Levend verbonden

Inspiratie rond ecologie én volledig in het nieuwe jaarthema? Hieronder vind je een kant-en-klaar spel: Levend verbonden!
Doel van het spel? Aantonen dat alles in de natuur met elkaar verbonden is.
Spelvoorbereiding
Alle spelers krijgen van de leiding één van de volgende rollen toegewezen: een plant, een bij (bestuiver), een uil (roofdier), een muis (prooidier) en een regenworm.
De planten moeten een voorraadje dennenappels (of vruchtjes, bv. rozijnen, druiven, noten, ...) verzamelen.
De bijen moeten een voorraadje dode blaadjes verzamelen.
De regenwormen krijgen een bekertje.
Er worden 3 badjes water over het veld verspreid en een open plek gemaakt waar grond te vinden is.
Alle spelers starten buiten het speelveld. Het spel wordt opgestart door het bos tot leven te laten komen. Hiervoor roept de leiding een aantal zaken in onderstaande volgorde om het spel op te starten:
De regenwormen worden wakker!
De regenwormen mogen beginnen rondkruipen met hun bekertje en gaan grond halen op de open plek. Dat mogen ze random verspreiden over het speelveld. Op die plekken mogen ze ook water gieten, zodat je modder krijgt.
De planten beginnen te groeien!
De planten zijn in het begin nog zaadjes en kunnen zich dan nog vrij verplaatsen. Ze vliegen rond en gaan op zoek naar een plekje waar voldoende water en grond aanwezig is. Dat zijn de plekjes waar de regenwormen modder hebben gemaakt. Hier mogen ze hun mooiste ‘plantpose’ aannemen en moeten ze blijven staan.
De bijen zoemen rond!
De bijen lopen van boom tot boom en geven telkens 1 blaadje af aan de boom. In ruil krijgen ze een vruchtje van de boom. Als de bij een boom aantikt en die geen vruchtjes meer heeft, valt de bij ter plekke dood neer en laat die alles vallen dat die nog vasthad.
De muizen hebben honger!
De muizen mogen nu rond beginnen lopen en de bijen aantikken. Als ze dat doen, geven de bijen hen 1 vrucht. De vruchten houden zij dan bij. Als een muis een bij aantikt en die heeft geen vruchten meer, valt de muis ter plekke dood neer en laat die alles vallen dat die nog vasthad.
De uilen gaan op jacht!
De uilen lopen achter de muizen aan en proberen hen te tikken. Als dit lukt, moeten de muizen ter plekke dood neervallen en alles laten vallen dat ze nog vasthadden. Als alle muizen al zouden zijn opgegeten, sterven de uilen. Die moeten dan ter plekke dood neervallen.
De regenwormen kunnen dode dieren en planten aantikken om hen weer 'levend' te maken. Als dit gebeurt, moet de persoon die wordt aangetikt een bekertje water en een bekertje grond gaan halen en dat ergens op de bodem van het speelveld verspreiden. Zo ontstaat een nieuwe plek waar planten kunnen groeien.
Planten die dood zijn mogen een voorraad vruchten verzamelen vooraleer ze het speelveld verlaten. Zo hebben ze opnieuw een voorraad vruchten wanneer ze weer levend worden gemaakt.
Het spel is nu opgestart en zal eigenlijk vanzelf verlopen. Nu is het de bedoeling dat de leiding rondloopt en individuele leden aantikt terwijl ze duidelijk hoorbaar het volgende zeggen:
Herfst: De bomen strooien hun blaadjes en vruchten in het rond. Hierdoor vergroot de kans dat een bij geen vruchten aantreft wanneer die een boom aantikt.
Winter: De plant valt dood neer op de grond en laat alles vallen dat die nog vasthad. Als ze worden opgekuist door de regenwormen, verlaten ze het speelveld totdat ze worden aangeduid met ‘lente’.
Lente: De plant is nu opnieuw een zaadje en mag weer rondfladderen. De plant gaat op zoek naar een geschikt plekje om zich te vestigen.
Zomer: De plant moet langzaam in elkaar beginnen zakken, alsof ze verwelken. Als een plant helemaal tegen de grond hangt van verwelking, mag de leiding hen opnieuw aantikken en sterven zij af. Andere spelers mogen een bekertje water naast de plant zetten. Dan mag de plant terug rechtkomen en verwelkt die niet. Dat bekertje moet dan wel naast de plant blijven staan. De zomer is gedaan als de leiding het lid opnieuw aantikt met een ander seizoen.
Daarnaast zijn er nog 3 grote gebeurtenissen die de leiding kan omroepen:
Ontbossing! Als de leiding nu een plant kan aantikken, verlaat die het speelveld definitief. De andere spelers kunnen de leiding stoppen door hen (zonder geweld uiteraard) op de grond te leggen. Dan stopt de ontbossing. Daarna krijgt één van de planten een stip op het voorhoofd. Deze plant is dan beschermd en kan niet meer ontbost worden.
Bosbrand! Alle andere spelers moeten de planten snel naar een waterpunt dragen en hen ernaast neerzetten. Alle planten die niet binnen de minuut naar een waterpunt zijn gebracht, verlaten het speelveld totdat ze met ‘lente’ worden aangetikt.
Ziekte! Als de leiding nu eender welke speler kan aantikken, valt deze meteen dood neer. Regenwormen kunnen niet aangetikt worden. De ziekte stopt wanneer de leiding dat zegt.
Het spel eindigt als alle planten ontbost of beschermd zijn. Veel plezier!
TEKST: Joppe Bouwens