Leefwereld van jonggidsen en jongverkenners

Een groepje jonggivers op kamp verkleed als hippies

Jonggidsen en -verkenners en scheepsmakkers zijn 11 tot 13 jaar. Ze zitten meestal in het laatste jaar van de lagere school of in de eerste twee jaren middelbaar onderwijs.

Ze zijn stoere en wilde venten en grieten, die niet bang zijn van een beetje avontuur of om zelf de handen uit de mouwen te steken. Jonggivers zijn nooit saai. Het ene moment zijn ze speels en uitgelaten, het andere moment stil en ondeugend.

Fysieke ontwikkeling

Jonggivers transformeren elk op hun eigen tempo van kinderen naar echte pubers. Al die veranderingen kunnen overweldigend zijn. Vaak wisselen ze kinderlijk en volwassen gedrag af, naargelang de situatie of hoe ze zich op dat moment voelen.

Sociale ontwikkeling

De leefwereld van jonggivers wordt complexer. Er verandert veel en er is veel dat ze voor het eerst ervaren. Ze voelen veel druk. Ze vragen zich af wie ze zijn (of willen zijn) en wat ze van de wereld rondom hen moeten denken. Ze ontdekken eigenschappen van zichzelf waar ze trots op zijn en die ze minder leuk vinden.

Er is veel onderling verschil tussen de jonggivers. Toch zijn ze bang om anders te zijn.

Stilaan ontdekken ze wat scouting echt inhoudt, ze zeggen hun belofte met trots en leren dat scouting niet stopt wanneer de activiteit afgelopen is. Ze staan erbij stil dat ze bij de scouts onvergetelijke momenten kunnen hebben.

Tips:

  • Leer hen om verschillen als sterktes te zien.
  • Waak erover dat iedereen zich goed voelt in de groep.
  • Toon het hele jaar door oprechte interesse.
  • Je bent ook begeleiding en vertrouwenspersoon. Creëer momenten om gewoon gezellig samen te zijn (zonder spel of opdracht). Trek wel een duidelijke grens tussen jou en je leden. Je bent nog altijd verantwoordelijk.

Uitdaging

Jonggivers vinden het leuk om inspraak te hebben en vragen vooral door hun gedrag om nieuwe uitdagingen. En als jonggiverleiding heb je daarvoor veel mogelijkheden:

  • Een vlot uitproberen.
  • Je eigen potje koken op een houtvuur.
  • De patrouillehoek eigenhandig sjorren.
  • Je uitleven tijdens grote bosspelen.
  • Op tweedaagse gaan met de rugzak.
  • Woudloperskeuken bij het kampvuur.
  • Een eigen actie voor het goede doel opzetten.
  • Samen een toneel of film in elkaar boksen.

Via deze activiteiten leren jonggivers samenwerken, verkennen en ondernemen, engagement tonen, samen overleggen en zich voor anderen inzetten. Ze krijgen plots heel wat verantwoordelijkheid.

Seksualiteit en relatievorming

Veel leden krijgen bij de jonggivers voor het eerst te maken met vlinders in de buik en liefdesverdriet. Neem hen serieus, ook al zijn ze hun grote liefde de volgende week alweer vergeten.

De kans bestaat dat er in je tak vroeg of laat een koppel ontstaat. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Let er wel op dat de leden in kwestie niet enkel naar de vergadering komen om elkaars hand vast te houden, maar ook nog oog hebben voor de activiteiten en de andere leden.

Soms wordt een jonggiver verliefd op een leider of leidster. Dat kan vanzelf overwaaien, maar als het de takwerking begint te verstoren, spreek je hem of haar er best onder vier ogen op aan. Vertel op een voorzichtige manier dat de gevoelens niet gepast zijn, maar maak ook duidelijk dat je hem of haar een meerwaarde vindt voor de groep en dat je graag wilt dat hij of zij blijft komen. Vraag eventueel aan je medeleiding om wat extra aandacht te hebben voor de jonggiver in kwestie en neem zelf wat afstand.

Jonggivers geraken ook geïnteresseerd in seksualiteit. Ze ontdekken elkaar spelenderwijs: elkaar aanraken, zuigplekken zetten op de vreemdste plaatsen, het aanvragen, het uitmaken... Sommige doen stoere uitspraken en vertellen aangebrande moppen. Andere zullen jou uitvragen over seks. Je mag hierover gerust open met hen praten, maar stel zelf je grenzen.

Zeescouting

Bij de scheepsmakkers, de jonggivers van de zee, start het echte zeescoutingleven. Het jaar is opgedeeld in een winterseizoen en een vaarseizoen. In het winterseizoen doen ook de zeescouts aan wintertochten en bosspelen. Daarnaast kunnen scheepsmakkers al helpen bij het in orde brengen van de boten. Ze helpen en leren op die manier het materiaal kennen en beter samenwerken.