Groeikader

Scouts op sjorring

We spelen het spel van scouting in takken. Scouts en gidsen leren groeien in scouting: in elke tak krijgen de basispijlers, thema's en speelvelden een andere vorm. Zo blijft scouting altijd een beetje spannend en nieuw.

Kapoenen en zeehondjes

Engagement

  • Geïnteresseerd geraken in scouting.
  • Meespelen.
  • Tweedejaars vertellen spontaan aan de nieuwen hoe het er in de kapoenentak aan toe gaat.

Dienst

  • Dingen doen in de directe omgeving.
  • Zorg dragen voor elkaar.
  • Meehelpen met de afwas.

Medebeheer

  • Gevoelig worden voor inspraak en medebeheer.
  • Leiding heeft oor voor spontane inspraak.
  • Wat ze vertellen wordt ernstig genomen.
  • Gevoelens uiten, echt zijn.
  • Leiding voorziet korte formele inspraakmomenten (hogehoedmoment).
  • Afgebakende keuzes worden gemaakt.

Ploegwerk

  • Samen spelen, scheppen en ervaren is belangrijk.

Zelfwerkzaamheid

  • Spontaan omgaan met de omgeving.
  • Leren door te doen (boterhammen smeren, veters knopen…).
  • Leiding volgt en geeft impulsen tot experiment.

Kabouters en (zee)welpen

Engagement

  • Persoonlijke belofte, sterk individueel gericht. Het doel is om een tweetal beloftes uit te spreken, kleine dingen uit het dagelijkse bestaan, en er voor zorgen dat ze uitgevoerd worden. De beloftetekst kan daar een aanzetje toe zijn.
  • Derdejaars kunnen een rol spelen in de opvang van hun jongere takgenootjes.
  • Uniform dragen en verwittigen als je niet kan komen zijn ook belangrijk.

Dienst

  • Individueel en in groep samen dingen doen voor anderen. Dit zou zich moeten vertalen in het herkennen van situaties waarin ze dienstbaar kunnen zijn of in spontaan helpen, dichtbij en klein, ook buiten scouting (thuis meehelpen bijvoorbeeld).

Medebeheer

  • Een formeel inspraakmoment houden (raadsrots). Aan de hand van verschillende methodieken wordt gevraagd hoe ze het vonden en wat ze willen doen (activiteiten en kamp).
  • Leiding heeft oog voor spontane inspraak.

Ploegwerk

  • Ze leren samenwerken in nesten en ploegjes.
  • Via die ploegjes beleven ze geborgenheid.

Zelfwerkzaamheid

  • Ze krijgen de kans om zelf dingen te doen, te lukken en te mislukken; onder andere via een project.
  • Impulswerking vertrekt vanuit de ervaring van kabouters en welpen.
  • Door in nesten te werken leren ze zelfstandigheid.

Jonggidsen, jongverkenners, scheepsmakkers

Engagement

  • Persoonlijke belofte, gericht op hun medejonggivers en tak.
  • Op een jonggiverraad maken we afspraken over wekelijkse aanwezigheid en het dragen van het uniform.
  • Met de totemisatie drukken we onze waardering uit voor ieders inzet.
  • Van de derdejaars vragen we een extra engagement binnen de tak en de patrouille.

Dienst

  • Zorg dragen voor elkaar in patrouille, ploegje of tak.
  • Tijdens inspraakmomenten leren jonggidsen en jongverkenners rekening houden met ieders mening en gevoelens.
  • Met interessewerking gaan we maatschappelijke thema’s niet uit de weg.
  • Spontane dienstbaarheid.

Medebeheer

  • Tijdens formele inspraakmomenten (jonggiverraad) mee bepalen hoe het er in de tak aan toegaat. Afspraken maken, taken verdelen en problemen oplossen.
  • Spontaan ideeën aanbrengen en leren onder woorden brengen wat hen interesseert en aanspreekt.
  • Geleidelijk aan verantwoordelijkheid nemen in de patrouille of ploeg. Binnen de patrouille is er inspraak.
  • Derdejaars dragen verantwoordelijkheid voor de patrouille of ploeg en bespreken dit met de leiding tijdens het derdejaarsmoment.

Ploegwerk

  • De patrouilles zijn de basis waarbinnen jonggivers voor elkaar zorgen en samen dingen ondernemen.
  • Verschillende leeftijden zitten samen in een patrouille en leren van elkaar.
  • Tussen de patrouilles is een gezonde vorm van competitie gebaseerd op vindingrijkheid en samenwerking.

Zelfwerkzaamheid

  • Interessewerking biedt een gevarieerde werking van activiteiten. Jonggivers ontdekken, verkennen en verleggen hun eigen mogelijkheden en grenzen.
  • Tijdens patrouillevergaderingen krijgen eigen initiatieven een kans en tonen jonggivers zich met hun interesses.

Gidsen en (zee)verkenners

Engagement

  • Ze spreken zich uit over hun engagement ten opzichte van hun leeftijdgenoten en de tak.
  • Ze stellen een groepsengagement op.
  • Ze kunnen verantwoordelijkheid opnemen in kleine groepjes. Dit kunnen zowel vaste als wisselende groepjes zijn, waarbij niet alleen derdejaars naar voren treden.

Dienst

  • Samen kiezen voor actie: hierover info verzamelen zodat het waarom duidelijk wordt. Helpen bij acties die in een grotere context staan (opruimen van zwerfvuil, helpen met 11-11-11…).
  • Spontane dienstbaarheid.

Medebeheer

  • Er is een formeel inspraakmoment dat discussie en overleg toelaat (groepssfeer, activiteiten, afspraken opvolgen en evalueren).
  • Er worden samen met de leiding afspraken gemaakt. Ze zijn (zelf) verantwoordelijk voor het opvolgen en evalueren van die afspraken.

Ploegwerk

  • Het thuisgevoel is belangrijk. Daarom wordt de werking in kleine - tijdelijke en vaste - groepjes (patrouilles en taakgroepjes), geregeld afgewisseld met activiteiten in de hele tak. Zo leren gidsen en verkenners ook duidelijk in grotere groep werken. Een goede samenwerking, aandacht en zorg voor elkaar, het organiseren van vergaderingen en praktische taken staan centraal.

Zelfredzaamheid

  • Bij gidsen en verkenners is er meer vrijheid om zelf dingen te kiezen en te bepalen.
  • Door projectmatig te werken krijgen ze de kans om een eigen interesseonderwerp uit te bouwen (project).
  • De vrijheid die ze in kleine groepjes krijgen geeft ook kansen om eigen initiatieven te  nemen.

Jins en loodsen

Engagement

  • Ze spreken zich uit over hun engagement en over de manier waarop ze zich inzetten voor de tak. Aan het einde van het jaar spreken ze zich uit over hun verder engagement na hun jin-zijn.
  • Ze nemen verantwoordelijkheid op in taakgroepjes of individueel.
  • Ze dragen mee zorg voor het groepsproces.

Dienst

  • Samen kiezen voor actie waarbij ze zichzelf informeren en organiseren.
  • Dit kan zowel in de onmiddellijke omgeving zijn als verder weg.
  • Spontane dienstbaarheid.

Medebeheer

  • De jintak kiest en beslist alles onder begeleiding.
  • Ze organiseren en verdelen verantwoordelijkheden.
  • Ze evalueren regelmatig.
  • Ze delen mee in verantwoordelijkheid.

Ploegwerk

  • Met de tak werken ze het jaarprogramma uit, organiseren ze hun kamp en verdelen zich in taakgroepjes.

Zelfredzaamheid

  • Een langlopend project waarin jins zelf het doel en de manier waarop ze de dingen aanpakken en realiseren.

Leiding

Engagement

  • Ze spreken hun engagement uit ten opzichte van de tak en de groep.
  • Ze engageren zich ook buiten scouting om de groep te vertegenwoordigen.
  • Ze zijn verantwoordelijk voor hun tak (samen met hun takcollega’s) en de groep (met alle leiding).

Dienst

  • In leiding staan zelf is een invulling van de dienstgedachte.
  • Een leidingsploeg kan beslissen om zich in een grotere context te engageren voor bepaalde acties.
  • Spontane dienstbaarheid.

Medebeheer

  • Ze kiezen en beslissen voor hun tak in samenspraak met hun medeleiding op de takraad.
  • Ze zijn medeverantwoordelijk voor de tak en de groep (groepsraad, taken opnemen, sfeer).
  • Ze zijn zich bewust van het belang van overleg en passen het ook toe.

Ploegwerk

  • De takploeg is eindverantwoordelijk voor de tak: overleg en samenwerking primeren.
  • Binnen de groep zijn ze medeverantwoordelijk voor de gang van zaken. Ze weten evenwicht te vinden tussen persoonlijk belang, het belang van de tak en groepsbelang.

Zelfredzaamheid

  • De takraad of groepsraad kan beslissen om een actie aan te pakken.
  • Vorming: je eigen mogelijkheden en grenzen verkennen en verleggen, nieuwe dingen  ontdekken.