Spelen in de jungle

Illustratie uit boek Jungle-avonturen van Shanti en Mowgli

Hoe maak je een jungle-spel? Ontdek de tips.

Je kan Jungle-avonturen gebruiken als vertrekpunt voor spelen, onder meer door een of meerdere verhaallijnen verder uit te werken. Lees bijvoorbeeld de passages voor waarin Mowgli gevangen wordt door de Bandar-log, de apen, en organiseer vervolgens een speurtocht. Bedenk een jungleversie van vertrouwde spelletjes en maak ze zo extra spannend voor de welpen. In de spelendatabank van vind je een aantal uitgewerkte spelen in het junglethema

 7 van de activiteit

De 7 van de activiteit zijn de belangrijkste onderdelen waarmee je als leiding een activiteit kan bedenken. Varieer met die bouwstenen en je hebt zo een originele activiteit bedacht. Als elke bouwsteen in het junglethema verzint heb je op 1, 2, 3 een leuke vergadering in thema van de jungleverhalen. 

1. Plaats: de plaats waar je speelt

Bijvoorbeeld

De jungle = een bos; Haveli = de stad; Wolvenhol = je lokaal; Talaab Poel = het strand, het zwembad of een rivier;  De kahaali jagah vlakte = een grasveld; Nishaani plaats = kampvuurkring ; Guha grotten = kamp ; Emaarata ruïne = het fort of kasteel in de buurt

Let op:

  • Is je terrein afgebakend en kennen je leden het?

  • Kan er veilig gespeeld worden?

  • Word je niet gestoord door anderen en stoor je zelf niet?

2. Tijd: wanneer en hoelang je speelt.

Bijvoorbeeld:

’s ochtends, in de zomer, een halfuurtje, om de minuut …

Let op:

  • Wanneer eindigt en begint je spel?

  • Wie van de leiding bewaakt de tijd?

  • Is je plan realistisch: zowel qua lengte als moment?

3. Persoon: met wie en met hoeveel je speelt.

Bijvoorbeeld:

Per nest, een tegen allen, Shanti en Mowgli duo’s  …

Let op:

  • Weet je hoe je de groep leden wil verdelen?

  • Is er genoeg leiding? En genoeg leden?

  • Heb je een extra junglepersonage nodig om het spel te laten slagen?

4. Materiaal: alles wat je nodig hebt voor het organiseren en uitvoeren van je spel.

Bijvoorbeeld:

Kompas, bananen, tafels, uitgewerkte leventjes in jungle layout, muziek, sjorbalk, knutselmateriaal …

Let op:

  • Is er voldoende materiaal aanwezig en ligt het al klaar?

  • Is je materiaal nog in goede staat?

5. Spelconcept: de vorm waarin je je spel giet.

Bijvoorbeeld:

Cluedo, postenspel, sluipspel, quiz, tikspel,  ganzenbord, ladderspel, technieken, knutselen, tocht, kamperen … 

Let op:

  • Is je concept duidelijk voor jezelf en je medeleiding?

  • Is je concept duidelijk voor je leden?

  • Heb je je speluitleg voorbereid?

6. Thema: het thema dat je spel inkleurt.

Bijvoorbeeld:

Kies een leuk hoofdstuk uit het boek waarmee je aan de slag wil gaan of een leuk verhaal uit kan halen. Je kan hierbij zeker ook nog andere gekke situaties verzinnen waar de jungledieren terecht zijn gekomen. 

Let op:

  • Heb je gedacht aan inkleding?

  • Heb je alle benodigdheden voor je inkleding?

7. Spelregels: de concrete invulling van je spelconcept.

‘Als… dan…’ kan een handige richtlijn zijn om je spelregels te formuleren of te toetsen.

Bijvoorbeeld:

Als je een banaan hebt dan mag je voorbij bandar-log, Als je op 1 been staat dan krijg je een pluim van Marala, Als je wint dan red je de jungle …

Let op:

  • Zijn de spelregels logisch opgebouwd?

  • Begrijpt iedereen de spelregels?

  • Spreken de spelregels elkaar niet tegen?

  • Zitten er geen gaten in je spelregels?

Soms wordt er ook gebruik gemaakt van de 8 van de activiteit. Nummer 8 staat dan voor het doel van het spel. Wat wil je bereiken met je activiteit (groei voor leden)?