Vuren bestaan in drie hoofdgroepen:  boven, op en in de grond. De simpelste vorm van vuur maar vaak onveilig (brandbare ondergrond zoals turf of met wortels doortrokken grond) en vaak zelfs verboden. Daarom vind je in dit artikel enkel voorbeelden van vuren boven en in de grond.


Beslis eerst waarvoor je het vuur wil gebruiken (als kampvuur, om een omelet te maken,…) en kies daarna het soort vuur in functie daarvan. “Is dit de juiste weg?” vroeg Alice (die van Wonderland) aan het konijn. “Waar wil je heen?” antwoordde het konijn. Toen Alice dat niet wist zei het konijn:”Wat maakt het dan uit welke weg je neemt...”

Vuren boven de grond:

Voorbeelden zijn isolatievuur, pagodetafelvuur, tafelvuur, kribbevuur

Vuren in de grond:

Bij deze vuren wordt de grond zelf gebruikt als isolatie. De warmte van het vuur wordt gericht naar de plaats waar die het best tot haar recht komt. Voorbeelden zijn greppelvuur, dakotavuur en bermvuur.