Mijn naam is...

Details

Bijlages

Duur: 120 minuten

Groepen: 1

Intensiteit: zwaar

Leeftijd: van 14 tot 16 jaar

Spelers: van 4 tot 30

Soort: andere

Terrein: buiten

Thema's: andere

Doel:

Stilstaan bij de betekenis van naam geven/krijgen

 

Link met het thema:

De vraag ‘Wie ben jij?’ wordt meestal beantwoord met een naam. We staan stil bij wat onze naam voor ons betekent.

 

Voorbereiding:

Stippel een leuke wandeling uit van ongeveer 6 kilometer, met zo weinig mogelijk verkeer onderweg. Op de tocht moet je 9 haltes voorzien, de tiende halte valt samen met het eindpunt.

Hang op iedere halte goed zichtbaar een blad met een cijfer op. Wanneer je kiest voor het cijfer ‘2’, verstop je de opdracht in een straal van 2 meter.

 

Verloop:

De plussers gaan op tocht, in groepjes van 4 à 5. Per groepje wandelt een begeleider mee.

Onderweg hangt op 10 plaatsen een blad met een cijfer op. Wanneer er ‘3’ staat, betekent dit dat de opdracht verstopt zit in een straal van 3 meter.

 

Opdrachten:

 

Halte 1

Schrijf je naam met krijt op de grond.

Wie weet wat zijn naam betekent? Hoe zou je heten als je een jongen/meisje was geweest? Ben je tevreden met je naam? Waarom wel/niet?

 

Halte 2

Iedereen kiest een nieuwe naam voor zichzelf. Speel nu een kennismakingsspel, bijvoorbeeld ‘Ik telefoneer naar…’ Hoe werd dit ervaren?

 

Halte 3

Heb je zelf een bijnaam? Waarom geef je een bijnaam aan iemand anders?

 

Halte 4

Een naam staat symbool voor het mens-zijn. Gevangenen worden vaak ‘ontmenselijkt’ door hun naam te ontnemen. Zo kreeg elke gevangene van de nazi’s een identificatienummer dat duidelijk in zwart op witte stof was gezet. Dit nummer werd alleen in Auschwitz getatoeëerd op de huid.

Zijn er situaties waarin jij je niet veel meer dan een nummer voelt?

 

Halte 5

Maak een woordketting met namen. De eerste letter van een naam moet gelijk zijn aan de laatste letter van de vorige naam. Vb. JanNancyYvonne, enzovoort. Voor de liefhebbers van competitie: wie geen naam meer kan verzinnen, of een naam zegt die al aan bod is gekomen, valt af.

 

Halte 6

In Midden-Amerikaanse landen, zoals Nicaragua kent men het fenomeen ‘straatnaam’ niet of nauwelijks. Straten hebben namen noch nummers, maar worden aangeduid met algemeen bekende herkenningspunten zoals een school, kerk, of bioscoop. Huisnummering ontbreekt ook; dus de plaatsaanduiding wordt aangevuld met hoeveel meter ten noorden of enige andere windstreek, van het herkenningspunt het pand gelegen is. Deze vorm van adressering, meer een routebeschrijving, vult vaak de gehele voorzijde van een envelop, zodat de postbode noodzakelijkerwijs veel moet lezen. Een voorbeeld: het Belgische consulaat is gevestigd aan een straat met naam maar heeft geen huisnummer: "Calle 27 de Mayo, frente a gasolinera ESSO": tegenover de ESSO-pomp op Calle 27 de Mayo.

Bron: Wikipedia

Halte 7

Los de woordpuzzel op (zie ‘Bijlage10_mijn naam is’).

(Oplossing: Mijn naam staat geschreven in de palm van Gods hand)

 

Halte 8

God heeft vele namen. Welke kennen jullie allemaal? Welke vinden jullie het meest geschikt?

 

Halte 9

In de bijbel is bij de naam geroepen worden, een opdracht krijgen.

Laat één van de deelnemers volgende tekst lezen:

 

Samuël lag op zijn matje voor de ark. Hij had alles voor de nacht in gereedheid gebracht, de lamp in de tempel ontstoken, de deuren gesloten en Eli welterusten gezegd. Midden in de nacht hoorde hij een stem: “Samuël.”

Samuël stond op en ging naar Eli toe. “Hier ben ik, u hebt mij toch geroepen?”

“Nee, ik heb je niet geroepen. Ga maar weer terug en leg je neer.”

Samuël ging terug naar zijn matje en legde zich neer. Weer hoorde hij het roepen van zijn naam, weer stond hij op en ging naar Eli. “Hier ben ik, u riep mij toch?”

“Nee, mijn jongen, ik heb je niet geroepen. Ga terug, leg je weer neer.”

Samuël wist niet dat de Heer hem riep, want zo kende hij God nog niet.

“Samuël.”

Voor de derde maal hoorde hij het roepen van zijn naam en voor de derde maal dacht hij dat Eli hem riep. “Hier ben ik, u riep mij toch?”

Toen flakkerde het vlammetje van Eli’s geloof nog één keer op: “God is met je bezig, mijn jongen. Ga, leg je weer neer, en wanneer God je roept, zeg dan: Spreek, Heer, want uw knecht hoort.”

Samuël legde zich weer neer. En weer riep hem de Heer:

“Samuël, Samuël.”

“Spreek, Heer, want uw knecht hoort.” Samuël zei het zachtjes, maar de Heer in de hemel kon hem goed verstaan.

“Aan Eli en zijn zonen kan ik mijn volk Israël niet langer toevertrouwen, Samuël, nog even en hun weg loopt dood. Ik wil met jou een nieuw begin maken, jij zult mijn dienaar zijn, zolang je leeft.”

(Nico ter Linden)

 

Wanneer voel jij je geroepen door God?

Hoe reageer je dan?

 

Halte 10 (bij aankomstplaats)

 

Lees de volgende tekst rustig voor, het eerste deel is voor de begeleider, het tweede deel voor de plusser

 

Begeleider:

Je naam, dat is meer dan een verzameling lettertjes.
Je naam dat ben jijzelf.
Als iemand je roept bij je naam, bedoelt hij jou helemaal.
Alles in jou: je blijheid, je angst, je geloof, je twijfels, je talenten.
Je naam groeit ook met je mee.

 

Plusser:

Mijn naam, dat ben ik zelf.

Die naam hebben mijn ouders gekozen bij mijn geboorte. Voor hen ben ik enig.  Ook in Gods ogen ben ik de moeite waard. Mijn naam staat in de palm van Zijn hand.

Op zoek op naar meer inhoudelijke werkvormen?

Surf naar www.ijd.be

Materiaal

per groepje stukje krijt en bijlage 10