Zoek
Een minimumnorm voor scoutslokalen

Scouts en Gidsen Vlaanderen vindt dat elk scoutslokaal een minimum aan veiligheid en comfort moet bieden wanneer een groep het als zijn uitvalsbasis gebruikt: de minimumnorm.

Deze minima spreken voor zich: het zijn wettelijke verplichtingen, waar een lokaal sowieso aan moet voldoen, of het zijn zaken waar jij met gezond verstand ook zou aan denken. Het zijn voornamelijk regels die de veiligheid garanderen.

We geven een overzicht van de wettelijke verplichtingen en de regels van Scouts en Gidsen Vlaanderen die samen de minimumnorm vormen.

Wettelijke verplichtingen

  • Het lokaal ligt correct gezoneerd (woongebied, dagrecreatie, verblijfsrecreatie, gebied voor openbaar nut).
  • Het lokaal is opgetrokken met een geldige bouwvergunning.
  • Er staan geen gasflessen binnen in het lokaal.
  • De schoorsteen, kokers voor afzuigkappen, rookafvoerkanalen worden minstens om de 2 jaar gekuist door een erkend schoorsteenveger. De groep beschikt over een attest hiervan.
  • Brandblussers worden jaarlijks gekeurd. Er zijn minstens 2 brandblusmiddelen aanwezig in het lokaal (brandblussers, brandhaspel, blusdeken ...).
  • Aan elke ingang hangt een sticker "verboden te roken". In het lokaal wordt niet gerookt en zijn geen asbakken aanwezig.
  • Indien de verwarmingsinstallatie ouder is dan 15 jaar moet er een verwarmingsaudit gebeuren.
  • Verwarming op hout, pellets, steenkool, mazout of stookolie wordt jaarlijks onderhouden door een erkend technicus.
  • Verwarming op aardgas, propaan of butaan wordt jaarlijks onderhouden door een erkend technicus. Er is voldoende verluchting voorzien in ruimtes met gasverwarming.
  • De elektrische installatie is maximum 5 jaar geleden gekeurd.
  • Gasbekkens moeten gemonteerd zijn op een vaste ondergrond.
  • Boven een gasvuur moet een dampkap hangen.
  • De vervaldatum van gastoevoerslangen mag niet overschreden zijn.
  • De gastoevoer is afsluitbaar.
  • Een lokaal dat meer dan 60 dagen per jaar verhuurd wordt, moet erkend zijn als jeugdverblijf onder het decreet Toerisme voor Allen.

Regels van Scouts en Gidsen Vlaanderen

  • De groep heeft minimum 1 binnenruimte ter beschikking die de groep kan verwarmen.
  • De groep weet wie de eigenaar is van het lokaal en de grond waarop het lokaal staat.
  • De groep weet of het lokaal in de juiste stedenbouwkundige zone ligt en of het lokaal gebouwd is met een geldige bouwvergunning.
  • Elke groep duidt een verantwoordelijke voor het lokaal aan (GRL, iemand van de leiding, oud-leiding, ouder ...).
  • Het lokaal kent geen lekken en minstens 1 ruimte is winddicht.
  • Er hangt een rookdetector in elk lokaal waar (occasioneel) geslapen wordt.
  • Producten met brandgevaarlijke eigenschappen worden afgesloten bewaard op een plek die enkel toegankelijk is voor leiding.
  • De vluchtroute is aangeduid en permanent toegankelijk.
  • Er liggen geen materialen in de stookplaats die brandverspreiding kunnen veroorzaken.
  • De hoofdschakelaars gas, elektriciteit en water zijn herkenbaar en vlot bereikbaar. Alle leiding weet waar ze staan.
  • Brandbestrijdingsmiddelen zijn duidelijk herkenbaar, bereikbaar en bevestigd tegen de muur.
  • Er staan geen losse verwarmingstoestellen in het lokaal.
  • Er is ten minste 1 toilet in het lokaal.
  • Er is ten minste 1 kraantje met stromend water in het lokaal.
  • Er is minstens 1 vast licht voorzien in elke ruimte.
  • Er ligt een zaklamp bij de elektriciteitskast.
  • De ruimte waar gekookt wordt beschikt over stromend water.
  • Er zit geen ongedierte in het lokaal (ratten, muizen ...).

 

Uit het lokalenvisum blijkt dat het lokaal van mijn scoutsgroep niet voldoet aan de minimumnorm voor een scoutslokaal van Scouts en Gidsen Vlaanderen. Wat nu? 

De minimumnorm voor een scoutslokaal is gebaseerd op wettelijke verplichtingen en op wat Scouts en Gidsen Vlaanderen op basis van gezond verstand het minimum vindt voor een scoutslokaal. Je hebt een jaar de tijd om als groep aan die minimumnorm te voldoen. Maak hiervoor een actieplan en schrijf dit neer in het lokalenengagement dat je op de doorschrijfbladen midden het visum vindt. Zoek hulp bij je netwerk zoals bij oud-leiding en ouders maar ook bij het district.