Hoe maak je een spel?

Leidster vult spelpapieren voor CLUEDO in.

Hoe maak ik een spel? Waar moet ik op letten? Ontdek hier de 7 van de activiteit, de basis om een activiteit in elkaar te steken.

7 van de activiteit

De 7 van de activiteit zijn de belangrijkste onderdelen waarmee je een activiteit kan bedenken. Varieer met die bouwstenen en je hebt zo een originele activiteit bedacht.

  1. Plaats: de plaats waar je speelt.
    Bijvoorbeeld: bos, stad, lokaal, boom, strand, in de hoogte, grasveld, niet op straat, op de zolder, in een museum…
  2. Tijd: wanneer en hoelang je speelt.
    Bijvoorbeeld: ’s ochtends, in de zomer, een halfuurtje, om de minuut…
  3. Persoon: met wie en met hoeveel je speelt.
    Bijvoorbeeld: per nest, een tegen allen, individueel, samen met de grootouders, allen samen, per twee…
  4. Materiaal: alles wat je nodig hebt voor het organiseren en uitvoeren van je spel.
    Bijvoorbeeld: ballen, bananen, tafels, fiets, fluitje, parachute, muziek, sjorbalken…
  5. Spelconcept: de vorm waarin je je spel giet.
    Bijvoorbeeld: Cluedo, postenspel, sluipspel , ganzenbord, ladderspel... Maar denk hierbij ook aan de verschillende speelvelden zoals tocht, kamperen en technieken.
  6. Thema: het thema dat je spel inkleurt.
    Bijvoorbeeld: kasteel, België, circus, oertijd … Vergeet hierbij zeker geen personages voor je verhaal te kiezen.
  7. Spelregels: de concrete invulling van je spelconcept. ‘Als... dan...’ kan een handige richtlijn zijn om je spelregels te formuleren of te toetsen.
    Bv: als je tikker bent dan ben je geblinddoekt, als je meedoet aan het spel dan mag je niet spreken, als je wint dan krijg je een punt, als je een roze pluim op je hoed hebt dan krijg je twee minuten voorsprong...

Checklist voor een uitgewerkte activiteit

Plaats

  • Is je terrein afgebakend en kennen je leden het?
  • Kan er veilig gespeeld worden?
  • Word je niet gestoord door anderen en stoor je zelf niet?

Tijd

  • Wanneer eindigt en begint je spel?
  • Wie van de leiding bewaakt de tijd?
  • Is je plan realistisch: zowel qua lengte als moment?

Persoon

  • Weet je hoe je de groep leden wil verdelen?
  • Is er genoeg leiding? En genoeg leden? Heb je iemand extra nodig om het spel te laten slagen?

Materiaal

  • Is er voldoende materiaal aanwezig en ligt het al klaar?
  • Is je materiaal nog in goede staat?

Spelconcept

  • Is je concept duidelijk voor jezelf en je medeleiding?
  • Is je concept duidelijk voor je leden?
  • Heb je je speluitleg voorbereid?

Thema

  • Is het thema herkenbaar en te begrijpen voor iedereen?
  • Heb je gedacht aan inkleding?
  • Heb je alle benodigdheden voor je inkleding?

Spelregels

  • Zijn de spelregels logisch opgebouwd?
  • Begrijpt iedereen de spelregels?
  • Spreken de spelregels elkaar niet tegen?
  • Zitten er geen gaten in je spelregels?