Visie op takwerking

Scoutsleiding van verschillende takken

Leeftijdsgroepen, bij Scouts en Vlaanderen heten ze takken. Welke takken zijn er? En waarom kiest Scouts en Gidsen Vlaanderen net voor deze leeftijdsopdeling?

De takken

Bij Scouts en Vlaanderen zijn er vijf takken, van jong naar oud: kapoenen en zeehondjes, kabouters en (zee)welpen, jonggidsen, jongverkenners en scheepsmakkers, gidsen en (zee)verkenners, jins en loodsen.

Akabegroepen zijn groepen voor kinderen en jongeren met een mentale of fysieke beperking. In die groepen is er vaak een andere leeftijdsopdeling, soms ook een werking voor +18-jarigen. Er bestaan ook groepen met een akabetak naast de andere takken. 

Drie jaar per tak als norm

Scouts en Gidsen Vlaanderen kiest bewust voor een opdeling in (leeftijds)takken. Die opdeling hangt nauw samen met de pedagogische methode van scouting en de eigenheid van een bepaalde leeftijd: zesjarigen kunnen nog niet goed verder kijken dan zichzelf en tijdens je jinjaar ga je net op zoek naar jezelf. Daarom ben je twee jaar kapoen en één of twee jaar jin.

In de andere takken spelen kinderen en jongeren samen die drie jaar van elkaar verschillen in leeftijd. De verschillen tussen een eerstejaars en derdejaars, maakt een tak net interessant.

Door drie jaar in dezelfde tak te zitten, moeten scouts en gidsen elk jaar een andere rol innemen in de tak en krijgen ze de kans om te groeien. Beetje bij beetje leren ze zelfstandiger te zijn en verantwoordelijkheid op te nemen.

Eerstejaars leren van tweede- en derdejaars, derdejaars leren hun kennis doorgeven en rekening houden met eerste- en tweedejaars. Dat leren van elkaar is fundamenteel en daarom één van de sterkste punten uit de takwerking.

Het is niet altijd eenvoudig om de oudste of de jongste te zijn. Gelukkig verandert de groep elk jaar en ben je het ene jaar de jongste, maar het jaar daarna is het de beurt aan anderen. Door dat elke keer opnieuw te ervaren, leer je begrip opbrengen voor elkaar.

Sommige groepen kiezen voor tussentakken: een extra tak, vaak tussen de welpen en de jonggivers. Andere groepen werken met paralleltakken: ze verdelen de tak in twee zodat de groep niet te groot is. Dat is oké, elke groep kiest ervoor scouting zelf in te vullen. Wil je weten hoe een groep een tussentak of paralleltak invult? Vraag het aan de groep zelf.