Details

Bijlages

Duur: 1 minuten

Groepen: 1

Leeftijd: van 12 tot 99 jaar

Spelers: van 5 tot 99

Soort: andere

Terrein: publieke ruimte

SPELVERLOOP


Onafhankelijk van de gehanteerde techniek of van de gekozen tochtvorm kan je tijdens dezelfde tocht aan je groep nog enkele andere opdrachten meegeven.Opdrachten waardoor de tocht wat moeilijker wordt, wat speelser, en de uitdaging groter waardoor de omgeving beter wordt bekeken, waardoor er extra ervaringen aan bod komen …Over deze hartverwarmertjes willen we het in dit artikel hebben.


OPDRACHTEN ONDERWEG


Een bepaald voorwerp meedragen

Een groep die op tocht een ladder meedraagt beleeft een heel andere tocht dan een klassieke tocht.Het is namelijk niet zo eenvoudig een lange ladder door een dicht bos te loodsen.Je kan er immers niet zo vlot meedraaien.Maar ook op een voet- of zebrapad moet je wat handigheid aan de dag leggen, wil je geen ongevallen meemaken.Je deelnemers worden door een dergelijke opdracht echt gestimuleerd om met elkaar rekening te houden.

Neen, je laat je deelnemers niet zomaar een ladder meedragen.Op een bepaald punt van de tocht hebben ze de ladder bijvoorbeeld nodig om hun vieruurtje uit een boom zonder laaghangende takken te halen.

Je kan de opdracht voor een korte afstand nog iets moeilijker maken door iemand op de ladder te laten plaatsnemen.De groep moet deze speler dan voortdragen op de ladder.

Of wat dacht je ervan je deelnemers een brandende kaars mee te geven?Bij het begin van deze opdracht krijgt je afdeling dus een brandende kaars.Op het einde van deze opdracht, zo veel kilometers verder, hebben ze de brandende kaars nodig om het vuur aan te maken om hun eten te koken.

Je bedenkt zelf vast nog een aantal voorwerpen om onderweg mee te nemen.Kies steeds een voorwerp waarvan het transport een gemeenschappelijke zorg voor velen wordt en geen eenmanszaak.Je deelnemers zullen het zeker appreciëren wanneer ze het voorwerp niet zomaar moeten meezeulen.Het voorwerp moet ook echt gebruikt worden of van pas komen tijdens de tocht.


Korte Voeltocht

De begeleider hangt vooraf op een bepaalde plek langs het traject van de tocht een touw.Niet zomaar een touw maar een touw waaraan verscheidene voorwerpen hangen.Dit kunnen bijvoorbeeld tien verschillende voorwerpen zijn.De deelnemers moeten het touw geblinddoekt volgen en aan het einde van de voeltocht moeten ze proberen op te noemen welke voorwerpen ze gevoeld hebben.Je kiest alledaagse voorwerpen uit zoals een tandenborstel of voorwerpen die in eerste instantie raar aanvoelen: een ballon gevuld met water, een pluchen dier, een pruik, een etalagepop, een plastieken zakje gevuld met bruine zeep, …Probeer maar eens te raden wat het is!Het is moeilijker dan je denkt.


Volg de fluit

Iemand van de groep krijgt de opdracht een eindje voorop te lopen zodat de andere leden van de groep hem niet meer kunnen zien.Deze speler houdt op een gegeven moment halt en begint op een fluit te blazen.De leden van je groep moeten hem aan de hand van het geluid proberen te vinden.

In een bos kan diegene die fluit ongemerkt telkens een stukje verder trekken als hij ziet dat de groep nadert.

Geef deze opdracht nooit ’s nachts: niet iedereen apprecieert nachtelijk gefluit!


Blindenbegeleider

Bij een andere opdracht verdeel je de deelnemers over tweetallen om een eindje per twee geblinddoekt af te leggen.Per duo wordt een van de twee geblinddoekt.De andere wordt zijn begeleider.Op basis van de richtlijnen van de begeleider legt de blinde een bepaald traject af.Ongeveer halfweg worden de rollen omgewisseld.Wie dit echt niet wil doen wordt niet verplicht!

Het is heel belangrijk dat je de deelnemers vooraf wijst op het feit dat dit een vertrouwensspel is.

Er worden dus geen grappen uitgehaald!Het komt eropaan dat de leden van je groep kunnen ervaren dat ze iemand volledig kunnen vertrouwen.De “blinde” moet weten en aan den lijve ondervinden dat hij niet bang hoeft te zijn, dat zijn begeleider hem overal veilig doorheen zal loodsen.Voor oudere jongeren of voor “geoefenden” kan je een moeilijker traject uitkiezen zoals bijvoorbeeld een traject doorheen een kleine beek.


Natuurmateriaal

Als basisopdracht kan je je deelnemers de opdracht geven om materiaal uit de natuur te verzamelen.Deze opdracht kan nochtans heel verschillend worden ingevuld naargelang de kennis en vaardigheden van je groep.Het kan gaan van het verzamelen van tien verschillende boombladeren tot het zoeken van een wilgenblad.Uiteraard moeten je deelnemers in het laatste geval weten hoe een wilg(-enblad) eruitziet.Zoniet kun je hun een afbeelding meegeven of beter nog: je geeft hun een flora mee.Natuurlijk moet jij als begeleider er zeker van zijn dat ze langsheen het traject van de tocht wilgen zullen ontmoeten.Hier komt uiteraard de voorbereiding van je tocht om de hoek kijken.

Aan de hand van deze soort opdrachten leren je deelnemers de natuur beter kennen.

Met de meer algemene opdrachten waarbij ze vanalles moeten meebrengen moet jij er als begeleider voor zorgen dat er nadien ook nog iets met het meegebrachte materiaal gebeurt.


Vragenformulier

De groep krijgt een aantal vragen die ze tijdens de tocht moet oplossen.Zoek tijdens je voorbereiding van de tocht bij voorkeur naar vragen die te maken hebben met de plaatsen waar je voorbijtrekt.Hierdoor worden je deelnemers gestimuleerd om heel goed uit te kijken naar wat er in de omgeving te zien is of om bij te houden wat ze zelf doen.Hier enkele voorbeelden:

Ø Hoeveel kilometer denk je dat je hebt afgelegd?

Ø Hoe hoog schat je dat deze bomen ongeveer zijn?

Ø Waarom hangt hier afval in de bomen?


Natuurgids

Als je tocht door een natuurgebied loopt kan je vooraf de verantwoordelijke van dit gebied contacteren en een afspraak maken met de gids.Tijdens je tocht loopt deze gids met je mee en kan hij heel wat boeiende dingen vertellen over wat zich hier in dit natuurgebied afspeelt.Lijkt het je saai?Wij hebben telkens weer ervaren dat natuurgidsen boeiende vertellers zijn en dat zij zich meestal erg goed aanpassen aan het publiek waarmee zij op stap gaan.


Handicaptocht

Geef alle deelnemers een kaartje waarop een handicap staat.De deelnemers proberen zich in te leven in een persoon met deze handicap.Eventueel halen ze het nodige materiaal: blinddoek, oorproppen, rolstoel, krukken.De opdracht bestaat erin dat heel de groep samen een bepaalde afstand aflegt waarbij ieder gehinderd wordt door zijn handicap.Maak vooraf duidelijk aan je deelnemers dat de opdracht pas is geslaagd als iedereen op een aanvaardbare manier op het eindpunt geraakt.

Het is bij deze opdracht echt nodig dat alle leden van de groep samenwerken en dat elke speler met zijn beperkte mogelijkheden de anderen helpt.

Zorg ervoor dat het terrein toch niet te gemakkelijk is.Je mag best een steil bospad uitkiezen.

Je kan de opdracht wat intenser maken door de deelnemers een eigen handicap te laten kiezen.De persoonlijke uitdaging is het grootst wanneer je hen stimuleert om die handicap te kiezen waar ze het meest bang voor zijn.


En Cordee

Je laat alle deelnemers van je groep zich met een stevig touw aan elkaar vastbinden: de eerste bevestigt het touw om zijn middel.De tweede laat ongeveer twee meter tussen en doet dan het touw ook aan zijn middel.De derde laat opnieuw twee meter vrij touw, …Zo tot iedereen ingebonden is.Zoals bergbeklimmers zich verplaatsen op gevaarlijke stukken zo legt de groep nu een stukje van de tocht af.In het begin is het wel wat sukkelen: de deelnemers moeten nog wat wennen aan elkaars tempo en moeten leren rekening houden met elkaar.Tijdens het stappen mag het touw de grond nooit raken.Om veiligheidsredenen moet het touw tussen twee opeenvolgende spelers zoveel mogelijk gestrekt zijn.


De opdracht is iets moeilijker maar komt beter tot haar recht wanneer het af te leggen traject over een terrein vol niveauverschillen loopt.Nog moeilijker wordt het wanneer er om de twee deelnemers een deelnemer geblinddoekt loopt.Diegene die achter een geblinddoekte loopt moet deze veilig over het traject leiden.Het is dan ook zijn verantwoordelijkheid dat de geblinddoekte veilig op het eindpunt aankomt.Natuurlijk worden ook hier de rollen halfweg omgewisseld.

Om veiligheidsredenen wordt de eerste stapper in het cordee nooit geblinddoekt!


De Gekwetste

Op een bepaald moment is er zogezegd iemand gekwetst en hij moet door de andere leden van je groep vervoerd worden tot aan de volgende controlepost.Hierbij kan je kiezen uit twee mogelijkheden.Of je speelt met een van jedeelnemers onder een hoedje: jullie spreken samen iets af en de andere leden van je afdeling weten niet dat het “slachtoffer” alleen maar doet alsof.Of je formuleert de situatie gewoon als een opdracht zodat het voor iedereen duidelijk is dat de situatie gespeeld wordt.

Maak de afstand tot de volgende controlepost niet te lang want deze opdracht kan echt wel een zware karwei zijn.


Oversteek

Passeert je tocht langs een beek dan kan je de opdracht geven om over de beek te geraken.Kies een plaats waar de beek te breed is om erover te springen.Het traject van de tocht loopt natuurlijk verder aan de andere kant van de beek.De groep moet dus aan de overkant geraken.En nog liefst droog ook.Om de opdracht mogelijk te maken krijgt de groep wat materiaal.Bijvoorbeeld een lange balk en een touw.De balk is echter niet stevig genoeg om iemands vol gewicht te dragen.Of het touw heeft maar een beperkte lengte.

De opdracht mag best wel moeilijk zijn – zeker niet gevaarlijk – maar ze moet wel uitvoerbaar zijn.Als heel de groep samenwerkt kan het lukken.


Politieke Stamp

Je kan je deelnemers ook een spel laten spelen om hun volgende opdracht te bemachtigen.

Een geschikt spel hiervoor is Potteke Stamp.Stel dat je deelnemers enkel een coördinaat hebben gekregen van de plaats waar ze hun volgende opdracht kunnen vinden.

Op deze plaats aangekomen zien ze de opdracht op een goed zichtbare plaats liggen.Er staat echter een bewaker bij de opdracht.Je deelnemers moeten nu ongezien tot bij de opdracht sluipen.Wordt iemand door de bewaker betrapt dan moet hij vijftig meter achteruitgaan en herbeginnen.Het spel eindigt wanneer iemand van je deelnemers erin slaagt ongezien tot bij de opdracht te sluipen.


Spel Spelen

Als opdracht kan je tijdens een tocht allerlei spelletjes spelen.Ga maar eens neuzen in de speluitgaven van de KLJ.Je vindt vast wel spelen die geschikt zijn om tijdens een tocht als opdracht te gebruiken.


Museumbezoek

Bij het uitstippelen van je tocht kan je je traject langs een museum leggen.Je kan in de planning van je tocht de nodige tijd voorzien om er even binnen te wippen.Tijdens een tocht lijkt het ons meest aangewezen een streekmuseum te bezichtigen.Dit is een museum dat je iets meer vertelt over het leven in de streek.Zo krijg je vanuit een heel andere invalshoek een zicht op de streek waarin je vertoeft.Zo vind je heel wat interessante weetjes in het Natuurmuseum te Botrange of in het Oorlogsmuseum te Coo.Dit laatste museum schetst bijvoorbeeld de evolutie van de vallei van de Amblève tijdens de oorlogsjaren.