smokkelen? Of wil je dat de givers een grote campagne uitwerken om de andere takken te overtuigen om dit jaar een rodedraadspel te spelen?
  • Zorg voor visuele ondersteuning bij de uitleg. Toon de voorwerpen zoals kaartjes of een bal die je later zal gebruiken in het spel. Gebruik ook gebaren die je uitleg ondersteunen. Doe wat je zegt en zeg wat je doet. Het is belangrijk om meteen alles te laten zien. Je kan achteraf natuurlijk ook een bepaalde handeling ook voordoen: laat bijvoorbeeld twee andere leden uitbeelden hoe je schaar, steen, papier speelt.
  • Test op het einde of de leden mee zijn met je uitleg. Stel open vragen waar ze meer op moeten antwoorden dan ‘ja’ of ‘nee’. Het kan ook helpen om te herhalen wat je eerder zei met behulp van gebaren. Bijvoorbeeld:
    • Wat moet je doen als je de munten gevonden hebt?
    • Wanneer heb je gewonnen?
    • Bij wie moet je dit gaan halen?
  • Hou zeker in het oog of de zaken die belangrijk zijn voor de veiligheid duidelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan de terreinafbakening. Geef de andere leden mee de verantwoordelijkheid om de nieuwe leden mee te nemen in het spel. Afhankelijk van de tak kan je iemand meer of minder verantwoordelijkheid geven. Gebruik bijvoorbeeld nesten of patrouilles om een buddy aan te duiden.

Aandacht voor taal

  • Spreek langzaam en articuleer goed. Gebruik eenvoudige woorden en zinnen. Leg iets uit met andere woorden, zoals synoniemen of woorden die je kan afleiden uit een andere taal. Spreek veel in het Nederlands, kinderen onthouden veel meer dan je denkt.
  • Ga veel in interactie. Stel zoveel mogelijk open vragen waar ze niet gewoon ‘ja’ of ‘nee’ op kunnen antwoorden. Stel steeds één vraag per keer en heb wat geduld. Geef ze tijd om een antwoord te zoeken en neem niet te snel zelf het gesprek in handen. Betrek ook de kinderen die je minder hoort, niet iedereen durft in groep te spreken.
  • Geef ook ruimte om te zwijgen. Als een kind zich nog niet klaar voelt om veel te praten, is dat ook oké. Zoek dan naar andere manieren om toch te kunnen luisteren naar de noden van het lid.
  • Als je spelletjes speelt in kleinere groepjes of teams, probeer je leden dan zo op te delen dat er een goede mix is van Nederlandstalige leden en leden die nog niet zo goed Nederlands spreken. Zo leren ze van elkaar. De leden mogen zeker uitgedaagd worden in het Nederlands, maar voorzie ook voldoende afwisseling, zodat het kind ook wat pauze krijgt. Zorg dat het lid in dat geval hun talenten kan tonen op een niet-talige manier.

Ga positief om met andere talen

  • Corrigeer altijd op een positieve manier. Maakt een kind fouten in het Nederlands? Blijf enthousiast. Zeg niet dat ze iets fout gezegd hebben, maar geef je antwoord met de juiste woorden. Bijvoorbeeld: “Moet het papier in de poubelle?” “Ja, gooi het maar in de vuilnisbak.”
  • Blijf zelf zoveel mogelijk Nederlands praten. Schakel niet te snel over naar een andere taal. Als een lid het echt niet begrijpt, vraag je eventueel aan een ander lid die het wel snapt en ook dezelfde taal spreekt om het uit te leggen. Als je zelf de taal machtig bent, kan je het zelf vertalen. Herhaal het om af te sluiten nog een laatste keer in het Nederlands.
  • Een uitzondering is natuurlijk als een lid pijn heeft of bang is. Een kind dat zich onveilig voelt, kan je best in hun eigen taal aanspreken (als je dit kan) om het zo te troosten en te zorgen voor een veilige omgeving.
  • Wanneer je hoort dat kinderen onderling een andere taal spreken tijdens vrij spel, spreek hen hier dan niet rechtstreeks op aan. Ga spontaan met hen in gesprek en buig het om naar het Nederlands door met hen in interactie te gaan.

Extra tips

  • Vraag de anderstalige leden of zij een spel willen doen dat zij leuk vinden. Laat hen het op voorhand al eens aan je uitleggen, zodat je hen kan ondersteunen bij het uitleggen en begeleiden van dit spel.
  • Wees je bewust van de vele gebruiken of tradities die het voor een kind spannend kunnen maken om in een nieuwe groep te komen. Een formatie, een gebedje of bepaalde regels lijken misschien heel vanzelfsprekend, maar zijn soms moeilijk te begrijpen als je geen Nederlands kan. Geef op zulke momenten extra uitleg.
  • Merk je dat er kinderen onregelmatig naar de scouts komen? Wees niet te streng. Je weet vaak niet wat er aan de oorzaak ligt van hun afwezigheid. Merk je dat kinderen wel komen naar gewone vergaderingen, maar bijvoorbeeld niet mee op weekend gaan? Ga zeker het gesprek aan, maar verplicht ze niet om mee te komen.

Extra tools en handvaten

Voor leden (en ook voor ouders) die nog niet zo goed Nederlands kunnen, kan het handig zijn om je boodschappen te ondersteunen met foto’s of pictogrammen. Hiervoor bestaan al veel hulpmiddelen:

  • Gebruik dit Wijsboekje met foto’s en pictogrammen om elkaar beter te begrijpen.
  • Zoek via Sclera vzw naar pictogrammen om je uitleg te visualiseren.
  • Vind bij WereldSpelers nog extra tips over hoe je kan communiceren met anderstalige leden.

Vaak helpen deze zaken ook voor meer leden dan enkel diegene van wie Nederlands niet de thuistaal is. Ideaal dus om breder aan inclusie te doen!

Anderstalige ouders

Naast de leden moet je natuurlijk ook de ouders betrekken of tenminste met hen kunnen communiceren. Zeker bij jongere leden zijn zij het die beslissen of hun kind naar de scouts komt of niet. Bron: Diversiteitspraktijk.

Hou rekening met drempels

Sommige ouders zijn misschien niet meteen mee. Voor hen is het niet altijd gemakkelijk om contact te zoeken, zeker als je een andere taal spreekt. Er kunnen heel wat redenen zijn waarom ze niet reageren of langskomen:

  • Ze spreken weinig of geen Nederlands.
  • Ze weten niet goed wat de scouts inhoudt.
  • Ze kennen niemand van de andere ouders.
  • Ze zijn bang om veel vragen te stellen.
  • Ze hebben veel zorgen thuis, omdat ze het niet breed hebben of veel moeten werken.
  • Ze hebben geen computer of smartphone ter beschikking.

Laat je niet ontmoedigen en probeer hen eens persoonlijk aan te spreken na een activiteit.

Communiceren met anderstalige ouders

  • Wacht niet tot de ouders je aanspreken, maar neem zelf het initiatief. Vraag hen ook wat hun verwachtingen zijn. Hebben ze genoeg info of zijn ze nog niet helemaal mee?
  • Spreek hen aan als ze hun kinderen komen afzetten of ophalen. Na verloop van tijd leren ze je kennen en zal de drempel lager zijn om je aan te spreken. Nodig hen persoonlijk uit, wanneer je een ouderavond organiseert, bijvoorbeeld om info over het kamp te geven. Een briefje meegeven aan hun kind is misschien niet genoeg.
  • Een combinatie van verschillende communicatiekanalen is meestal het beste idee. Gebruik bij je eigen communicatie zoveel mogelijk gemakkelijke woorden en symbolen. Vraag bij nieuwe leden of ze de communicatiekanalen kennen en de communicatie goed begrijpen.
  • Je kan ook altijd gebruikmaken van een vertaalapp.
  • Ook in de communicatie met anderstalige ouders kan visuele ondersteuning helpen. Ze vinden het bijvoorbeeld soms moeilijk om materiaallijsten voor op kamp te begrijpen. Leg hun dus duidelijk uit welk materiaal je bedoelt, zodat er geen onnodige kosten gemaakt worden. Denk bijvoorbeeld aan een gamel, de juiste rugzak, een slaapzak …

Maak spontane contactmomenten mogelijk

  • Zorg ervoor dat anderstalige ouders op een spontane manier met leiding en andere ouders in contact komen. Als iemand van de leiding dit ziet zitten, kan je een vertrouwde contactpersoon aanwijzen. Bij deze leiding kunnen de ouders terecht met al hun vragen. Deze persoon is zichtbaar en zo vaak mogelijk aanwezig voor en na de activiteiten. Tip: Zet een foto van deze persoon in de groepseigen fiche.
  • Bied een huisbezoek aan, als het voor de ouders een drempel is om een gesprek aan te knopen voor of na de vergadering. Zo kan je al hun vragen beantwoorden in een rustige en veilige omgeving. Bereid je voor door bijvoorbeeld al wat termen in een vertaalapp te steken.
  • Organiseer eens een activiteit met ouders. Speel aan het eind van een weekend bijvoorbeeld een groot pleinspel met de ouders, wanneer ze hun kinderen komen halen. Of laat ze een hele vergadering meedoen als ze hier tijd voor hebben. Zo leren anderstalige ouders ook de andere ouders kennen en kunnen ze bij een aantal extra mensen terecht met vragen.

Betrek ouders bij activiteiten of evenementen

  • Heeft jouw groep een oudercomité of een vzw? Dan kunnen zij misschien een brug vormen voor de nieuwe ouders om de werking van jullie groep te leren kennen.
  • Ouders zijn graag betrokken bij wat hun kinderen doen en willen vaak zelf ook eens een handje toesteken. Koppel hen aan een ouder die al iets doet in het oudercomité of de vzw. Zo hebben ze meteen een contactpersoon waar ze ook vragen aan kunnen stellen.
  • Organiseer je een evenement? Vraag de ouders bijvoorbeeld of ze een dessert willen maken voor het dessertbuffet van je eetfestijn. Of misschien heb je wel wat handige harry’s onder je ouders die iets in elkaar willen steken voor een jubileumviering of die verkleedkledij voor de toneeltjes op kamp hebben?

Was this information useful?